Laatste fase federalisering gifpil voor Belgisch kabinet; Voor Pasen dient akkoord over derde fase te zijn bereikt

BRUSSEL, 3 jan. - Het kabinet-Martens-VIII is begonnen aan het laatste volledige jaar van zijn regeerperiode. Volgend jaar om deze tijd zullen de partijen al volop verwikkeld zijn in de campagne voor de parlementsverkiezingen die, als alles loopt volgens programma, op 19 januari 1992 moeten worden gehouden.

Maar voor het zover is, zal nog zeker een keiharde noot spoedig gekraakt moeten worden: de derde fase van de staatshervorming, de apotheose van de federalisering van Belgie, die uitgangspunt en ratio van de vijfpartijencoalitie was die in mei 1988 ging regeren.

Die coalitie kwam immers, na de langste kabinetsformatie die Belgie ooit heeft gekend, pas tot stand nadat de huidige minister van verkeer, vice-premier Jean-Luc Dehaene, een regeerakkoord had uitgewerkt met een ingenieus scenario voor de realisering van de federalisering waar niet alleen de christen-democraten en de socialisten hun handtekening onder konden zetten, maar ook de Vlaams-nationalistische Volksunie. Want pas op die wijze kon de twee-derde meerderheid worden verzekerd die nodig is voor een grondwetswijziging.

Derde fase

Het afronden van de federalisering met de derde fase is echter van meet af aan een onzekere factor geweest, een gifpil bijna voor de levenskansen van het kabinet. De voorstanders van de unitaire staat, vooral te vinden onder de francofone Brusselaars en in het paleis in Laken, hebben altijd hun bedenkingen gehad tegen het uithollen van de centrale macht die de derde fase met zich meebrengt. Die fase houdt immers in dat de gemeenschappen en gewesten het recht van verdragssluiting krijgen, dat de bevoegdheden van de centrale staat tegenover de gewesten en gemeenschappen nader worden gedefinieerd, dat het dubbele mandaat wordt afgeschaft en dat de parlementaire instellingen, met name de Senaat, worden hervormd.

Het afgelopen jaar doken van tijd tot tijd berichten op dat andere partijen dan de Volksunie het eigenlijk niet meer zo nodig vonden om haast te maken met die derde fase. En elke keer dat dat gebeurde lieten de vertegenwoordigers van de Volksunie in het kabinet in een soort omgekeerde Pavlov-reactie hun protest horen: 'De coalitie staat op springen als in deze regeerperiode de staatshervorming niet volledig wordt afgewerkt'. Anders, zo klonk daar duidelijk in door, zou immers de toch al omstreden deelneming aan die coalitie door de Volksunie voor de Vlaams-nationalistische kiezer helemaal niet meer zijn te motiveren.

Nota

Ongeveer een maand geleden lekte - waarschijnlijk met politieke bijbedoelingen - de inhoud van de nota uit die vice-premier Dehaene te elfder ure heeft opgesteld over de manier waarop de derde fase er in de praktijk zou moeten uitzien: afschaffing van het dubbele mandaat - het gelijktijdige lidmaatschap van Kamer of Senaat en van een gewest- en-of gemeenschapsraad -, rechtstreekse verkiezing van de leden van de diverse parlementen, inkrimping van Kamer en Senaat, splitsing van de provincie Brabant in een provincie Vlaams-Brabant en een provincie Waals-Brabant, geen stemrecht over de taalgrens heen, dat wil zeggen: de francofone bewoner van de 'Brusselse rand' in Vlaams gebied kan geen stem uitbrengen op een volksvertegenwoordiger in naburig francofoon gebied.

Aan Vlaamse kant is die nota tamelijk positief ontvangen: zelfs de Volksunie kan zich ermee verenigen, al vindt partijvoorzitter Jaak Gabriels de oplossing die Dehaene voor de Senaat heeft gekozen veel te ingewikkeld.

De grote onbekende is sinds enige tijd echter de opstelling van de Waalse socialisten. Die zijn onderling scherp verdeeld tussen enerzijds de 'happartisten', de aanhangers van Jose Happart, de befaamde volkstribuun van Voeren, en anderzijds de 'spitalisten', de aanhangers van partijvoorzitter Guy Spitaels. Happart, die bij de laatste verkiezingen niet minder dan 300.000 voorkeurstemmen behaalde, vertegenwoordigt de typisch arbeideristische stroming binnen de PS die lak heeft aan het Brusselse establishment en vooral geinteresseerd is in versterking van de Waalse autonomie.

Congres

Spitaels, de geslepen hoogleraar, die zijn partijvoorzitterschap bekleedt met bijna mitterandistische hooghartigheid, is weliswaar ook overtuigd federalist, maar wil de links stemmende francofone Brusselaars niet van de PS vervreemden. Anderzijds kan hij het zich ook niet veroorloven dat Happart zijn dreigement ten uitvoer brengt om een eigen partij op te richten. Dat zou de meerderheid die de PS in veel Waalse steden heeft ernstig in gevaar brengen.

De grote vraag is dus wat voor een partij de PS moet zijn: een Waalse of een francofone? Die vraag zal beantwoord moeten worden op de 26ste januari, wanneer de PS haar partijcongres houdt in Luik. En daar zal ook duidelijk worden of de Belgische coalitiepartijen, zoals premier Martens gisteren in een vraaggesprek met De Standaard zei, spoedig, dat wil zeggen “voor Pasen”, tot een politiek akkoord kunnen komen over de derde fase “met het vooruitzicht dat men tegen de grote vakantie die zaak kan omzetten in teksten”. Want anders, zo voorspelde de premier, “komen we er niet uit”.

    • Frits Schaling