Lucht kussen en zoute baksels voor nieuwjaar

DEN HAAG, 3 jan. - “He, hallo, de beste wensen he.” “Ja, jij ook.” Zo klonk het duizenden malen vanmorgen. Nieuwjaarsreceptie op Sociale Zaken. Een jaarlijks ritueel. Om vijf voor elf staan de drankjes klaar, maar ambtenaren zijn stipte mensen. De benedenhal is nog geheel verlaten. Tien minuten later zijn een kleine tweeduizend ambtenaren uit hun krochten gekropen. Bekenden die elkaar de hand schudden. Dames die lucht kussen: dat is veiliger, laat geen sporen na.

De hal van het nieuwe gebouw - het is de eerste nieuwjaarsreceptie hier - is niet berekend op zoveel publiek. Het is als een disco zonder muziek. Een kwartier later begint de minister aan zijn toespraak. Zijn gehoor kijkt alle kanten op: door de geluidsinstallatie komen de ministeriele woorden van overal tegelijk en het lage plafond laat geen podium toe dat boven de menigte uittorent.

De Vries' echtgenote kon er helaas niet bij zijn. Ze zijn namelijk naar de wintersport geweest ... .De minister laat een korte stilte vallen. Het gehoor lacht. Mevrouw De Vries zit in het gips. Geen beste wensen van de bewindsman, maar een “van de gelegenheid gebruik maken om iedereen een voorspoedig 1991 toe te wensen - korte pauze - ook namens de staatssecretaris”. Gegniffel. “Ja, zo gaat dat”, verklaart de minister zijn woorden. Tussen de “efficiency operaties”, de “verzelfstandigingen” en de “overvraging van het ambtelijk apparaat” voelt hij zich hoorbaar meer op zijn gemak. Het gehoor roezemoest zachtjes.

Het is de beurt van de secretaris-generaal om de bewindslieden namens alle ambtenaren een voorspoedig '91 te wensen. Hij verhaalt nog even van de recente verhuizing van het departement, hoe 1850 ambtenaren in een week werden verhuisd en de meesten hun werkzaamheden slechts een paar uur hoefden te onderbreken. Massaal, onbesmuikt gelach. “Anderhalve week”, verklaren twee ambtenaren. De SG heeft zijn gehoor niet meer stil gekregen. Maar dankzij de versterking kon hij zijn verhaal afmaken.

De drank bleef intussen onaangeroerd. Men wacht tot de baas is uitgesproken. Pas dan wordt er gedronken, zelden geproost. Bladen vol zoute baksels komen voorbij. Velen hoeven niet, anderen verorberen een staafje, uit routine. Velen verbazen zich over alle onbekende gezichten. Ze zitten nog maar enkele weken samen in een gebouw. Zulke gelegenheden zijn goed om elkaar beter te leren kennen, zegt iemand, een praatje makend met enkele bekenden.