Sociale rechtshulp zit weer in hoek van de bedeling

Aan de sociale advocatuur is een verhoging van de toevoegingsvergoedingen in het vooruitzicht gesteld van vijfentwintig procent. Deze verhoging is door de 'Commissie Polak' in juni 1989 al onmiddellijk noodzakelijk geacht. Ook het ministerie heeft de noodzaak van deze verhoging erkend.

Overigens stelt de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) dat een verhoging van vijfentwintig procent veel te weinig is. Het vergoedingenniveau is sinds 1980 met ruim dat percentage gedaald. Maar wat doet het ministerie? Het ministerie koppelt de toegezegde vijfentwintig procent verhoging aan de invoering van de wet op de rechtsbijstand.

Mr. Demmink, hoofd van de Directie Rechtshulp van het ministerie van justitie zegt dat de Orde er belang bij heeft dat de vergoeding nu al wordt gegeven om daarna met volle kracht tegen het wetsontwerp te kunnen ageren. Dat is demagogie, want ondanks het feit dat het ministerie de verhoging aan de invoering van de wet heeft gekoppeld, ageert de Orde met volle kracht tegen het wetsontwerp. In een uitvoerig commentaar heeft de Orde uiteengezet waarom het wetsontwerp niet deugt. Ook de VSAN heeft vernietigend commentaar geleverd.

In plaats van enige inhoudelijke reactie daarop te geven, snauwt Demmink verongelijkt terug, zonder argumentatie en met het dreigement geen overleg te willen voeren als de Orde van Advocaten niet terugkomt op haar standpunten. Nu ja, tot nog toe voerde het ministerie toch al nauwelijks overleg. Vanaf mei 1990 tot september 1990 was er een door Justitie ingestelde zogenoemde technische commissie ter voorbereiding van het wetsontwerp, waarin de Orde en de VSAN waren vertegenwoordigd. Herhaaldelijk deden zij daarin concrete voorstellen voor een rechtshulpsysteem waarin ook ruimte zou zijn voor een kostenbeheersing op jaarbasis.

Op die voorstellen werd niet gereageerd. Het wetsontwerp is dan ook zonder een advies van de technische commissie door het departement opgesteld. Dat heeft weinig met overleg en nog minder met democratische besluitvorming van doen. Door dit wetsontwerp te koppelen aan de noodzakelijke verhoging van de vergoedingen laadt Justitie de verdenking op zich het wetsontwerp ingevoerd te willen krijgen, alle bezwaren ten spijt.

Het ministerie bevindt zich dus niet in de positie om de Orde te verwijten dat zij niet met argumenten strijdt. Demmink had zich beter kunnen herinneren dat het ministerie reeds in juni door de rechter moest worden gecorrigeerd naar aanleiding van de wijze waarop het ministerie de (sociale) advocatuur in de pers afschilderde.

Asielrecht

Intussen gaat het ministerie zijn gang. Op het gebied van het asielrecht tracht het reeds het systeem van de wet in te voeren: extra geld voor advocaten die een contract sluiten voor het verlenen van rechtsbijstand in asielzaken en geen geld voor advocaten die zo'n contract niet willen sluiten.

Ook op het gebied van slachtofferhulp bij strafzaken worden reeds advocaten geworven die op contractbasis een vergoeding kunnen krijgen voor het houden van een spreekuur (een variant die ook in het wetsontwerp een plaats krijgt). Nu heeft het ministerie tien miljoen gulden als nooduitkering (door de landelijk deken treffend als 'voedselpakket' bestempeld) uitgeloofd voor de meest nooddruftige advocaten.

Daarmee is een verdergaande motie van de Tweede-Kamerleden van CDA en PvdA afgekocht en is de sociale rechtshulp weer in de hoek gezet waar zij de laatste decennia uit begon te komen: die van de bedeling.

    • S. Land