Een plichtmatig en saai begin van het Mozartjaar

Concert: Mozart in Den Haag. Met: Bob van Asperen (klavecimbel); Marieke Blankesteijn (viool); Marianne Koopman (sopraan); Arion Ensemble o.l.v. Alexandru Lascae. Programma: Acht variaties op een Hollands lied voor klavecimbel KV 24. Sonates voor klavecimbel en viool: KV 22, 26 t-m 31. Symfonie KV 22, Galimathias Musicum voor klavecimbel en orkest KV 32. Concertaria voor sopraan en orkest 'Conservati Fedele' KV 23.

Den Haag was er gisteren als de kippen bij om het Mozart-jaar in te luiden met een concert waar uitsluitend werken werden gespeeld die de negenjarige Mozart in Den Haag componeerde, nu 225 jaar geleden. Wat een opwindende belevenis moet het destijds zijn geweest om de kleine duivelskunstenaar zijn eigen composities te horen spelen, en wat een saaie boel was het gisteren in de Anton Philipszaal. Het leek of de musici hun taak schromelijk hadden onderschat, want niets is kwetsbaarder dan de muziek van het wonderkind. Het notenbeeld is simpel maar achter de zwarte vliegenpoepjes heerst een bruisende vitaliteit die slechts door een uiterst levendige voordracht opnieuw kan ontstaan.

De pret van de zes sonates voor klavecimbel en viool werd in de kiem gesmoord door het gortdroge spel van klavecinist Bob van Asperen en de zwemmerige klank van violiste Marieke Blankesteijn. Levendige tempi boden geen uitkomst want Van Asperens spel bleef smetteloos en strak in het keurslijf van het metrum. Verbazingwekkend weinig maakte hij gebruik van rubato, het expressiemiddel bij uitstek van een instrument dat nauwelijks dynamische mogelijkheden heeft.

Marieke Blankesteijn had zich opgesteld achter de omhoog geklapte deksel van het klavecimbel waardoor ze voor de helft van het publiek onzichtbaar en ook vrijwel onhoorbaar werd. Uiteraard waren de bedoelingen goed, want in deze jeugdwerken heeft Mozart de viool slechts een secundaire rol toebedeeld. Maar het wazige geluid van achter de klep leidde terecht tot een kleine opstand in de zaal.

De ware oorzaak van de onverstaanbaarheid was echter haar onbekendheid met de oude strijktechniek waarmee spits en helder wordt gearticuleerd, onontbeerlijk wanneer men jeugdwerken van Mozart met klavecimbel speelt. Ook met een moderne stok kan men het springerige van een barokstok suggereren als men maar een duidelijke klankvoorstelling heeft.

Hieraan ontbrak het niet alleen de vioolsoliste maar ook het Arion Ensemble. Het resultaat was saai en plichtmatig spel in de symfonie KV 22, de begeleiding van sopraan Marianne Koopman in de concertaria KV 23 en het geestige Galimathias Musicum voor klavecimbel en orkest.

De Engelse dirigent John Eliot Gardiner zag het Mozartjaar onlangs met sombere blik tegemoet: “Ik zie het publiek verdrinken in knullige Mozarts, gebracht op een conventionele en dodelijk saaie manier.” Wat betreft het eerste concert in Den Haag is zijn voorspelling uitgekomen.

    • Katja Reichenfeld