Notenkraker nodig voor Hilversum

Niet voor niets is het omroepbeleid voor Nederland wat voor de Belgen de taalkwestie is: een diep met politiek en sociale structuur en geschiedenis verweven verschijnsel, met belangen die niet goed meer onderkend worden en instituten die zichzelf overleven. Daarmee wil helemaal niet gezegd zijn dat het dus niet de hoogste tijd zou zijn er iets aan te doen. In tegendeel. Maar men moet zich wel realiseren dat (zelfs met zoveel jaren ervaring van achter de feiten aanhollen, of misschien wel juist daardoor) de aanpak van het probleem 'Hilversum' niet deugt.

In de eerste plaats wordt van de nieuwe NOS-voorzitter veel te veel verwacht, terwijl hij misschien alleen intelligent 'op de winkel' zou moeten passen, zoals die andere De Jong, premier van 1967-1971, zijn baan indertijd omschreef. Verder is nu wel gebleken dat de belanghebbenden in Hilversum - zonder duidelijke richtlijnen uit Den Haag - hun problemen niet zelf kunnen oplossen.

Maar Den Haag is - ook op omroepgebied - een in zichzelf verdeeld huis en mist de finesse om met goede scenario's te komen. Dat moet inderdaad in meervoud want het is natuurlijk niet voorstelbaar dat - indachtig McKinsey - eventjes de omroepverenigingen de drie tv-netten onder elkaar gaan verdelen met uitschakeling van de NOS als programma-organisatie zonder daar alternatieven tegenover te stellen.

Heksentoer

Enkele jaren geleden stond het vast dat de PTT verzelfstandigd zou worden. Dat was - en is nog - een heksentoer. Zeer verstandig werd het kader waarbinnen die majeure operatie moest gaan verlopen niet aan de belanghebbende zelf (de PTT) overgelaten. Verstandig ook schakelde de regering toen niet zichzelf in, maar een commissie die het voorbereidende handwerk moest verrichten. Dat is de kommissie-Steenbergen geworden die binnen de daarvoor gestelde tijd een briljant operationeel plan ontwierp dat, in grote lijnen gevolgd, de overgang naar de huidige PTT heeft bewerkstelligd.

Iets dergelijks zou, nu de nood in Hilversum kennelijk zo hoog gestegen is, ook als voorbereidende stap voor het overheidsbeleid met betrekking tot de omroep gedaan moeten worden. En met des te meer reden omdat het - anders dan bij de PTT-operatie - niet alleen om economische belangen gaat, maar ook om wereldbeschouwelijke opvattingen en instituties die - hoe verouderd velen die ook zullen vinden - een ruimere aanpak vereisen. Een aanpak die eerder iets van een gerichte pacificatie-oefening zal moeten weg hebben dan van een technisch georienteerde efficiency-slag.

Laat de NOS snel haar voorzitter krijgen. En laat Den Haag even snel een driemanschap inzetten met de opdracht binnen zes maanden minstens twee doorwerkte scenario's op tafel te leggen. In overleg natuurlijk met Hilversum, maar wel met de duidelijke boodschap dat het een zo breed mogelijk politieke - dus parlementaire - beslissing gaat worden die tot het kraken van de nodige harde noten zal leiden. Dat is de politieke verantwoordelijkheid die - mevr. Jeltje van Nieuwenhoven zei dat onlangs heel duidelijk in het Capitool - Den Haag moet nemen en dragen. Dat kan en mag Hilversum niet zijn, en zeker niet een man daar.

    • Oud Parlementair Journalist
    • A. C. A. Dake