Oud-internationals houden HFC met routine in bedwang; 'Een aardigheidje' in Haarlem

HAARLEM, 2 jan. - Gisteren werd aan de zeer bejaarde Spanjaardslaan te Haarlem de traditionele voetbalwedstrijd tussen de Koninklijke HFC en de oud-internationals gespeeld: 2-2. Het schijnt veertien jaar geleden te zijn dat Hollands Fijnste Combinatie (een compliment vanuit de voetbaloudheid) van de vroegere Nederlandse elftal-spelers heeft gewonnen, maar de 'Koninklijke' is zojuist terug in de tweede klasse van de KNVB, na droevig diep te zijn afgedaald in wat men de 'onderbond' pleegt te noemen. Betere tijden breken in Haarlem nu aan en volgend jaar zullen de Oranje-klanten er wellicht een extra training tegenaan moeten gooien om de amateurs onder de duim te kunnen houden. Ook een wat minder royaal toetasten in de schotel oliebollen en appelflappen kan bijdragen aan de prestatie.

Het is evenwel de vraag of dit soort overwegingen een rol zal spelen, want deze gebeurtenis straalt niet de treurige ernst uit van menig competitieduel. Daaraan mag niet de conclusie worden verbonden dat men elkaar op Nieuwjaarsdag tussen 14.00 en 15.45 uur schaterend op de schouders slaat. Er wordt wel degelijk serieus gevoetbald. Het verschil met de competitie valt te illustreren via de opmerking van Hugo Hovenkamp. Die was in de eerste helft opgevallen door enkele spectaculaire ingrepen, die echter gevolgd werden door iets dat waarachtig op natrappen leek, maar dank zij tactisch ingrijpen van de arbiter werd het incident gesust. Pal na de pauze was er een ploeggenoot van Hovenkamp, die eveneens over de schreef ging (Rene van de Kerkhof), maar toen riep Hugo met een grijns van oor tot oor: “Rustig blijven jongens. Het is maar een aardigheidje”.

Inderdaad: een aardigheidje, maar al wel op jaren, want de start lag in 1923. In het Oranje-elftal speelden toen mensen als Jan Thomee, Tonny Kessler en de legendarische doelman Just Gobel. Nu is dat intussen wel allemachtig lang geleden en daarom nemen we een sprong naar Nieuwjaarsdag van 1944. Merkwaardig genoeg vonden de Duitse bezetters toen goed dat die wedstrijd doorging, nadat zij een jaar eerder de zaak verboden hadden.

Greep

Kijkend naar de elftalfoto van 1944 voelde ik hoe de nostalgie mij op bijna onfatsoenlijke wijze in haar greep hield. Die namen! Caldenhove, Weber, Lagendaal, Pellikaan, Van Heel, Anderiesen, Halle, Wels, Vente, Wim Tap en Joop van Nellen. Toch zag de ploeg van gisteren er ook indrukwekkend uit: Piet Schrijvers verdedigde zijn doel als in oude tijden, Hovenkamp, Rijsbergen, Gerrit Muhren, Henk Warnas, de broers Willy en Rene van de Kerkhof, Peter Boeve, Henk Wery, de eeuwige jongeling Sjaak Swart en Peter Ressel vormden een brok klasse en routine dat al jaren weerstand biedt aan de hardnekkige sloperspogingen van Vader Tijd. Dat zij niettemin minder tot onze verbeelding spreken, kan liggen aan hun nog betrekkelijk aanwezige restanten jeugd (Boeve is 35, maar Swart 52) en verder zou ik het ook niet weten waarom er minder dan tweeduizend toeschouwers bij goed weer op dit treffen waren afgekomen.

Nostalgie laat zich geen enkele wet voorschrijven. En het is wellicht een vergissing om te veronderstellen dat de jonge Haarlemse kijkers stijf van adoratie lagen wegens de presentie van bekende namen van een beetje vroeger. Alleen een Johan Cruijff zou vermoedelijk tot hun verbeelding hebben gesproken, maar die was er niet. Evenmin als Tschieu la Ling, die zonder bericht wegbleef en elftalleider-coach-inspirator Joop Stoffelen een pijnlijk ogenblik bezorgde. Zo werd Wietze Couperus, die gezien de toestand van zijn spieren gaarne buiten het veld was gebleven, op de valreep aan het spelerstotaal van Oranje toegevoegd en toen Swart problemen met zijn looporganen kreeg, moest Couperus metterdaad het gras op. Later, toen Ressel uitgespeeld was, kwam de onverslijtbare Swart terug in de match.

Nauwkeurig

Het was een leuke, spannende partij voetbal, waarbij de bewegingssnelheid van de Haarlemmers nauwkeurig in bedwang werd gehouden door de routine, het spelinzicht en de persoonlijke klasse bij de oud-internationals. Daarom klopte de eindstand volkomen. De broers Van de Kerkhof scoorden voor Oranje en Jaap Spee en Steef IJzer voor de thuisclub. De mannen van Stoffelen blijven goed in beweging, zolang zij omstreeks 35 wedstrijden per jaar spelen. En dat doen zij. In 1990 maakten zij buitenlandse trips naar Brazilie, Curacao en Denemarken. Dit jaar kan Canada zich prepareren op hun komst.

    • Herman Kuiphof