De stekelige vrijages tussen onderwijsbonden en ministerie

Voor de laatste ledenwerfactie heeft de ABOP onder een foto van minister Ritzen en staatssecretaris Wallage laten zetten: 'En ... nog steeds geen genoeg redenen om lid te worden van een vakbond? ' De onderwijsbonden gaan er weer hard tegenaan.

'Het wonder van Ritzen' luidde enkele weken geleden een kop in het blad van de Algemene Bond van Onderwijs Personeel (ABOP). De kop verwees naar het convenant over betere arbeidsvoorwaarden voor leraren dat minister Ritzen vlak daarvoor met de vier onderwijsvakbonden had gesloten. Het akkoord bevatte zaken als een verhoging van de aanvangssalarissen, meer geld voor kinderopvang en mogelijkheden voor opfrisverlof.

De koppenmaker van het ABOP-blad had het wat ironisch bedoeld. Maar de achterban van de grootste en roodste onderwijsbond vatte het heel anders op. Tijdens de ledenvergadering van eind december figureerde 'het wonder van Ritzen' als bewijs dat de ABOP te lief was voor de twee sociaal-democratische bewindslieden op het departement van onderwijs.

Door akkoord te gaan met het convenant had het bestuur zich blij laten maken met 'een dooie mus'. De 300 miljoen die daarvoor beschikbaar was, vormde maar een schijntje vergeleken bij de 2, 5 miljard die de bonden nog voor de verkiezingen hadden gevraagd. “ Het wonder van Ritzen is in werkelijkheid een schamele fooi”, concludeerde een afgevaardigde. Dat de leden uiteindelijk toch door de knieen gingen, kwam door de waarschuwing van het bestuur dat anders de 300 miljoen terug zouden vloeien naar de schatkist van Wim Kok.

De komst van twee PvdA-bewindslieden naar het ministerie van onderwijs heeft voor de geestverwante onderwijsbond niet het paradijs op aarde gebracht. Dat minister Ritzen en staatssecretaris Wallage, zelf lid van de ABOP, het onderwijs 'open en reeel' tegemoet willen treden is mooi. Dat zij extra geld voor het onderwijs hebben meegebracht is nog mooier. Maar wie daarmee denkt de vakbonden te kunnen doodknuffelen komt bedrogen uit, zo waarschuwde een andere spreker.

Het is tegenwoordig moeilijker dan onder Deetman om een onderwijsbond te leiden, zegt voorzitter Ella Vogelaar daags na de ledenvergadering. “ De openheid van Ritzen en Wallage vergroot onze kans op invloed, maar markeert tegelijk onze positie als vakbond minder duidelijk. Je wordt gemakkelijk verleid tot meedenken. Met name onze achterban wantrouwt dat zeer. De leden hebben eerder iets van: pak ze daar in Zoetermeer hard aan. Juist deze twee.”

Vrolijke vechters

Mede hierdoor koestert de ABOP ook in het tijdperk Ritzen-Wallage haar imago van vrolijke vechtbond. Het bonte gezelschap van zo'n 45.000 links-liberalen, sociaal-democraten en (ex-)communisten is erg gesteld op de eigen rol die het in de onderwijspolitiek speelt. Waar andere onderwijsbonden regelmatig bewindslieden op hun jaarvergaderingen nodigen om het beleid uiteen te zetten, hebben de ABOP-leden genoeg aan elkaar. Aan levendige debatten ontbreekt het daarbij zelden. “ Bij de protestantse PCO komen ze voor het gebed, bij de katholieke KOV voor een goede maaltijd en bij de ABOP om het bestuur onderuit te halen”, typeert Vogelaar (zelf ex-CPN) haar pappenheimers.

Als er al sprake is geweest van een vrijage tussen de twee socialistische bewindslieden en de ABOP, dan was die van korte duur. Dit voorjaar botsten de ABOP en de andere onderwijsbonden met staatssecretaris Wallage over de verdeling van het geld voor arbeidsduurverkorting. Even later stopte Wallage met de column die hij al vanaf zijn tijd als Tweede Kamerlid in het blad van de ABOPschreef. Hoewel de staatssecretaris als officiele reden opgaf dat hij en Ritzen een column in het blad van het ministerie zouden gaan schrijven, wordt bij de ABOP een verband vermoed met het conflict over de ADV-gelden - overigens een conflict waarbij de bonden aan het kortste eind trokken.

Dit najaar stonden de ABOP en Wallage tijdens een studiedag over de basisvorming in Rotterdam opnieuw tegenover elkaar. Zij aan zij hadden ze in de jaren zeventig gevochten voor invoering van de middenschool. Nu wilde Wallage tot groot verdriet van de zaal niet veel meer dan een tweejarige brugklas invoeren. “ Hoe voelt het nou om zo'n slap aftreksel te moeten presenteren? ”, vroeg Vogelaar cynisch aan haar voormalige strijdmakker.

Deze verdedigde het voorstel met de hem gebruikelijke verve als het politiek enig haalbare compromis. Bovendien bedankte Wallage de ABOP hartelijk voor de hevige kritiek. Die kon hij in de Tweede Kamer goed gebruiken tegen de krachten die alles bij het oude wilden laten. De zaal kreeg al met al geen vat op de wendbare politicus.

Nahossers

Ondanks dergelijke confrontaties blijft het beeld van ABOP-top en Zoetermeer als 'een pot nat' het bestuur van de onderwijsbond achtervolgen. Het duikt steeds op wanneer de invloed van de ABOP op het huidige onderwijsbeleid volgens de achterban niet of nauwelijks aantoonbaar is.

Op de diverse jaarvergaderingen van de onderwijsbonden stonden vooral de jonge leraren klaar om de vermeende wankelmoedigheid van de vakbondsbesturen aan de kaak te stellen. Die hadden volgens hen te weinig gedaan om concrete verbeteringen in hun financiele situatie te brengen.

Bij de ABOP antwoordde onderhandelaar T. Rolvink dat het convenant toch maar mooi 2.500 arbeidsplaatsen opleverde. Bovendien moest een onderwijsvakbond nu eenmaal meer prioriteiten tegen elkaar afwegen dan een actiegroep als de Nahossers. Op de situatie van de jonge leerkrachten zelf ging de onderhandelaar nauwelijks in.

De kritiek van de Nahossers - die bij de ABOP maar enkele procenten van het ledenbestand uitmaken - overrompelde het bestuur volledig. Het convenant was niet tevoren in de betreffende gremia 'voorgeweekt'. Toch wil Vogelaar de verdediging van het convenant door haar mede-bestuurslid niet afdoen als een gebrek aan inlevingsvermogen van een onderhandelaar uit het arbeidsvoorwaardencircuit.

” We hebben onvoldoende beseft hoe hoog de nood is bij de jonge leerkrachten”, zegt ze. Ook haar heeft de snelle opkomst van de actiegroep de Nahossers verrast. “ De actiegroep is het signaal dat de discussie over de aanvangssalarissen niet binnen onze bond is gevoerd. Dat zegt iets over de aantrekkelijkheid van organisaties als de onze voor jonge leraren.”

Zoals bij de meeste onderwijsbonden vormen bij de ABOP de oudere leraren echter de meerderheid. Zij vinden dat tijdens de komende loononderhandelingen prioriteit moet worden gegeven aan een goede ADV-regeling, waar het dit voorjaar niet van wilde komen. Daarna pas zijn de aanvangssalarissen aan de beurt. Bovendien lieten ze nog eens uitdrukkelijk in een amendement vastleggen dat de jongeren genoeg mogelijkheden tot invloed hebben. Een werkgroep die zou moeten onderzoeken hoe die invloed kon worden vergroot, zoals het bestuur wilde, achtten ze dan ook overbodig.

Vogelaar betitelt de gang van zaken als 'ongelukkig'. Opnieuw dreigt haar bond de aansluiting met de jonge generatie te missen. Ze vindt dan ook dat, in elk geval op de lange termijn, salarisverbetering van de jonge leerkrachten de aandacht moet krijgen.

Inmiddels is een departementale werkgroep bezig de mogelijkheden daartoe te onderzoeken. Vogelaar wil namens haar organisatie nog geen concrete voorstellen formuleren. Wel wil ze 'meedenken'. Zo zou de verhouding tussen lage aanvangssalarissen en hoge eindsalarissen eens tegen het licht moeten worden gehouden. Ook verdienen voorbeelden uit het buitenland - waar leraren in het basisonderwijs soms hetzelfde salaris ontvangen als die in het voortgezet onderwijs - de aandacht, aldus Vogelaar.

De bedrijvige school

Maar de felle kritiek op het convenant was niet het enige signaal dat bonden als de ABOP sinds kort moeite hebben om een eigen gezicht te houden. Ook de overstap die de ABOP vorig jaar maakte van belangenbehartiging pur sang naar meer aandacht voor onderwijskundige ontwikkelingen, bedreigt de eigen rol van de vakbond.

Het bestuur liet vorig jaar enkele deskundigen uit de wereld van onderwijs, wetenschap en bedrijfsleven antwoorden op de vraag hoe het onderwijsbeleid er na de verkiezingen uit zou moeten zien. In De Bedrijvige School schetsten de deskundigen vervolgens een pedagogisch-didactische aanpak die in zou spelen op de voortschrijdende individualisering. Teams van docenten moesten in kleine groepen gaan werken, om zo meer aandacht te kunnen geven aan de individuele leerling. De directeur zou zich als een echte manager moeten gaan wijden aan schoolorganisatie en personeelsbeleid. Voor deze bedrijvige school waren schaalvergroting en meer autonomie onontbeerlijk.

Na veel mitsen en maren gingen de leden vorig jaar akkoord. Dit baande de weg voor een overeenkomst met het ministerie over het formatiebudgetsysteem, dat scholen grotere vrijheid in het personeelsbeleid moet bieden. Ook gingen de bonden akkoord met het extra geld dat in het eerdergenoemde convenant is vrijgemaakt voor managementtaken van directeuren op basisscholen met meer dan 170 leerlingen.

Menig ABOP-lid vindt het nu toch wat hard gaan. Had hun bond zich niet teveel uitgeleverd aan de big is beautiful-filosofie van het departement, vroegen de kleine-schoolprofeten van het Friese platteland? Tegen het convenant met daarin het geld voor de grote basisscholen was inmiddels ja gezegd. Daar wilden de leden het echter niet bij laten. De vergadering besloot voortaan niet meer te spreken over 'schaalvergroting' - zoals daar in Zoetermeer -, maar over 'samenwerking tussen scholen'. Bovendien zou de samenwerking tussen scholen niet mogen leiden tot gedwongen ontslagen. Of dit een haalbare kaart is moet de komende tijd blijken. Dan zal staatssecretaris Wallage duidelijk maken hoe ver hij met de schaalvergroting in het basisonderwijs wil gaan.

Maar ook bij de deregulering bekroop menig afgevaardigde het gevoel achter het net te vissen. De bonden waren akkoord gegaan met het formatiebudgetsysteem op uitdrukkelijke voorwaarde dat de medezeggenschapsstructuur zou worden aangepast. Meer nog dan de andere bonden heeft de ABOP zich hardgemaakt voor de invoering van ondernemingsraden, waarin het personeel de autonome schoolbesturen van straks tegenspel moet bieden.

Hoewel staatssecretaris Wallage heeft toegezegd de Wet op de Medezeggenschap in het Onderwijs te zullen aanpassen, is het hoogst onzeker dat hij deze belofte kan waarmaken. Het CDA heeft zich steeds tegenstander betoond van vergroting van de medezeggenschap ten koste van besturen en ouderorganisaties. Als Wallage zijn belofte niet of slechts gedeeltelijk kan waarmaken bevinden de bonden zich in een uiterst lastig parket. Wanneer ze hun steun aan het formatiebudgetsysteem opzeggen, maken ze waarschijnlijk de weg vrij voor het nog meer gevreesde alternatief van lump sum-bekostiging.

Wallage lijkt zich al bij voorbaat te hebben ingedekt tegen een mogelijke mislukking van een aanpassing van de medezeggenschapstructuur. “ Elk overleg met de bonden levert nieuwe regels op”, zei hij onlangs op de jaarvergadering van het Nederlands Genootschap van Leraren. Het vastleggen van de medezeggenschap in ondernemingsraden zou op zo'n nieuwe regulering kunnen uitlopen.

Vogelaar kent dit anti-vakbondsdeuntje maar al te goed. Ze wil er niet voor opzij gaan. Voor haar betekent deregulering niet minder regels, maar regels op een ander, lager niveau. “ Als we op centraal niveau minder invloed op de arbeidsvoorwaarden kunnen uitoefenen, moeten we meer mogelijkheden tot medezeggenschap op het decentrale niveau krijgen, bijvoorbeeld op het niveau van de school.”

Kaasschaafmethoden

De decentralisatie van het onderwijsbeleid kan ertoe leiden dat de bonden zich in de toekomst meer met zichzelf moeten bezig houden en zich minder naar buiten kunnen profileren. Een groot kantoor in Den Haag voldoet straks niet meer. Het arbeidsvoorwaardenbeleid zal in de diverse regio's moeten worden ontwikkeld.

De ABOP is druk doende om overal districtskantoren op te zetten. Van daaruit moeten kaderleden, getraind en betaald als professionele specialisten in arbeidsvoorwaardenbeleid, met de besturen gaan onderhandelen. Vogelaar spreekt van “ een pijnlijke reorganisatie”, waarbij formatieplaatsen op het hoofdkantoor verdwijnen. Op diverse afdelingen en diensten moet worden bezuinigd. “ Die heerlijke kaasschaafmethoden van Deetman mogen wij nu ook toepassen”, zegt Vogelaar.

Met enige trots meldt ze dat de ABOP de eerste en enige bond is die deze decentralisatie zo grootscheeps en professioneel aanpakt. De omvang van de bond maakt dat ook mogelijk. De recente ledenwerfactie moest helpen de financiele basis van de operatie verder te verstevigen.

Andere, kleinere bonden kunnen die stap veel moeilijker maken, denkt Vogelaar. Zoals bij het denken over deregulering de ABOP bij de onderwijsbonden het voortouw nam, meent de voorzitster dat ook in de praktijk van de deregulering haar organisatie een voorhoede-functie zal vervullen.

    • Kees Versteegh