Nog meer dan Japan is Italie afhankelijk van het buitenland; Bij auto-advertenties gaat het nooit om het benzine-verbruik; Ecoterrorisme legt kwetsbaarheid bloot van Italiaanse energiesector

ROME, 3 JAN. Een paar weken geleden verschenen er ongebruikelijke advertenties in de Italiaanse kranten: de stroom kon uitvallen. Velen vroegen zich af waarom dat nu ineens werd aangekondigd, want de stroom valt hier wel vaker uit en dat is altijd zonder voorbericht of excuses achteraf. Het hoort bij de ongemakken van het leven in Italie.

Maar dit keer was het gevaar groter: grote delen van Midden- en Zuid-Italie dreigden zonder elektriciteit te komen zitten omdat een mast was vernield. Een onduidelijke groep mensen die in de pers “ecoterroristen” zijn gedoopt, had een bomaanslag gepleegd op een hoogspanningsmast in de verbindingslijn tussen het noorden en de rest van het land.

Twee maanden eerder was een nog belangrijker mast vernield, op de elektrische verbinding tussen Italie en Frankrijk. Behalve tot een vergeefse speurtocht naar de mysterieuze ecoterroristen leidden de aanslagen tot nieuwe aandacht voor de kwestbaarheid van de Italiaanse energievoorziening. Het land haalt zijn olie, met tegen de zestig procent de belangrijkste energiebron voor Italie, bijna allemaal uit het buitenland. In totaal zijn de Italianen, die minder energie verbruiken dan de Fransen of de Duitsers, voor ruim tachtig procent van hun energiebehoefte afhankelijk van het buitenland.

Dat is meer dan Japan, het schoolvoorbeeld van een energie-afhankelijk land. Vorig jaar heeft Italie ruim 21 biljoen lire (ruim 32 miljard gulden) uitgegeven aan de invoer van energie, een stijging van 24 procent vergeleken met 1988. Dit jaar zal de rekening door de Golfcrisis aanzienlijk hoger zijn: iedere dollar die een vat olie duurder wordt, betekent een tegenvaller op de begroting van ongeveer 900 miljard lire (bijna 1, 4 miljard gulden).

Voor zijn elektriciteit is Italie voor zo'n vijftien procent op buurlanden aangewezen. Frankrijk is daarbij, met Zwitserland, de belangrijkste leverancier. Ongeveer een derde van de elektriciteit die Italie invoert komt uit de Franse kerncentrales, waarbij voor Italie vooral de Superphoenix bij Creys Malville belangrijk is. Dat verklaart ook de aanslagen. Bij eerdere aanslagen zijn pamfletten gevonden waarin wordt geprotesteerd tegen kernenergie.

De energieproblemen van Italie, waarvoor geen oplossing in zicht is, komen onder andere doordat het land bij een referendum in november 1987 besloot het lopende kernenergieprogramma stop te zetten. De drie werkende centrales, die voorzagen in vier procent van de elektriciteitsbehoefte, gingen dicht. De kerncentrale in aanbouw bij Montalto di Castro wordt, na een kabinetscrisis hierover in 1988, omgebouwd voor een andere krachtbron. Het hele onderzoeksprogramma naar kernenergie is stilgelegd.

Italie is het enige EG-land dat na Tsjernobyl een lopend kernenergieprogramma heeft stilgelegd, en mede door de Golfcrisis vragen steeds meer politici zich hardop af of dat wel een verstandig besluit is geweest.

“Waarom moeten wij de laatsten van de klas zijn?” zei minister van industrie Adolfo Battaglia. “Frankrijk produceert 75 procent van zijn energiebehoefte uit kernenergie, Spanje veertig procent en Duitsland 35 procent.”

Ook de werkgeversorganisatie Confindustria pleit voor een heroverweging. Gezien de “bijna volledige afhankelijkheid van de import ... is kernenergie het enige werkbare alternatief”, aldus een verklaring.

Premier Andreotti had al vrij snel na het uitbreken van de Golfcrisis gezegd dat de keuze tegen kernenergie “gehaast” is gedaan en zou moeten worden “heroverwogen”, omdat zij zou zijn gedaan op “anti-wetenschappelijke” basis en met “negatieve bijziendheid”.

Maar Andreotti is niet meer teruggekomen op het energievraagstuk. Hij kan als geen ander het politiek klimaat peilen, en acht het kennelijk niet het

ste moment om opnieuw de ban op kernenergie ter discussie te stellen. Bij een opinie-onderzoek eind augustus van het weekblad L'Espresso was ruim de helft van de ondervraagden tegen kernenergie. Andreotti's vice-premier, de socialist Martelli, heeft fel campagne gevoerd tegen kernenergie. En bij een ingrijpende energieplan dat het kader moet vormen voor de komende jaren, is een voorstel om ruim 600 miljoen gulden uit te trekken voor onderzoek naar “veilige” kernenergie, door het parlement uit het wetsvoorstel geschrapt.

Minister Battaglia waarschuwt keer op keer dat de situatie bijzonder zorgwekkend is. De afgelopen jaren is de vraag naar energie met ongeveer vijf procent per jaar gestegen. Vooral in de industrie en de landbouw is de stijging groot. De groeicijfers van de huishoudens blijven hierbij iets achter. In 1990 is de stijging van het verbruik iets minder sterk geweest dan in voorgaande jaren, zo heeft het elektriciteitsbedrijf Enel gisteren bekendgemaakt.

In het energieplan dat onlangs na twee jaar wachttijd is goedgekeurd door het parlement, komt de nadruk dan ook zwaar te liggen op energiebesparing. Voor Italie is dat een nieuwigheid. Het land heeft nooit een minister gehad die zei dat de gordijnen 's avonds beter dicht konden. Bij auto-advertenties gaat het alleen maar om hoe hard ze gaan en hoe mooi ze zijn, nooit over hoeveel benzine ze verbruiken. Consumentenorganisaties die voorrekenen hoeveel stroom een wasmachine verbruikt, zijn nog te jong om serieus te worden genomen. En bij de verwarming van huizen, meestal olie-gestookt, gaat veel energie verloren door slecht-sluitende ramen, gebrekkig werkende ketels en nutteloos brandende radiatoren in lege woningen.

De nieuwe energiewet is deels een raamwet die met decreten en andere wetten moet worden ingevuld. Het is de bedoeling bedrijven te verplichten een energie-manager toezicht te laten houden op het energieverbruik. Bij de verkoop en verhuur van huizen zou een certificaat moeten komen waarop staat hoe hoog de kosten van verwarming zijn. Het stroomgebruik moet worden gespreid door sterk verschillende tarieven voor dag- en nachtstroom.

Er moet ook een regeling komen die een einde maakt aan de verspilling die het systeem van centraal geregelde verwarming in flatgebouwen met zich meebrengt. De meerderheid van de woningen heeft geen autonome verwarming, waardoor er vaak teveel wordt gestookt. Net als veel andere energie-besparende maatregelen kan de staat hiervoor tot dertig procent subsidie geven.

Deze en andere maatregelen moeten in 1995 hebben geleid tot een besparing van negen miljoen ton olie-equivalenten. Maar voorlopig is de enige concrete maatregel de verhoging van de elektriciteitstarieven. De stroom wordt gemiddeld twaalf procent duurder. Zoals zo vaak in Italie leidt falende overheidsplanning tot een aanzienlijke kostenstijging.

Onder de nieuwe energieplannen moeten de komende jaren tientallen miljarden guldens worden geinvesteerd in verbetering en uitbreiding van de elektriciteitscentrales. Een tegenvaller daarbij zijn de vertragingen bij de bouw van een grote kolengestookte centrale in Gioia Tauro, in de zuidelijke regio Calabrie. In november heeft het staatsenergiebedrijf Enel alle lopende contracten hiervoor opgezegd na beschuldigingen dat de mafia profiteerde van de bouw van de centrale, die tegen de zeven miljard gulden kost.

In zijn speurtocht naar energie heeft de Enel ook een uniek akkoord gesloten met een aantal grote bedrijven. Sinds acht jaar mogen die zelf energie opwekken, een mogelijkheid waar onder andere Fiat, Montedison, Italcementi en Falck direct gebruik van hebben gemaakt. De Enel is met een aantal bedrijven overeengekomen dat zij hun overschot aan energie kunnen verkopen aan de staat. Van de 230 miljard kilowatt elektriciteit die Italie vorig jaar verbruikte, kwam 26 miljard van andere bronnen dan de Enel, en het is de bedoeling dat dit aandeel stijgt naar 45 miljard kilowatt. Deze zomer is bijvoorbeeld afgesproken dat Fiat voor 1995 twintig nieuwe centrales zal bouwen, die tachtig procent van hun energie tegen een voor Fiat aantrekkelijke prijs zullen doorspelen naar de Enel.

De Enel zegt nu een beleid van diversificatie te voeren, maar volgens critici is dit een eufemisme voor een noodgedwongen speurtocht naar energie, waarbij iedere oplossing die even soelaas biedt, welkom is. Franco Viezzoli, directeur van de Enel, heeft duidelijk gemaakt dat het niet anders kan. Nu blijft het nog bij kleine stroomstoringen, al dan niet na een aanslag. Maar als we niet snel ingrijpen, zo roept Viezzoli al meer dan een jaar, riskeren we een echte black out.