De pumps in een tas

Kun je in landen met een koud klimaat wel elegant gekleed gaan? Of maken vrieskou en moddersneeuw de laatste mode daar altijd onbereikbaar? De Finse vrouw lijkt dit probleem te hebben overwonnen en is veel slimmer dan wij met onze soppende pumps.

In Rome zie je pas waar het ideaal van alle modefoto's vandaan komt: van de mensen om je heen. Zij zijn het die je altijd al bevallig tegen auto's zag leunen, tot in de puntjes gekleed een plein over zag steken en hun haar uit het gezicht strijkend een espresso zag bestellen. Iedereen is er mooi, iedereen draagt het juiste colbertje, iedereen stapt met grote vanzelfsprekendheid rond in een perfect mantelpakje. Ze wijzen ons onze plaats, deze elegante Italianen: wij zijn grote plompe vertegenwoordigers van het Land van de Slechtgeklede Mensen.

Na twee dagen van berusting kwam de opstandigheid. Het is niet waar dat wij te grof en te lelijk zijn om er zo bij te lopen als zij, of hooguit gedeeltelijk waar. Zij hebben hun klimaat mee. Geen kunst, om op een warme zomeravond goedgekleed te zijn. Makkelijk, als je altijd die charmante halfhooggehakte sandaaltjes aan kan. Laten ze maar eens in Amsterdam komen demonstreren hoe elegant ze zijn als de wind ze om de oren fluit, de regen ze in het gezicht slaat, een modderwaterstraal onder elke passerende auto vandaan spuit. Eens kijken hoe losjes ze zo'n kleurige doek nog om hun schouders draperen als daar een grote regenjas overheen moet. Ik wil ze wel bij zeventien graden zien fietsen met een rok die omhoogkruipt of in zo'n linnen jasje waar de gure Nederlandse zomer doorheen blaast.

Zo had ik in de geest teruggeslagen, liep er nog een paar dagen zonder al te groot gevoel van minderwaardigheid bij en thuis bewaarde ik het onpraktische Romeinse pakje voor als ik met een taxi ergens heen mocht waar het goed verwarmd was.

Een klimaat als het onze blijft, kledingsgewijs bekeken, een probleem. Wie kent niet de tot aan de knie doorweekte panty omdat het wel leek mee te vallen toen je van huis ging? Of omgekeerd, plomp maar verstandig gekleed in dichte schoenen en lange broek op kantoor ontdekken dat anderen er wel in zijn geslaagd om op pumps het gebouw te bereiken? Nooit weet je precies wat het weer voor eisen zal stellen. De enige oplosing lijkt een auto met chauffeur, hoewel je daar in Amsterdam ook niet ver mee zou komen.

Heel leerzaam was daarom een bezoek aan Helsinki. De Finse vrouw hoeft nooit, althans nooit in de winter, te denken dat zij een modefoto zou kunnen zijn en smaakvol gekleed in een mantelpak met open schoenen over de Esplanade zou kunnen flaneren. In Helsinki staat in het najaar de blubberige sneeuwmodder iedereen tot aan de enkels, daarna vriest het zo keihard dat zelfs de gedachte om zonder bontlaarzen naar buiten te gaan bij niemand opkomt. Een kort jasje? Je zou wel gek zijn. In de warenhuizen bleek zelfs geen wollenmaillot-cultuur te bestaan. Kleurige maillots zijn niet nodig want niemand loopt in een korte rok met zichtbare benen over straat. Te koud. Lange, overduidelijk warm bedoelde jassen, plompe water- en sneeuwdichte laarzen, mutsen - zo lopen de Finnen erbij. Het enige wat je van ze ziet is een frisse rode wang. Arme Finse vrouwen dacht ik. Zo saai. Nooit eens in trui en colbert naar de markt, nooit eens zelfverzekerd hooggehakt een vol cafe passeren, nooit eens ragfijne kousen, een zijden bloesje of een openhangende jas. Hoe zou een Finse vrouw de Cosmopolitan of de Marie Claire bekijken? Zou ze nog wel geinteresseerd zijn in zulke overduidelijk niet voor haar bestemde modereportages?

Ik had er niets van begrepen. De Finse vrouw is veel slimmer dan wij met onze soppende pumps, te dunne jassen en bekippevelde benen. Op straat is zij weliswaar een ondefinieerbare gestalte, zij is ook warm en comfortabel. Wij meestal niet. Een altijd hooggehakte vriendin vertelde hoe zij voor bijna onneembare hindernissen gesteld wordt door het Amsterdamse Centraal Station met de schuin aflopende gangen die ze slechts zijwaarts af kan dalen, de roltrappen met hun ribbeltreden waar precies een naaldhak in kan blijven zitten, de grote glanzende tegels waarop een klein hakje geen enkel houvast vindt. Een Finse heeft zulke problemen niet. Zij draagt een grote tas. Daar zitten ze in. Zij is de enige vrouw ter wereld die werkelijk heeft begrepen dat hoge hakken niet bedoeld zijn om op te lopen maar om mooi in te wezen. Liefst zittend. Haar jas is zo warm en zo lang dat zij daaronder niet een wollen maillot, een ribfluwelen broek en een reusachtige trui aan hoeft. Dankzij laarzen, sjaal, das, handschoenen en muts kan zij zich permitteren om een gewone rok te dragen. Dunne kousen eronder.

Zo is zij de volmaakte verhulling. De zich rap verplaatsende vormeloze figuur verandert binnen in een elegante vrouw, die haar haar, dat dankzij de bontmuts niet verwaaid is tot kaarsrechte sprieten, even opduwt, in haar open schoenen schuift en zo in de Marie Claire kan.

Van Romeinse vrouwen kunnen wij, helaas, niets leren, behalve dat het beter zou zijn om te verhuizen. De Finse vrouw daarentegen is ons een stap vooruit. Zij durft vormeloos te zijn, om des te mooier voor de dag te komen.

    • Marjoleine de Vos