Beurs vreest meer omzet te verliezen

AMSTERDAM, 3 JAN. De Amsterdamse effectenbeurs maakt zich zorgen over de toenemende handel in effecten buiten de beurs om. Beursvoorzitter drs B. F. baron van Ittersum wees gisteren in zijn nieuwjaarstoespraak op het gevaar dat juist internationale professionele marktpartijen buiten de beurs om zaken doen.

Juist deze internationale partijen winnen marktaandeel in de krimpende markt. De aandelen-omzet daalde vorig jaar met 22 procent tot 151 miljard gulden. Het volume van de Amsterdamse beurshandel met buitenlandse partijen is tot boven de vijftig procent gestegen, waarmee Amsterdam zich volgens Van Ittersum kwalificeert als “wellicht zelfs de meest internationale effectenmarkt”.

Van Ittersum wees erop dat vaak vergeten wordt dat handel via de beurs vooral zekerheid geeft. Waarborgen ten aanzien van afwikeling van orders en voorzieningen voor calamiteiten bieden een verantwoord kader. Die voorzieningen brengen natuurlijk kosten met zich mee, maar die moeten, aldus Van Ittersum, worden gezien als een premie voor de vereiste betrouwbaarheid van het systeem.

De beursvoorzitter riep de leden van de Vereniging voor de Effectenhandel op de bestaande infrastructuur in Amsterdam zoveel mogelijk te benutten. Dat is volgens hem de beste manier om de tarieven laag te houden. Hij wees erop dat niet alleen de leden maar ook de beurzen (optiebeurs) actief dienen samen te werken.

De samenwerking tussen de twee grootste leden van de effectenbeurs, de ABN en de Amro Bank, heeft volgens Van Ittersum weliswaar een global player geschapen, maar tevens de concentratie op de markt aanzienlijk vergroot. “Het functioneren van de effectenmarkt is gediend met een evenwichtige structuur van met elkaar concurrerende partijen. De bevordering van de diversiteit dient bij het overleg over de marktstructuur bijzondere aandacht te krijgen.”

Over heel 1990 daalde het koerspeil op de officiele markt in Amsterdam met 17 procent. De aandelenomzet daalde met 22 procent. Binnen die omzet daalde het aandeel van de internationals van 39 naar 30 procent. Volgens Van Ittersum is door gebrek aan goede internationale statistieken niet duidelijk of hier sprake is van verlies aan marktaandeel. Waakzaamheid op dit punt acht hij gewenst.

De obligatie-omzet steeg met 9 procent tot 189 miljard gulden, waardoor de daling van de hele beurshandel beperkt bleef tot 7 procent op 340 miljard gulden.