Creativiteit

Met uw welnemen wil ik het onderwerp (')sportman of sportvrouwvan het jaar' slechts kort behandelen. Hoe kan men daarvoor de autocoureur Senna verkiezen, die met al zijn rijkwaliteiten zo verschrikkelijk afhankelijk blijft van het voertuig waarin hij rijdt? En waarom zou de voetballer Lothar Matthaus minder (of beter) zijn dan iemand die een totaal andere tak van sport beoefent? Het zijn allemaal door elkaar rollende appels en peren en wie er ook de kroon op het hoofd zet, er blijft altijd grond tot het verbaasd optrekken der wenkbrauwen. De Lothar van onze oosterburen moge trouwens een toonbeeld van ijver en werklust en een belangrijke schakel in de landenploeg zijn, er zit opvallend weinig geniaals in de man. Het is alles vlijt en volharding wat hij uitstraalt, maar iets extra speciaals voegt hij aan het huidige topvoetbal niet toe.

Nu is dat ook het allermoeilijkste. De algemeen-secretaris van de FIFA schrijft over creativiteit in het novembernummer van zijn FIFA News. Kijkend naar al die wedstrijden tijdens het wereldkampioenschap in Italie greep de angst hem bij de keel. Angst namelijk dat er bijna geen trainer meer over was die aanvallend durfde te spelen. Hij vond het allemaal zeer gedisciplineerd, maar creativiteit was er nauwelijks te bekennen. Zo viel het hem op dat menige ploeg die een speler wegens de ontvangst van een rode prent verloor pas daarna de moed opbracht om wilskrachtig in de aanval te gaan. “De wedstrijd tussen West-Duitsland en Nederland werd pas sprankelend toen men tien tegen tien speelde. Joegoslavie zwoegde negentig van de hondertwintig minuten met tien man tegen elf contra Argentinie zonder in te storten en Tsjechoslowakije bleef tegen de Duitsers aan winnen denken ook nadat men tien tegen elf kwam te staan. De onvermijdelijke vraag is of de ploegen slechts dan overschakelen op aanvallend voetbal wanneer er wat meer ruimte is gekomen doordat er iemand is weggestuurd”.

Feit is dat de ingreep via rood dermate veelomvattend kan zijn dat alle voorzichtigheidslessen naar de achtergrond worden gedrongen zodat er ontstaat wat men elders een (')offener Schlagaustausch' noemt. Pas dan krijgt het treffen kleur. Maar gebeurt dit niet, dan krijgen heel weinig teams voldoende losse teugel om zich offensief waar te maken. Josef Blatter vraagt zich in wanhoop af, waar al die coaches zijn gebleven die topvoetbal die extra klasse meegaven. Hij noemt Cruijff en Sacchi als gunstige uitzonderingen. Voor vele anderen geldt dat de vrees om te verliezen groter is dan de vreugde van het winnen. Ik ben het zeer met hem eens. Maar de trainers zijn niet de enige schuldigen. Hoe durft Karel Jansen namens de VVCS zeggen dat hij de rechter zal inschakelen indien een speler die wegens het neerleggen van een doorgebroken tegenstander rood heeft gekregen, uit de wedstrijd is verwijderd? Waar haalt deze vakbondsman de euvele moed vandaan te spreken van een (')recht op arbeid' als die neerlegger zichzelf het recht op arbeid ontnomen heeft.

“Spelers zijn niet opgevoed om mee te denken”, meldde de coach van de FC Groningen, Hans Westerhof in het Utrechts Nieuwsblad. En hij voegde eraan toe: “Je moet de jongens helpen om zichzelf te veranderen”. Dat kost tijd en moeite en soms lijkt het deerlijk te mislukken. Ook bij de FC Groningen brak onlangs een vechtpartij uit en de omstandigheid dat diverse spelers zich in de pers afzetten tegen hun nieuwe collega Djurovski, voelde Westerhof als een persoonlijke nederlaag waarbij de erecode was geschonden. Maar hij blijft trouw aan zijn principes en dat pleit voor hem. Omdat sport per seizoen fungeert en niet per kalenderjaar berust de omstandigheid dat dit stukje rond de jaarwisseling verschijnt op louter toeval.

    • Herman Kuiphof