Een ballet van handen

Pickpocket. Regie: Robert Bresson. Met: Martin Lassalle, Pierre Leymarie, Marika Green. Amsterdam, Rialto; Utrecht, 't Hoogt.

Het opnieuw in Nederland uit brengen van Robert Bressons Pickpocket uit 1959 is een cinefiele goede daad, zonder duidelijke aanleiding. De film was af en toe nog wel eens te zien in het kader van een Bresson-retrospectief en leende zich dan uitstekend ter illustratie van de ongewone werkwijze van de regisseur. Bresson schuwt klassieke dramatische vormen en moet niets hebben van psychologische motivering of een spannend verteld verhaal. Hij werkt bij voorkeur met niet-professionele acteurs, die hun rol zo min mogelijk interpreteren. Het gaat om de essentie van hun handelingen, zo emotieloos mogelijk, quasi-documentair geregistreerd. De nadruk ligt op een kunstmatige vormgeving van de montage, waarbij de geluidsband minstens zo belangrijk is als de beelden. Daardoor ontstaat een afstandelijke compositie, die de spirituele kant van alledaagse handelingen bijna terloops benadrukt.

Het voordeel van de 'losse' vertoning van Pickpocket is dat de toeschouwer in staat gesteld wordt onbevangen kennis te nemen van de filmkunst van Bresson. Tijdens de Nederlandse premiere waren de persreacties in Nederland beinvloed door teleurstelling dat Bresson geen morele uitspraken doet over het bestaan van een zakkenroller. Bovendien vroeg menige criticus zich af of het publiek Bressons verteltrant wel aan zou kunnen. Bij latere vertoningen werd de film doorgaans geduid in het licht van Bressons theorie over filmkunst, die hij 'le cinematographe' noemt. Misschien is de tijd nu rijp om gewoon naar een film te kijken, die de toeschouwer alle ruimte laat voor eigen interpretatie en die tegelijkertijd meeslepend is door zijn virtuositeit.

Vergeet dat Pickpocket een film van Bresson is en ga (opnieuw) kijken naar een in prachtig zwart-wit gedraaid portret van een Dostojevskiaanse held, die meent dat sommige individuen boven de wet staan. Zakkenrollen is voor Michel (Martin Lassalle) een existentiele noodzaak, een manier om zijn identiteit te bevechten. Het gaat hem niet om de opbrengst, maar om het bewijs dat hij slimmer is dan zijn slachtoffers, die hij toevallig tegenkomt in de metro of op de renbaan van Longchamps. Hij traint zijn vingervlugheid en laat zich in de fijne kneepjes van het vak inwijden door een meester in het ambacht. In opvallende close-ups verlustigt Bresson zich aan de sensualiteit van een hand die in andermans zak glijdt. In de beroemdste sequentie van Pickpocket worden de successen van Michels vingers gemonteerd tot een ballet van handen, op muziek van de barok-componist Lully.

Achteraf bezien is Pickpocket, ondanks de duidelijke signatuur van Bresson, gewoon een adembenemende, 'moderne' film, die zich ook heel goed laat vergelijken met het vroege werk van de tot een heel andere school behorende perfectionist, Stanley Kubrick. De overweging dat een klassieke Bresson-film nu permanent beschikbaar is gekomen voor distributie in Nederland is misschien minder belangrijk dan de constatering dat hij ook buiten het auteursgetto op eigen benen kan staan.

    • Hans Beerekamp