Drugsbaronnen en rebellen doden agenten in Colombia

BOGOTA, 3 jan. - Woordvoerders van de politie in Colombia vrezen een nieuwe golf van geweld nu in de eerste twee dagen van het nieuwe jaar al 32 politieagenten zijn vermoord.

Onbekenden schoten in Medellin, de tweede stad van Colombia, vier geheime agenten dood vanuit een rijdende auto. Bij een tweede aanslag kwam een korporaal om het leven. Volgens de politiecommandant, Jaime Pena, zijn de aanslagen in Medellin het werk van de drugsbaronnen. Het kartel van Medellin maakt bij zijn moordaanslagen bij voorkeur gebruik van huurmoordenaars, die hun opdrachten uitvoeren vanaf motoren of vanuit rijdende auto's.

Twaalf agenten van de Colombiaanse drugsbestrijdingsdienst werden gistermorgen gedood toen ze in een hinderlaag liepen in de buurt van Santa Marta, een stad aan de Caraibische kust. De politie hield in eerste instantie de guerrillabeweging Gewapende Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC) verantwoordelijk. Over die lezing is twijfel ontstaan nu de aanslagen in Medellin het werk lijken van de drugsmafia. Dinsdag waren in verschillende delen van het land vijftien politieagenten vermoord. Het merendeel daarvan werd op het conto van de FARC geschreven.

Het regeringsleger bombardeerde en veroverde op 9 december het FARC-hoofdkwartier Casa Verde, 200 kilometer ten zuiden van Bogota. De rebellen beantwoordden het regeringsoffensief met een nieuwe reeks aanvallen, verspreid over het hele land. In een nieuwjaarsboodschap vroegen commandanten van de FARC om hervatting van de vredesbesprekingen met de regering.

De drugsmafia stuurt sinds juli vorig jaar aan op een vredesakkoord met de overheid. In die maand kondigde Los Extraditables, de terreurgroep van het kartel van Medellin, een wapenstilstand af. Het aantal moorden en aanslagen met autobommen bleef sindsdien beperkt. (Reuter, AFP, AP)