Legerleider laakt 'blinde haat' Den Haag

PARAMARIBO, 2 jan. - De rede van legerleider Desi Bouterse op de laatste dag van 1990 heeft soms wel iets van een Oudejaarsconference. De sportzaal op het terrein van de Memre Boekoe-kazerne is goed gevuld met militairen. Een bandje heeft de stemming er enigszins ingebracht.

Bouterse is vroeg in de ochtend weer geinstalleerd als legerleider. Hij had die functie neergelegd uit onvrede over de handelwijze van president Shankar.

In zijn toespraak krijgen de hoofdrolspelers in de Surinaamse politiek een redelijk milde behandeling van Bouterse. Hij hoeft hen ook niet meer hard te vallen. De coup van Kerstavond is per slot van rekening volledig geslaagd: president Shankar en vice-president Arron zijn tot aftreden gedwongen. Reden genoeg voor tevredenheid.

De eerder door Bouterse voor 'joker' uitgemaakte Shankar krijgt zelfs een pluimpje. Hij heeft zich toch altijd zo enorm ingespannen voor een verbetering van de periodieke verhogingen van de manschappen van het Nationaal Leger. Arron en parlementsvoorzitter Lachmon hebben volgens Bouterse in de spannende dagen van vorige week “met erg veel tact, inzicht en volledige cooperatie de problemen willen afhandelen”.

Bouterse heeft naar de Surinaamse burgerregeringen altijd superioriteit uitgestraald. Ook in zijn eerste publieke optreden sinds de geslaagde 'telefooncoup' van Kerstavond heeft hij deze pose aangenomen. Natrappen naar de vorige regering laat hij vrijwel achterwege.

Bouterse is het best op dreef als het over Nederland gaat. Hij kent die Nederlanders maar al te goed uit zijn tijd in het Nederlandse leger.

Al die tussenlandingen op Schiphol, waar de legerleider in isolatie werd gehouden, waren opzet van hem om te bewijzen dat Den Haag zich slechts door 'blinde haat' laat leiden. En, tot hilariteit van de aanwezigen: “Ze zijn er met hun boerenklompen ingelopen.”

Bouterse wil zijn gehoor graag nog “een grap” vertellen. De legerleider had na “het debacle van Luns” de Nederlandse gijzelaars uit Irak willen halen. “U kent mijn contacten in het Midden-Oosten”.

Uitgerekend voor “die Hollanders” die hem zo slecht hadden behandeld, zou hij dus op weg naar Bagdad zijn gegaan. “Maar dat wisten ze in Nederland natuurlijk niet.” Bouterse ( “Ik ken Saddam Hussein” ) zag zijn initiatief op het nippertje ingehaald door de aankondiging van de Iraakse president dat alle gijzelaars voor Kerstmis zouden vrijkomen.

Bouterse haalt in zijn beschuldigingen richting Den Haag ook de Nederlandse steun voor het Junglecommando van Brunswijk van stal. Deze keer onthult hij te beschikken over documenten die de bemoeienis van de BVD met Brunswijk zouden aantonen. De documenten zijn volgens Bouterse bij de militaire acties tegen het Junglecommando in handen van het leger gevallen.

Alsof de revolutionaire periode van weleer is teruggekeerd krijgt ook de Amerikaanse inlichtingendienst CIA ervan langs. Die had volgens Bouterse een val opgezet door enkele maanden geleden een vliegtuigje met 1.000 kilo cocaine naar Suriname te sturen. Het vliegtuigje landde 'per ongeluk' in door Brunswijk beheerst gebied en werd daar in beslag genomen. De CIA had volgens Bouterse willen aantonen dat de Surinaamse legertop bij cocainehandel betrokken is.

Het oratorisch vermogen van Bouterse lijkt de laatste jaren verder gegroeid: de juiste toonhoogte, herhalingen en climaxen. De legerleider straalt bovendien zelfvertrouwen uit. In de eigen omgeving van de Memre Boekoekazerne is applaus altijd verzekerd.

Maar de logica in zijn betogen is niet altijd even streng. Het leger had na wat de militairen inmiddels de 'constitutionele interventie' zijn gaan noemen, volgens Bouterse talloze solidariteitsbetuigingen uit de bevolking gehad. Zelden zijn zoveel bloemen naar de kazerne gestuurd. Zelfs “mooie bijbelteksten” hebben de militairen gekregen.

Die uitspraken van Bouterse zijn wat in tegenspraak met het slot van zijn betoog, wanneer hij weer in de stijl van een Oudejaarsconference wil afsluiten. Of de mensen voor het militair ingrijpen overal in Suriname die bordjes met de tekst 'Bouta Help' wel hebben gezien. Nu heeft hij het volk dan geholpen, en is het weer niet goed. “Ik begrijp dit volk soms ook niet”, verzucht hij. Om de bevolking tot slot - nu weer in de stijl van de leider van de natie - toe te wensen dat “de voorzienigheid iedereen kracht en gezondheid geeft”.

    • Hans Buddingh'