'Ik vind het niet erg om met de trein te gaan. In de trein kan ik mijn huiswerk maken, dat kan niet in de auto.'

De ouders van Sandra Los (18 6-VWO) zijn naar Leersum verhuisd. Haar school, het St Montfoort College, bleef in Rotterdam.

'Ik kon dat laatste jaar in Utrecht afmaken of in Rotterdam op kamers gaan, maar dat wilde ik geen van beide. Ik wilde de zesde klas op deze school afmaken, anders moest ik weer allemaal nieuwe boeken aanschaffen. En op kamers wilde ik ook liever niet. De tijd die het kost om heen en weer te reizen zou ik dan kwijt zijn met koken en schoonmaken. Leren en voor jezelf zorgen, dat gaat niet samen. Ik kan trouwens niet tegen schoonmaken, ik ben allergisch. Als ik afstof loop ik meteen dagenlang met een zakdoek voor mijn neus.'

Hoe begint de dag in Leersum?

'Om zes uur word ik uit mezelf wakker, om kwart over zes sta ik op. Dan voel ik me prima. Vroeger toen ik tot acht uur in bed kon blijven liggen, was ik altijd chagrijnig, nu helemaal niet. En ik ga helemaal niet extra vroeg naar bed, in tegendeel. Gisteren was het twaalf uur. Als ik aangekleed ben, ga ik brood klaarmaken voor mijn vader en mij. Hij brengt me naar de trein, om zeven voor zeven gaan we weg.'

Waar praten jullie 's ochtends over?

'We praten niet zo erg. Hij zegt goeiemorgen en zullen we gaan? en heb ik alles? Dat is het zo'n beetje. Dan gaan we de auto in en hij zet me af bij het station. Om acht minuten over zeven gaat de stoptrein naar Utrecht. Om half acht ben ik in Utrecht, de intercity komt - als het goed is - om tien over half acht. In Utrecht moet hij loskoppelen, dat duurt vaak lang. Om vijf voor half negen hoort de trein in Rotterdam te zijn, maar dat lukt vaak niet. Als hij een kwartiertje te laat is, haal ik het nog wel, maar vaak is er veel meer vertraging. Laatst was er een bom-melding, toen was hij anderhalf uur te laat. Het gaat niet goed met het openbaar vervoer, echt niet. De treinen rijden niet op tijd. Deze week viel het nog mee, maar tenminste een keer per week is hij te laat, meestal op maandag en dinsdag. De stoptrein is doorgaans wel op tijd en als hij te laat is, is dat niet meer dan vijf minuten. De intercity is vaak tien of vijftien minuten te laat en soms zelfs meer. Dan wordt er omgeroepen dat hij een vertraging van vijftien minuten heeft, maar dan moet hij nog loskoppelen. En iedereen moet eruit en erin, dat is ook nog een heel gedoe, want de mensen staan bij de ingang te dringen, zodat niemand de trein uitkan. Ze willen er zo snel mogelijk in, dan hebben ze nog een zitplaats.'

Ken je mensen in de trein?

'Ik herken de gezichten. Op het perron staat iedereen een beetje te slapen, niemand zegt elkaar gedag. Ik heb de laatste tijd een meisje met wie ik praat. Dat kwam door de bom-melding. Toen bleef de trein urenlang staan en werd het heel gezellig. Sindsdien praat ik met haar. De meeste andere mensen zijn van die types met koffertjes, die zijn oud en getrouwd. Daar zeg ik niks tegen. Op de terugweg zitten er veel oude mensen in de trein, die zijn wel gezellig, die praten. 's Ochtends is het stil. Die van die koffertjes praten niet.

Ik neem de trein van negen over half vier terug, dan ben ik om acht over half vijf in Maarn en daar staat mijn moeder met de auto op me te wachten.'

Wat moeten jouw ouders veel voor je doen.

'Dat vinden ze niet erg. Ik kan ook de bus nemen, maar ze zeggen: ben je gek, het is maar tien minuten. Mijn moeder vindt het gezellig om samen boodschappen te doen. Ze vindt het leuk om me op te halen en voor mij is het wel gemakkelijk. Ik ben misschien een beetje lui, ik kan ook heel lang achter elkaar televisiekijken. Ik maak me niet gauw druk. Ik ben ook nooit bezorgd of ik op tijd kom. Alleen met schoolonderzoeken zou ik het heel vervelend vinden om te laat te komen, maar in zo'n geval neem ik de auto.'

De auto.

'De auto van mijn moeder. Toen ik wist dat we zouden verhuizen, heb ik mijn rijbewijs gehaald. Als mijn moeder hem niet nodig heeft, mag ik gerust de auto nemen, maar op de dag dat ik dat zou willen, moet zij werken. Dat is op donderdag, dan hebben we maar drie uur school. Dan is die hele treinreis wel een hoop moeite voor die paar uurtjes. De andere dagen kom ik laat uit school. Dan ben ik moe en vind ik het niet verstandig om dat hele stuk te rijden. Ik vind het niet erg om met de trein te gaan. In de trein kan ik mijn huiswerk maken, dat kan niet in de auto. Alleen de vertragingen zijn vervelend en ik ben ook niet blij als het heel druk is en iemand zet een enorm koffertje naast je neer en begint een banaan te eten.'

    • Yvonne Kroonenberg