Incasseren op z'n Spaans, in rok met hoge zije

Door ongebreideld optimisme over de economische ontwikkeling hebben veel Spaanse bedrijven en particulieren zich diep in de schulden gestoken. Wanbetalers kunnen hun borst natmaken, zij lopen een grote kans op een bezoekje van de Ontvanger in rokkostuum. Incasseren op z'n Spaans, met hoge zije.

Sommige mensen gaan des daags diep gebukt onder het idee dat ze nog openstaande rekeningen hebben en kunnen om dezelfde reden 's nachts de slaap niet vatten. Anderen beginnen zich pas zorgen te maken wanneer hun slechte geweten een hoge hoed op zet en een rokkostuum aantrekt.

Deze gedachte ligt ten grondslag aan een van de succesvolste ondernemingen op het gebied van het innen van achterstallige schulden die Spanje op het ogenblik kent. El Cobrador del frac, de Ontvanger in het rokkostuum, gaat er van uit dat zelfs de hardnekkigste wanbetaler door schaamte wordt bevangen wanneer hij ten overstaan van zijn buren, zijn vrienden en zijn collega's als zodanig te kijk wordt gezet. Daarom hijsen werknemers van het bedrijf in meer dan twintig Spaanse steden zich vrijwel iedere ochtend in hun avondkostuum, stappen in een gitzwarte Seat 600 of Peugeot 205 met een groot reclamebord op het dak en begeven zich naar huis of werkplek van de schuldenaar. Daar aangekomen zet de man van het incassobedrijf zijn hoge zije op en trekt zijn witte handschoenen aan, om met statige pas op zijn doelwit af te stappen en een kaartje te overhandigen met het simpele verzoek zich in verbinding te stellen met de Cobrador del frac. Dat verzoek had de debiteur al eerder bereikt, zowel schriftelijk als per telefoon, maar daarop had hij niet gereageerd. Dom. Heel dom.

“Al na het eerste bezoek bellen verreweg de meeste objecten ons kantoor om een regeling te treffen, ' stelt German Arthoud tevreden vast. “Daar staat ons gedegen vooronderzoek garant voor. Alvorens de debiteur te benaderen, hebben we ons namelijk op de hoogte gesteld van zijn gewoonten. We weten niet alleen waar hij woont, maar ook waar hij winkelt en werkt, op welke avond hij naar de kegelclub gaat en indien nodig ook het hotel of de bungalow waar hij vakantie viert. Dat alles dient om hem te kunnen benaderen op een moment en in een omgeving waar hij zich voor zoveel mogelijk mensen moet schamen dat hij zijn rekeningen niet heeft voldaan.'

German Arthaud is een van de directeuren van de onderneming en houdt kantoor te Madrid, al verplaatst hij zich desgewenst ook naar andere delen van het land. Naast zijn bureau staat een kleine koffer. De nacht tevoren heeft hij tot half drie de wacht gehouden bij een flatgebouw in Bilbao, waar de vriendin van een wanbetaler woont. Als een van de vier employees van het eerste uur verricht hij nog altijd werk in het veld, voornamelijk om het doen en laten van nieuwelingen te controleren en hen van instructies te voorzien. Dat is ook wel nodig, want de vier man die El Cobrador del frac in 1988 oprichtten, hebben inmiddels gezelschap gekregen van ruim driehonderdvijftig medewerkers. De meeste incasseerders staan onder bevel van het hoofdkwartier in Madrid, maar er zijn ook vestigingen op franchise-basis. Madrid levert in dat geval de expertise en de naam (een gedeponeerd handelsmerk), terwijl een plaatselijke ondernemer voor de financiering zorgt.

Slechts een klein deel van het personeel gaat gekleed in zwart en wit, benadrukt Arthaud. Het succes van de onderneming is immers niet alleen te danken aan het toneelstukje dat de ontvanger opvoert. Sterker nog: dat idee is op zichzelf al behoorlijk oud.

Vervolg: Al in de jaren veertig gingen in Spanje incasseerders op pad in rode narrenpakken met belletjes en in Zuid-Amerika schijnt ook een dergelijke traditie te bestaan. Wat El cobrador del frac van de concurrentie onderscheidt is de gedegen voor- en nazorg, de eigen juridische afdeling, de detectives en de zorgvuldige administratie en uiteraard de, naar eigen zeggen, billijke tarieven.

De firma int uitsluitend schulden van meer dan honderdduizend peseta's (ongeveer achttienhonderd gulden) en de opdrachtgever moet, naast uiteraard een schriftelijk bewijs voor zijn claim, vooraf een percentage van het te vorderen bedrag op tafel leggen, dat varieert van vijf tot twee procent. Daarna zijn alle kosten voor rekening van het incassobureau. Dat stelt zichzelf bij een geslaagde inning ruimschoots schadeloos door het inhouden van vijfendertig procent van de geinde som.

Met royaal dedain laat Arthaud zich uit over concurrenten die meenden uitsluitend door het imiteren van de verkleedpartij evenveel succes te kunnen hebben. Zo is er een firma die zijn cobradores de straat op stuurt in het kostuum van de Roze Panter en ook belt er hier en daar een ontvanger aan in extravagante Louis XIV-kledij, compleet met witgepoederde pruik. “Amateurs”, meent de directeur, . “Of mafia. Want in deze branche had men vroeger enorm veel last van misdadigers en beunhazerij. Wij hebben nog nooit problemen met de rechter gehad. Wij slaan nooit. Wij achtervolgen nooit iemand. Wij overhandigen alleen op een welgekozen moment ons kaartje. Men kan ons zelfs niet beschuldigen van inbreuk op de privacy. Natuurlijk baart het kostuum opzien. Maar dat is geen basis voor een juridische procedure. Dan zouden de uniformen van de meteropnemer en de tramconducteur ook verboden moeten worden. De rok is gewoon onze bedrijfskleding.'

De helft van de opdrachten die El Cobrador del frac ontvangt is gericht op bedrijven, de andere helft heeft tot doel onwillige particulieren tot betaling te dwingen. Het is die laatste groep die de meeste groei vertoont. Als het gaat om de toename van consumptief krediet en de daarmee gepaard gaande betalingsmoeilijkheden heeft de firma dan ook de wind volop in de rug. De onstuimige economische groei waardoor Spanje de laatste jaren wordt geteisterd, heeft de consument een vaak nogal overspannen vertrouwen gegeven in de eigen koopkracht; is het niet die van vandaag dan toch zeker die van morgen.

Spaanse ondernemingen zijn intussen al enigszins teruggekomen van hun neiging om financiering aan te vragen die uitsluitend gebaseerd is op grenzeloos optimisme. De totale vraag naar binnenlands krediet groeide afgelopen jaar met minder dan tien procent en dat was voor de minister van financien en de president van de centrale bank reden om per 31 december een eind te maken aan een aantal kredietbeperkende maatregelen - waaronder een verplicht deposito - die oververhitting van de economie moesten voorkomen.

De ondernemers hebben gelijk als ze zichzelf beperkingen opleggen: hoewel de Spaanse economie nog steeds alleszins zonnige perspectieven heeft en geenszins blijkt te lijden onder de belangstelling die sommige internationale investeerders de laatste tijd voor Oost-Europa tonen, is de recordgroei van de afgelopen jaren nu wel voorbij. De OESO voorspelt voor 1991 zelfs iets wat op een recessie lijkt, met een groei van het bruto nationaal produkt van slechts 2, 5 procent (tegen 3, 5 procent dit jaar) en pas voor 1992een licht herstel (plus 2, 9 procent).

Helaas hebben de meeste particulieren hun verwachtingen wat trager bijgesteld. In het afgelopen jaar vervijfvoudigde dan ook de schuld die Spaanse burgers bij banken en financieringsinstellingen opbouwden in hun jacht op koelkasten, videorecorders, kleding, nieuwe auto's en moderne keukens. De smallere marges die het bedrijfsleven voorziet hebben ertoe geleid dat de werving voor al deze goederen steeds agressiever is geworden en de financieringsvoorwaarden steeds verleidelijker. In de koopmaand bij uitstek, december, gingen de warenhuizen en winkelketens zelfs op zondag niet meer dicht, om de consument volop de gelegenheid te geven zijn behoefte aan het ledigen van de beurs bot te vieren en de feestdagen zo te organiseren dat het hem aan niets ontbreekt. Die feestdagen duren overigens tot en met zes januari. Pas op Driekoningen vieren de Spanjaarden pakjesavond en tot die datum worden vaders, moeders en hun verlanglijstmakende kinderen dus met een spervuur van speelgoedreclames bestookt.

Ouders die niet behoren tot de zestien procent van de beroepsbevolking die als werkloos staat geregistreerd en bovendien lid zijn van een vakbond mogen daarna in de slag met de overheid om hun jaarlijkse salarisverhoging. De bonden eisen voor 1991 minimaal negen procent, maar minister Solchaga van financien wil niet verder gaan dan vijf of zes procent - nauwelijks meer dus dan het voor dit jaar voorziene inflatiecijfer van vijf procent. Solchaga legde eind vorige week een rechtstreeks verband tussen de consumptiedrift van de Spanjaarden en daaruit voortvloeiende looneisen en de hoge kosten van leningen die zowel bedrijven als particulieren treffen. Hij is bovendien de eerstverantwoordelijke voor een fiscaal klimaat dat met ingang van 1991 voor de gemiddelde burger aanzienlijk harder is geworden; niet omdat de belastingdruk zozeer toeneemt maar omdat de controle op de inning aanmerkelijk is verscherpt. Bij alle bancaire transacties is vanaf 1 januari de vermelding van het fiscale nummer van de betrokken partijen verplicht gesteld.

De autoverkopen hebben de afgelopen maanden als eerste geleden onder de negatief bijgestelde verwachtingen van de gemiddelde consument. Mede onder invloed van de gestegen benzineprijzen zijn voor sommige merken de verkopen in het laatste kwartaal gedaald met bijna dertig procent.

Enigszins spijtig stelt German Arthaud echter vast dat zijn incassofirma op de automarkt weinig zaken doet. De bedrijven die zich hebben gespecialiseerd in de financiering van rollend materieel zijn immers zelf veel te bedreven in het beperken van hun risico's. Als het gaat om de duurdere huishoudelijke artikelen, om de luxueuze verbouwing van keuken of badkamer en om het huis of appartement waarvoor veel te veel is betaald, dan ziet de invorderingsdeskundige voor zichzelf en zijn onderneming een stralende toekomst in het verschiet. Vooral de middenklasse, waarop hij zijn inspanningen in de praktijk doorgaans richt, krijgt het volgens zijn verwachting in 1991 moeilijk. Hardop vraagt hij zich af, of deze voorspelling uitsluitend voor Spanje geldt. Bijna onnodig te zeggen, dat er bij El Cobrador del frac de laatste tijd druk op mogelijkheden voor expansie naar andere Europese landen wordt gestudeerd.

    • H. M. van den Brink