Recessie rukt op in Engeland maar minister sluit devaluatie pond uit

LONDEN, 2 JAN. In een klimaat van toenemende somberheid over de economische teruggang in Groot-Brittannie heeft de Britse minister van financien, Norman Lamont, een herwaardering van het pond sterling in benedenwaartste richting uitgesloten. Die uitspraak is bedoeld als boodschap aan het bedrijfsleven in het Verenigd Koninkrijk, dat het recent aangegane lidmaatschap van het EMS , het Europese systeem van onderling samenhangende wisselkoersen, verlichting in de vorm van devaluatie van het pond onmogelijk maakt.

Maar professor Alan Walters, de hoogleraar economie die ex-premier Thatcher adviseerde in haar afkeer van het Europees systeem van vaste wisselkoersen, schrijft vandaag in The Times dat het pond met zo'n tien procent in waarde naar beneden moet, wil de Britse economie niet in een langdurige en diepe economische depressie terecht komen.

Lamont's uitspraak valt samen met het bekend worden van nieuwe gegevens over de diepte van de economische recessie. In 1990 gingen ruim eenderde meer bedrijven failliet dan in het daaraan voorafgaande jaar, tot een totaal van 24.442 ondernemingen, een absoluut record voor de laatste tien jaar. Afnemende vraag en hoge rentestanden zijn de oorzaken.

De zakenwereld smeekt om een verlaging van de rentestand, maar de Britse regering durft aan die vraag niet te voldoen omdat het pond sterling sinds de toetreding tot het EMS steeds ver onder zijn gemiddelde waarde van 2,95 D-mark blijft hangen. Alleen een hoge rentestand voorkomt dat beleggers het pond sterling in de steek laten ten gunste van andere valuta.

In het traditionele nieuwjaarsinterview met The Financial Times houdt Lamont vast aan de voorspelling van zijn voorganger, John Major, dat het tij in de zomer van dit jaar zal keren. De minister rekent erop dat de inflatie van bijna 10 procent dan zal dalen tot 5,5 procent aan het eind van 1991.

Met die bonus zou iedereen en elk bedrijf zijn voordeel kunnen doen “temidden van de sombere voorspellingen en de pessimistische praat” en een economische herleving zou daarna beginnen. De regering gokt er op dat een daling van het inflatiecijfer en een (tijdelijk) teruglopend handelstekort de beleggers zoveel vertrouwen zullen inboezemen, dat het pond sterling daardoor op eigen kracht aan waarde zal winnen, waarna de weg openstaat naar een verdere verlaging van de bankrente.

Minister Lamont moest intussen wel toegeven dat de voorspelde “minder snelle groei” zich de laatste zes maanden wel degelijk als een “terugval in groei” had gemanifesteerd. Hij moest ook erkennen dat de sinds kort groeiende werkloosheid nog verder zal toenemen, naar analisten voorspellen tot tenminste twee miljoen in het volgend jaar.

De Confederatie van Britse Industrielen (CBI) heeft vorige week berekend dat de werkloosheid nog verder kan stijgen indien niet snel lagere loonafspraken worden gemaakt. Onder invloed van de aanhoudende inflatie is de gemiddelde loonstijging (berekend over het derde kwartaal van 1990) nu omhoog gekoersd naar 9 procent, bij een geschatte groei in produktiviteit van 4,5 procent. De CBI zegt dat een maximale loonstijging van 6,5 procent in die omstandigheden verantwoord zou zijn geweest en ze waarschuwt dat het “aanzwellend getij van gedwongen ontslagen kan omslaan in een vloedgolf” indien er niet gematigd wordt bij loonafspraken.

Naast een stroom van economen hebben tenminste twee bankiers gewaarschuwd dat Groot Brittannie zich moet voorbereiden op een economisch moeilijk jaar. Charles Winter, topman van de Royal Bank of Scotland, meent dat noch een verlaging van de rente noch een terugval van het inflatiecijfer voldoende zullen zijn om het bedrijfsleven al dit jaar uit het slop te halen. Sir Nicholas Goodison, voorzitter van de TSB-groep (hypotheekbanken) meent dat de huidige recessie nog harder zal toeslaan dan die van 1980-1981 omdat meer bedrijven over de kop zullen gaan. Anders dan in het begin van de jaren tachtig, meent Goodison, hebben de bedrijven geen “vet” meer over, waardoor de gevolgen van de recessie nu rechtstreeks in het vlees snijden.