'Die godsdienstlessen, dat had ik nooit moeten doen. Ik had meteen moeten solliciteren naar de onderbouw.'

'Jarenlang ben ik als vrijwilligster actief geweest op de school van mijn kinderen. Ik ben leesmoeder geweest, heb in de medezeggenschapsraad gezeten, maar dat is toch heel wat anders dan zelf voor de groep staan. Dan heb je de verantwoordelijkheid, je stelt eisen aan de kinderen en aan jezelf en je moet zekerheid uitstralen. Dan pas functioneer je als leerkracht.''

Ria van de Berg (44) heeft als moeder van drie dochters de ontwikkelingen in het onderwijs altijd op de voet gevolgd. Nu de jongste naar de middelbare school is gegaan wil ze graag haar beroep van kleuterleidster weer oppakken. Het liefst in een duobaan zodat ze voldoende tijd overhoudt voor haar gezin. Ze doet er van alles aan om die stap te verwezenlijken, maar als herintreedster is dat niet eenvoudig. Zeker niet in Zeeland, waar wel een grote behoefte bestaat aan invallers, maar nauwelijks vaste banen zijn te krijgen.

Ria van de Berg heeft juist de laatste bijeenkomst achter de rug van de 'opfriscursus' die door de PABO in Middelburg werd georganiseerd. Vijftien herintreedsters - mannen worden niet gesubsidieerd - uit heel Zeeland kwamen tien middagen van een tot vijf bij elkaar. “ Zeer interessant, maar veel te kort”, oordeelt Ria van de Berg. “ We hebben mogen snuffelen, maar verder ging het niet. Een middag over rekenen, dat is natuurlijk niets. De zaakvakken als aardrijkskunde en geschiedenis zijn helemaal niet aan de orde geweest. Bij de evaluatie hebben we gezegd dat er eigenlijk een vervolg op moet komen.”

Het belang van de cursus was vooral dat de herintreedsters weer vertrouwen kregen in eigen kunnen. Ria van de Berg: “ Ik was te onzeker om zomaar te gaan solliciteren, daarvoor ben ik er te lang uit geweest. Door deze cursus is dat onzekere gevoel verdwenen en zeg ik: ja, ik durf het aan.” De belangstelling voor de cursus is zo groot dat er in januari alweer een volgende van start gaat met vijftien nieuwe herintreedsters.

Intussen heeft Ria er ook al wat 'verse' leservaring bijgekregen doordat ze zich als invalster aanmeldde. Ze werkte drie maanden op Schouwen Duiveland en haar laatste invalklus op de Christelijke dorpsschool van Kamperland op Noord Beveland zit er bijna op. “ Het is heerlijk om de verantwoordelijkheid voor een eigen groep kinderen te hebben, de contacten met het team en de ouders. Ik kreeg het oude gevoel weer helemaal terug.”

Nog voor ze op haar achttiende jaar goed en wel het kleuterleidsterdiploma in haar bezit had kon ze al op een school terecht, waar ze een klas met veertig kleuters onder haar hoede kreeg. Ze trouwde met een predikant en niet lang daarna werden ze overgeplaatst naar een klein dorpje in Friesland, waar niet eens een kleuterschool was. Er zouden nog vele verhuizingen volgen. Dat ze hierdoor niet meer voor de klas kon staan, vond ze niet echt erg: “ Toen de kinderen klein waren had ik geen enkele behoefte om voor de klas te staan, ik had mijn handen vol aan het moederschap en aan de maatschappelijke taken die het beroep van mijn man met zich meebracht.”

Maar bij de vorming van de basisschool, acht jaar geleden, dreigde haar kleuterleidsterdiploma waardeloos te worden als ze niet een applicatiecursus zou volgen. Twee jaar lang ging Ria een dag per week naar school en haar onderwijzersbloed begon weer te stromen. Ze werd gevraagd om drie ochtenden godsdienstonderwijs te geven op drie openbare scholen in Bodegraven, haar toenmalige standplaats. “ Ik keek altijd met jaloerse blikken naar de leerkrachten. Wat doen ze allemaal, met wat voor leuke dingen zijn ze nu weer bezig? In de pauze vroeg ik ze van alles en luisterde ik naar hun verhalen. Maar ik hing er een beetje bij, ik telde niet echt mee.” Net op het moment dat het Ria leek te lukken om een baan te krijgen als onderbouwleerkracht, werd het predikantsgezin weer overgeplaatst. Nu naar Zeeland.

Er is een hoop veranderd in het onderwijs, zo heeft Ria van de Berg ervaren, en wat haar betreft, vooral ten goede. “ De basisschool is een verrijking. Vroeger was je als kleuterleidster een tweederangs leerkracht, je was altijd met twee, hooguit drie vrouwen. Nu maak je onderdeel uit van een team. Je bent betrokken bij het beleid van de hele school en bij de opvoeding van alle leerlingen, van klein tot groot. Het kind centraal stellen, individueel en in groepen op verschillende niveaus werken is iets dat indertijd vooral op de kleuterschool gebeurde en nu door de basisschool is overgenomen. Vroeger had ik geen idee hoe de kinderen het deden als ze naar de lagere school gingen. Het hield na twee jaar gewoon op. Nu moet je je afvragen wat er van een kleuter op het gebied van zelfstandigheid en sociale vaardigheden wordt geeist in groep drie.”

Niet alleen het onderwijs is veranderd, ook Ria is, zoals ze het uitdrukt “ door het moederschap gerijpt”. “ Toen ik achttien was gaf ik les zoals ik het uit de boekjes had geleerd. Zo hoort het, dacht ik toen. Door mijn ervaringen als moeder heb ik veel meer gevoel voor het kind gekregen, ik ga veel intuitiever te werk.”

Ria van de Berg heeft vroeger gekozen voor 'het jonge kind', en dat doet ze nog steeds. “ De opfriscursus van de PABO was erop gericht om leerkrachten voor de hele basisschool inzetbaar te maken. Maar dat wil ik niet en ik heb me dat ook niet laten opdringen. Ik voel me niet bekwaam om acht tot twaalfjarigen les te geven. Ik kan ze wel begrijpen, maar dan vooral vanuit mijn moederschap.”

Deze keuze beperkt haar in de mogelijkheden om een vaste baan te krijgen, want als er nog wel eens vacatures zijn dan wordt er in veel gevallen een breed inzetbare leerkracht gevraagd die de opengevallen uren als gevolg van de arbeidsduurverkorting kan opvullen.

” Ik wil geen vliegend hert door de school worden”, zegt Ria vastbesloten. “ Ik wil een vaste, eigen groep waar ik verantwoordelijk voor ben.” Als ze terugkijkt op de afgelopen jaren denkt ze dat ze het toch anders had moeten aanpakken: “ Die godsdienstlessen, dat had ik misschien nooit moeten doen. Ik had meteen moeten solliciteren naar een baan in de onderbouw. Ook al ben ik altijd betrokken gebleven bij de school, die twaalf jaar is toch een te groot hiaat.”

    • Michaja Langelaan