'Rol ruimteveer moet worden beperkt '

ROTTERDAM, 3 jan. - De rol van het bemande ruimteveer Space Shuttle moet worden teruggedrongen en het ontwerp voor het permanente ruimtestation Freedom dient aanzienlijk eenvoudiger (en goedkoper) te worden. Dat is de conclusie van een rapport dat een commissie van twaalf deskundigen heeft samengesteld. Deze heeft eind vorig jaar het hele Amerikaanse ruimtevaartprogramma doorgelicht en de werkwijze van het Amerikaanse bureau voor lucht- en ruimtevaart (NASA) minutieus onder de loep genomen.

Naar het oordeel van de commissie, die onder leiding stond van president-directeur Norman Augustine van de Martin Marietta Corporation, moet de NASA meer prioriteit geven aan zuiver wetenschappelijk ruimteonderzoek en dient de bemande ruimtevaart beperkt te blijven tot missies waarbij de aanwezigheid van de mens ook daadwerkelijk vereist is, zoals het repareren of naar de aarde terughalen van zeer kostbare, niet goed functionerende kunstmanen.

Te afhankelijk

Het rapport-Augustine onderstreept dat de Amerikaanse civiele ruimtevaart veel te afhankelijk is geworden van het ruimteveer en dat - statistisch gezien - vrijwel zeker nog voor de eeuwwisseling opnieuw een ruimteveer verloren zal gaan. Begin 1986 ontplofte tijdens de lancering de Challenger, waarbij alle zeven inzittenden om het leven kwamen. De risico's verbonden aan het Space-Shuttle-programma vormen in wezen een soort vicieuze cirkel. Het complexe karakter van het ruimteveer wordt grotendeels veroorzaakt door het feit dat er aan boord allerlei speciale voorzieningen moeten worden getroffen om de inzittenden enigszins comfortabel in leven te houden. Maar al die specifieke, vaak zeer ingewikkelde voorzieningen zorgen op hun beurt weer voor extra risico's.

De bouw van 'gewone' raketten was door de NASA beeindigd omdat volgens de toen heersende, maar achteraf onjuist gebleken, opvattingen het ruimteveer alle taken van de bestaande wegwerp-projectielen (zoals Atlas-Centaur, Delta en Titan-Centaur) gemakkelijk - en zelfs goedkoper - zou kunnen overnemen. Het Amerikaanse ministerie van defensie besloot meteen na de catastrofe met de Challenger over te stappen op de bouw van nieuwe, krachtige raketten van het type Titan 4.

De Sovjet-Unie op haar beurt heeft al laten weten maar zeer beperkt gebruik te zullen maken van haar ruimteveer Buran; ze blijft het overgrote deel van haar toestellen lanceren met raketten als Sojoez, Kosmos, Photon, Proton, Zenith en Energia.

In het rapport-Augustine komt ook het beoogde (internationale, zij het voornamelijk Amerikaanse) ruimtestation Freedom er niet zonder kleerscheuren af. Het huidige ontwerp moet volledig - “van top tot teen” - terug naar de tekentafel omdat het veel te groot, te gecompliceerd en te duur dreigt te worden. De commissie-Augustine pleit, in navolging van het Congres, voor een eenvoudiger en realistischer opzet van het ruimtestation dat volgens verscheidene Amerikaanse deskundigen in de vorm waarin het nu is ontworpen waarschijnlijk sneller uit elkaar zou vallen dan het gebouwd kan worden.

Het rapport beveelt aan dat voor de gewijzigde opzet van het ruimtestation “alle tijd” moet worden genomen die noodzakelijk is om tot een “zo doordacht en innovatief mogelijk” nieuw concept te komen. Het eerste basiselement van de Freedom zou volgens de oorspronkelijke plannen in het voorjaar van 1995 per ruimteveer in een baan om de aarde worden gebracht. Maar de kans is groot dat er nu op zijn minst enkele jaren vertraging zal optreden, ook al omdat het Amerikaanse Congres er niets voor voelt om er zo'n 37 miljard dollar aan te besteden. En als met de lancering van de afzonderlijke segmenten moet worden gewacht op de nieuw te bouwen raket van de type ALS (Advanced Launching System) - waar de NASA overigens erg weinig voor voelt - zal de verwezenlijking van het station wellicht pas omstreeks de eeuwwisseling kunnen beginnen.

Wat de gevolgen van de nieuwe opzet en de vertraging zullen zijn voor bij voorbeeld West-Europa, dat al bezig is met de ontwikkeling van een grote Columbus-laboratoriummodule voor de Freedom, is nog onduidelijk. Bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA is grote irritatie ontstaan over het onzekere en wisselvallige gedrag van de Amerikanen ten aanzien van het Freedom-project. De NASA zal naar wordt verwacht op 22 januari een plan presenteren voor een sterk aangepast en gewijzigd ruimtestation. Dat zal allereerst gebeuren voor het Amerikaanse Congres - dat heeft bepaald dat er de eerstkomende vijf jaar 6 miljard dollar op het project moet worden bezuinigd - maar ook aan de Freedom-partners Europa, Japan en Canada. De laatsten hebben al te horen hebben gekregen dat hun laboratorium-modules aanzienlijk kleiner moeten worden dan was voorzien en wellicht pas na de eeuwwisseling aan bod kunnen komen.

'Vergissing'

Ruimtevaartdeskundigen uit de Sovjet-Unie hebben eveneens laten weten dat hun collega's in de VS er maar beter niet met de Freedom in de huidige vorm kunnen doorgaan. De Russen hebben al vele jaren ervaring met ruimtestations. Hun huidige Mir-1 noemen ze een 'vergissing' en naar hun oordeel staan de Amerikanen op het punt in de fout te vervallen die zij zelf hebben begaan. Veel doelstellingen van de Freedom zouden ook kunnen worden gerealiseerd met automatisch werkende, veel minder gecompliceerde en daardoor ook veel minder dure ruimtevoertuigen.

Vitali Tatartsjenko, een van de directeuren van het ruimtevaart-technologisch toeleveringsbedrijf Kompozit in Kaliningrad, zegt: “Het Freedom-programma kan nog gestopt worden, onze Mir niet meer. De Freedom zal nooit het geld waard zijn dat er aan gespendeerd wordt, zoals dat ook bij de Mir het geval is. Maar die Mir is er nu eenmaal en dus maken we er ook naar beste weten en kunnen gebruik van. Voor degenen die met de gedachte spelen ook zoiets op poten te zetten, hebben we maar een advies: ermee kappen voordat het te laat is en de aandacht concentreren op goedkopere oplossingen”.

Ook Sovjet-ruimtevaarder Georgi Gretsjko, die zelf geruime tijd heeft doorgebracht aan boord van ruimtestations en werkzaam is als constructeur van ruimteschepen, kan er weinig enthousiasme opbrengen voor bemande ruimtestations. Volgens hem zijn Europese plannen voor een onbemand ruimteplatform veel beter dan de Mir- en Freedom-concepten. De ESA werkt namelijk niet alleen aan het Columbus-project dat voorziet in de koppeling van een laboratorium-module aan het Freedom-complex, maar ook aan plannen voor een tegen de eeuwwisseling te lanceren 'free flyer', een ruimtelab dat slechts van tijd tot tijd bezoek krijgt van een per Hermes-ruimtevliegtuig te lanceren astronautenteam. Dat is volgens Gretsjko de ideale aanpak.

tekening: Het bestaande ontwerp van het bemande internationale ruimtestation Freedom, waarop in de Verenigde Staten zware kritiek is geuit. Aan de buitenzijden de reusachtige zonnepanelen (1). In het midden de te bemannen modules van het station (2). Aan een ervan is een Amerikaans ruimteveer (3) gekoppeld. Het is de bedoeling dat de Amerikanen twee modules (cilinders) leveren (de voorste twee). De Europese ruimtevaartorganisatie ESA en Japan nemen de andere twee voor hun rekening. De ESA-module maakt deel uit van het Europese ruimteproject Columbus. (Illustratie NASA-ESA)