Debat over noodzaak voor president om Congres te raadplegen over Golf; Congres blijft Bush aarzelend volgen

WASHINGTON, 3 jan. - Het nieuwe Amerikaanse Congres, dat vandaag beedigd wordt, kan nog voor 15 januari een resolutie behandelen die het gebruik van geweld in de Golf toestaat. Niet zeker is of een besluit hierover van het Congres gunstig uitvalt voor president Bush.

De leider van de Democratische meerderheid van het Huis van Afgevaardigden, Richard Gephardt, zei vorige maand dat een dergelijke resolutie zou worden afgewezen of slechts met geringe meerderheid zou kunnen passeren. De leider van de Republikeinse minderheid in de Senaat, Robert Dole, zei afgelopen zondag dat hij het gevoel had dat “het Amerikaanse volk nog geen oorlog wil”.

Het succes van Bush in het Congres hangt af van zijn diplomatieke inspanningen om onderhandelingen tot stand te brengen. Als de Iraakse leider Saddam Hussein onredelijk schijnt, of niet wil praten, is de bereidheid van de Amerikanen en van het Congres tot gewapend ingrijpen groter, zo zei Gephardt, die eerder in een toespraak had gezegd dat de president de sancties meer kans moet geven. Op 15 januari loopt het VN-ultimatum aan Irak af om zich terug te trekken uit Koeweit.

Grondwet

De Amerikaanse grondwet verleent aan de president de functie van opperbevelhebber en aan het Congres het recht op het verklaren van de oorlog. “Ik heb de steun van het Congres niet nodig”, zei Bush gisteravond in een televisie-interview met David Frost. “We hebben 200 maal in onze geschiedenis militair geweld gebruikt en er zijn maar vijf oorlogsverklaringen geweest.” Hij is bang dat een langdurig debat in het Congres over deze kwestie of marginale steun zijn positie tegenover Irak verzwakt.

De Democraten zelf willen spelbreker noch supporter zijn van het beleid van Bush in de Golf. Ze willen zich bij een mislukking evenwel nog van Bush kunnen distantieren, dus zij zijn evenmin als Bush gesteld op een stemming over een resolutie. Het Congres is vrij om op elk willekeurig moment bij elkaar te komen voor een stemming over het beleid van president Bush of om de geldstroom voor de militaire operatie in de Golf af te snijden. Dat gebeurde eerder ook in 1973, aan het einde van de Vietnamoorlog.

Tot nu toe hebben de Democratische leiders zich beperkt tot de eis aan Bush om het Congres in geval van op handen zijnde militaire actie bij elkaar te roepen. Senator Kennedy dient verscheidene ontwerp-resoluties in om de president te dwingen tot het vragen van een oorlogsverklaring van het Congres.

Rechter

Een groep van 54 Congresleden ging naar de rechter met de eis tot een verbod op militaire actie zonder machtiging van het Congres. De rechter, Harold Greene, wees deze eis af omdat de eisers geen meerderheid in het Congres vormden. Gezien de constitutionele bevoegdheden van het Congres zou een meerderheid nooit de omweg van de rechter kiezen om de president te beinvloeden.

Congresleden hebben al vier keer geprobeerd via de rechter president Reagan te weerhouden van militaire acties in El Salvador, Nicaragua, Grenada en in de Perzische Golf en al die keren was het antwoord van de rechter: als je de president daar niet zelf van kunt afhouden met een stemming, moet je niet naar ons komen.

De in 1973 aangenomen War Powers Act biedt het Congres dit keer weinig steun omdat Bush deze niet constitutioneel acht. Volgens deze wet mag de president tot een maximum van negentig dagen op eigen initiatief militaire acties ondernemen. Voor verlenging van die termijn behoeft hij toestemming van het Congres, dat overigens ook op elk ander gewenst moment met een resolutie zijn steun kan intrekken.

Een dergelijke resolutie zou niet door een presidentieel veto getroffen kunnen worden, zodat het Congres geen twee derde meerderheid van beide huizen nodig heeft om het veto van de president ongedaan te maken en militaire actie tegen te houden. Ook president Reagan erkende de War Powers Act niet, eveneens omdat deze niet constitutioneel zou zijn. Een rapport van de Senaatscommissie voor buitenlandse betrekkingen in 1987 deelde die conclusie.

Franklin Roosevelt

Louis Fisher, constitutioneel specialist voor de Congressional Research Services, vindt dat de uitvoerende macht sinds president Franklin Roosevelt teveel macht aan zich heeft getrokken. In de vorige eeuw en voor de jaren dertig volgde er op sterke presidenten zwakke, zodat een eenmaal uitgehold Congres weer de kans had om ontnomen bevoegdheden terug te veroveren. Sinds Roosevelt is dat niet meer mogelijk geweest. In die tijd is ook de macht van de Amerikaanse overheid in binnen- en buitenland enorm gegroeid.

President Roosevelt maakte gebruik van de economische depressie om zich door noodmaatregelen nieuwe bevoegdheden toe te kennen. In 1939 had hij al 39 keer de noodtoestand afgekondigd en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verschafte nieuwe mogelijkheden. Zijn opvolger, Harry Truman, verklaarde pas op 31 december 1946 de “beeindiging van de vijandelijkheden” maar hij behield nog bepaalde bevoegdheden. Pas in 1952 schafte Truman met de officiele beeindiging van de oorlog met Japan de nationale noodtoestand die door Roosevelt in 1939 en in 1941 was ingeroepen, af.

Het Congres voelde zich zo zwak dat het zich ging uitrusten met nieuwe commissies en stafleden. In 1950 stuurde Truman zonder raadpleging van het Congres en zonder oorlogsverklaring troepen naar de Korea-oorlog. De Republikeinse senator Taft verzette zich zonder resultaat.

President Eisenhower werkte samen met het Congres. In tegenstelling tot al zijn opvolgers hechtte hij aan toestemming van de wetgevende macht. “Alleen met die samenwerking kunnen we de verzekering geven die nodig is om agressie af te schrikken”, zei hij. Zo kreeg hij steun van het Congres voor de eventuele verdediging van het door communistisch China bedreigde Quemoy-eiland maar voor het sturen van troepen naar de Middellandse Zee werden hem beperkingen opgelegd.

President Kennedy begon het Vietnam-conflict buiten het Congres om. Maar in 1964 nam het Congres op verzoek van president Johnson na incidenten in de Golf van Tonkin met de Amerikaanse vloot vrijwel unaniem een resolutie aan die neerkwam op een oorlogsverklaring. Later hadden de volksvertegenwoordigers spijt over dit vergaande mandaat.

Over een oorlogsverklaring aan Noord-Vietnam is wel nog gedebatteerd. “Eisenhower vond dat we de oorlog moesten verklaren”, zei president Nixon in een interview met het tijdschrift Time, begin dit jaar. “Hij zei 'Je kunt de oorlog verklaren, dan kun je al die debatteerders en bommengooiers aanpakken'. Maar het probleem met het verklaren van de oorlog was dat de Russen en de Chinezen verdragen hadden met Noord-Vietnam. Dat trok ons dus niet aan.”

Congresleden erkenden ook zelf in die tijd dat oorlogsverklaringen enigszins uit de tijd waren geraakt. Ze meenden in de War Powers Act een alternatief te hebben gevonden.

President Bush beperkt zich tot nu toe tot overleg met Congresleiders, die dat niet voldoende vinden. Op de lange termijn moet dat tot spanningen leiden, maar Bush hoopt dat het conflict in de Golf kort zal zijn.

Louis Fischer beveelt nog steeds de War Powers Act aan maar vindt dat de bevoegdheid van de president om zonder machtiging van het Congres tot de aanval over te gaan zich in een constitutioneel schemergebied bevindt. De grondwetsgeleerden zijn verdeeld.

    • Maarten Huygen