Samaranch bezorgd over toekomst sport

LAUSANNE, 3 jan. - Juan Antonio Samaranch, de president van het Internationaal Olympisch Comite (IOC), voorziet dat de organisatoren van de Spelen van Albertville en Barcelona in 1992 voor een immense taak staan. “De eenheid binnen de Olympische familie geeft hoop, maar het zal de mensen in Frankrijk en Spanje niet meevallen de evenementen uit 1988 in Calgary en Seoul te overtreffen. Die waren immers meer dan voortreffelijk georganiseerd”, aldus de 70-jarige Samaranch.

Ruim een jaar voor de opening van de Winterspelen overheerst bij Samaranch tevredenheid. “Het geeft een prettig gevoel dat de Olympische drie-eenheid tussen het IOC, de nationale Olympische Comites en de internationale Sportfederaties goed in elkaar zit.”

Toch is Samaranch niet zonder zorgen. De manipulatie van de sporters, de dopingproblematiek, het hoge aantal deelnemers aan de Olympische Spelen, het steeds maar uitdijende programma en de nog niet overal geaccepteerde commercialisering van topsport zijn vraagstukken die hem bezighouden. “Ik reken voor Barcelona op een deelnemersaantal van rond de tienduizend. Bovendien verwacht ik nog eens de helft aan trainers, begeleiders en officials”, aldus Samaranch. “Het programma voor de komende Spelen staat vast. Daar zal niet meer aan worden gesleuteld. Maar het aantal mensen dat erbij betrokken is neemt gigantische vormen aan. Zo zullen er vijftienduizend mediavertegenwoordigers en twaalfduizend politiemensen actief zijn bij de Zomerspelen.”

Veel landen, vooral na de laatste ontwikkelingen ook in Oost-Europa, kampen met financiele problemen in de sport. Vanuit Boedapest en Varna klonk onlangs de roep om hulp in de richting van het IOC-hoofdkwartier. Samaranch: “Natuurlijk willen wij die landen terzijde staan. Maar zelfs het IOC beschikt niet over al het geld dat daarvoor nodig is. In Varna heb ik op een Olympische bijeenkomst een pleidooi gehouden voor sponsoring, zodat die landen zichzelf kunnen redden. De commercialisering van de sport moet in de juiste banen worden geleid.”

Samaranch gelooft er in dat Zuid-Afrika na ruim dertig jaar uitsluiting wegens de apartheidspolitiek binnen afzienbare tijd terugkeert als Olympisch deelnemer. “Het is mijn overtuiging dat Zuid-Afrika in 1996 erbij kan zijn. Het IOC stuurt in elk geval weer een speciale commissie naar dat land om zich een mening over de huidige toestand te vormen.”

De recente publicaties, vooral in Duitsland, over doping in de sport, hebben Samaranch niet onberoerd gelaten. “Doping is niet alleen een probleem voor Duitsland, het is een internationale zaak. Het IOC is de strijd tegen gebruik van stimulerende middelen aangegaan en we kunnen alleen maar hopen dat alle andere sportbonden dit voorbeeld zullen volgen. Wat de gevallen betreft die in Duitsland aan het licht zijn gekomen: die moeten door de Duitsers zelf worden opgelost. Ik geloof dat daar mogelijkheden genoeg voor zijn. Het IOC beperkt zich tot datgene wat onder de eigen verantwoordelijkheid valt. Er is dan ook geen moment aan gedacht bepaalde onderdelen van een tak van sport wegens gevallen van doping van het Olympische programma te schrappen.” (SID)