De Maharajasafari

Nadat zijn chauffeurs in de andere twee wagens hebben plaatsgenomen, klimt de maharaja van Jodhpur zelf achter het stuur van de derde jeep op het parkeerterrein van zijn toeristenhotel. Hij draagt een beige safari-pak met dito hoed en een zonnebril van het merk Playboy. Aan een kettinkje om zijn nek bungelt een glimmende, zilveren kogel.

In een kwartiertje bereiken de jeeps met hun lading van vijftien Nederlandse toeristen het platteland buiten de 500.000 inwoners tellende stad. Een dor niemandsland aan de rand van de Thar-woestijn. Het is het domein van kasteloze keuterboeren, ooit de lijfeigenen van de maharaja's. Tegenwoordig verzorgt hun voormalige heer en meester toeristensafari's door hun dorpjes. Van onaanraakbaren zijn de straatarme woestijnbewoners exotische attracties geworden. De safari kost 300 rupees (30 gulden) per deelnemer.

“Ik vraag altijd eerst of ik binnen mag komen”, zegt de adellijke rondleider, terwijl hij zijn jeep in grote stofwolken over een pad langs de graanvelden jaagt. Bij een inham in het dichte gewas staat hij op de rem. Een oude man in een wit gewaad leidt het gezelschap naar zijn hut. “Thee voor iedereen”, commandeert de maharaja.

Als de groep toeristen is neergestreken op een tapijt voor de hut, komen de kinderen naar buiten met gebloemde theekopjes. De maharaja krijgt, als enige, een kussentje en een lekkernij bij de thee: twee kleine zwarte bolletjes. “Opium”, zegt hij en steekt er een in zijn mond. Wat is het effect, willen de verbaasde toeristen weten. “Erg groot”, glimlacht hij. De gastheer kijkt goedkeurend toe hoe zijn gast het tweede bolletje inslikt.

Maharaja Swaroop Singh hoort tot het adellijke geslacht dat eeuwenlang de scepter zwaaide over Jodhpur, in de Indiase deelstaat Rajasthan. De onafhankelijkheid in 1947 betekende het einde van de honderden vorstendommen in het land en daarmee van de politieke macht van de maharaja's. Het in 1945 gereedgekomen art-deco-paleis van de maharaja's doet nu dienst als hotel. Toeristen kunnen er voor 1000 rupee (100 gulden) per nacht zwijmelen in een maharaja-suite en luisteren naar een blaaskapel op het terras die Jingle Bells speelt.

Strikt genomen is Swaroop Singh niet de maharaja van Jodhpur, dat is een neef van hem, maar Swaroop mag de eretitel ook dragen. Hij resideert in het eveneens tot hotel omgebouwde Ajit Bhawan-paleis. De gasten slapen in ronde huisjes in de tuin, luxe uitvoeringen van de woestijnhutjes die zij op de safari bezoeken.

“Aha, drop!” roept Swaroop Singh, als hem terug in de jeep het oerhollandse snoepgoed wordt aangeboden. Zonder aarzeling steekt hij het in zijn mond en - nog opmerkelijker - spuugt het niet onmiddellijk weer uit. Lust hij het echt of denkt hij dat het Hollandse opium is?

Voor de volgende hut in de dorre zandvlakte staan twee mannen, een vrouw en twee meisjes. Terwijl de groep zich installeert en vader zwijgend naar het struikgewas staart, huppelt moeder naar binnen om haar beste sari aan te trekken. De oudste dochter zet theewater op, de jongste wast de kopjes met zand. De tijd lijkt er eeuwen te hebben stilgestaan.

“Deze mensen leven puur natuurlijk”, zegt de maharaja. “Ze hebben geen moderne medicijnen nodig.” Hij zet zijn Playboy-bril af, draait aan de punten van zijn martiale zwarte snor en begint de lof te zingen van de oude Ayurvedische geneeskunst. Verderop ligt een derde meisje, ziek. Ze heeft, verzekert de maharaja, “een beetje hoofdpijn, niets ernstigs”.

Als de jeeps vertrekken bij de laatste witte hut neemt een van de meisjes die zojuist nog 'woestijnpopcorn' hebben gepoft voor de gasten, een sprint. Ze rent achter de laatste jeep aan, haar rode sari fladderend in de stofwolken, en grijpt zich vast aan de achterkant. Twee toeristen staren haar aan als een spookverschijning. Haar ogen glimmen, ze heeft een brede grijns op haar gezicht. Van dichtbij ziet ze er verbazingwekkend twintigste-eeuws uit.

    • Sjoerd de Jong