ABP vreest forse stijging premies ambtenarenpensioen

AMSTERDAM, 3 JAN. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) verwacht problemen bij de snelle stijging van de pensioenpremies voor ambtenaren die volgens het fonds in de toekomst noodzakelijk is. De pensioenpremie is voor dit jaar gehandhaafd op het niveau van 8, 8 procent. Maar volgens het ABP is het onafwendbaar dat de premies “fors hoger” worden. Dat zei gisteren ABP-president mr. drs. M. A. K. Snijders in zijn nieuwjaarstoespraak.

Snijders wees in zijn toespraak op een onverwachte tegenvaller in het afgelopen jaar. Het lang belegd vermogen van het ABP groeide weliswaar met een kleine zeven miljard tot 157 miljard gulden, maar om de verplichtingen van het ABP onder de huidige premiesystemen gedekt te houden zou eigenlijk een vermogensgroei van tien miljard gulden noodzakelijk zijn, aldus Snijders.

Met de regelmatig terugkerende klacht over de te lage premies neemt het ABP een voorschot op het overleg tussen het pensioenfonds, de overheid en de ambtenarenbonden over een nieuw financieringsstelsel van de pensioenen dat naar verwachting eind deze maand zal beginnen. Volgens het ABP zal zowel in het pensioensysteem dat het ABP voorstaat als in het stelsel dat het kabinet wil invoeren de premie fors moeten stijgen.

De vaststelling van de premies vormt een belangrijk onderdeel van het overleg over het nieuwe financieringssysteem van de pensioenen. Hierbij staat het zogenoemde synthesemodel van het kabinet centraal. In dit systeem worden de verschillende pensioenverplichtingen deels gedekt door beleggingen, deels door een directe omslag op de uitkeringsgerechtigden. Door de VUT en de invaliditeitspensioenen via het omslagstelsel te financieren, hoopt het kabinet een premieverhoging vooralsnog op te kunnen vangen.

De klacht van Snijders volgt nadat vorige maand een brief van de Verzekeringskamer uitlekte Daarin adviseerde de toezichthouder de pensioenpremie voor dit jaar vast te stellen op 10, 8 procent. Hierbij hield de kamer onder het huidige pensioenstelsel rekening met een verhoging van de ambtenarensalarissen dit jaar van drie procent.

“Om korte-termijnredenen wordt nu een te lage premie vastgesteld”, vindt desgevraagd ook drs. P. J. C. Keizer, secretaris van de Verzekeringskamer. “Daardoor zal op termijn een grotere stijging noodzakelijk worden.” De Verzekeringskamer heeft bij het ABP anders dan bij “commerciele” pensioenfondsen geen direct recht heeft in te grijpen in de premies, maar adviseert de ministeries van binnenlandse zaken en financien over de gang van zaken bij het ambtenarenpensioenfonds.