Particuliere kinderopvang fiscaal aftrekbaar

DEN HAAG, 2 jan. - De kosten van kinderopvang zijn fiscaal aftrekbaar, voorzover zij hoger zijn dan die voor een gesubsidieerd kinderverblijf. Dat blijkt uit een arrest van de Hoge Raad. Op grond van het gelijkheidsbeginsel mag voor de belastingen geen verschil worden gemaakt tussen een vergoeding van de werkgever voor kinderopvang, die belastingvrij is, en de kosten die de werknemer zelf voor kinderopvang maakt.

Tot voor kort werd de aftrekbaarheid van kosten voor kinderopvang ook door de Hoge Raad afgewezen. In 1988 introduceerde de toenmalige staatssecretaris Koning (financien) een regeling die fiscale voordelen biedt aan mensen die van hun werkgever een vergoeding krijgen voor het regelen van een eigen kinderoppas. Een uitbreiding hiervan tot andere groepen ouders wees de bewindsman uitdrukkelijk van de hand.

Ook de belastinginspecteur keurde een dergelijke aftrekpost af bij een werkend echtpaar met twee jonge kinderen. Het gerechtshof in Den Haag overwoog dat de regeling van de staatssecretaris niet beperkt blijft tot opvang in een al dan niet gesubsidieerde instelling, maar stelde de belastinginspectie in het gelijk, omdat de aftrekbaarheid niet goed uitvoerbaar zou zijn.

De Hoge Raad heeft dat vonnis op 12 december vorig jaar vernietigd en de zaak verwezen naar het hof in Amsterdam. Het Tweede-Kamerlid dr. W. A. Vermeend (PvdA) noemt de uitspraak een “doorbraak”.

Hij vraagt zich echter af of een dergelijke toepassing van het gelijkheidsbeginsel problemen gaat geven bij de uitvoering van de Oort-wetgeving. Hier heeft de wetgever op een aantal punten bewust een ongelijkheid in behandeling geintroduceerd. In schriftelijke vragen aan staatssecretaris Van Amelsvoort van Financien stelt Vermeend de zaak aan de orde.