Europese Gemeenschap was tien jaar Griekse melkkoe; Brussel zet Grieken onder druk; Zonder geld Brussel toestand Griekenland zoals in Bulgarije

ATHENE, 2 JAN. Gisteren was het tien jaar geleden dat Griekenland als tiende lid toetrad tot de EG. Pas vijf jaar later kwamen Spanje en Portugal er bij, maar in het Brusselse schoollokaal is de tienjarige nog steeds het zorgenkind bij uitstek - sommigen laten zich zelfs wel eens het woord 'achterlijk' ontvallen - terwijl Portugal, in 1986 nog de armste lidstaad, nu Griekenland voorbij is gestreefd en in de klas 'een voorlijke kleuter' zou kunnen worden genoemd. Kort voordat Portugal werd toegelaten worstelde het nog met een inflatie van bijna 28 procent per jaar. Deze is in vijf jaar gestaag teruggebracht tot onder de tien procent. In Griekenland daarentegen ging het percentage, ondanks het EG-lidmaatschap, als een wondkoorts op en neer: van 64 (1981) naar achttien (1984), daarna een stijging naar 25 (1985), een nieuwe daling naar veertien (1988) en ten slotte een vlucht naar de rampzalige 23,5 van dit jaar. Vergelijking van de betalingsbalansen van de twee landen geeft een soortgelijk beeld, met voor Griekenland bij deze jaarwisseling een recordtekort van 3,3 miljard dollar (twee jaar tevoren nog slechts 1,2 miljard).

In deze hoogst zorgelijke situatie gaan in Athene weer andere gedachten voor redding naar Brussel uit. De socialistische Pasok heeft zich als oppositiepartij steeds tegen Griekenlands aansluiting bij de Westerse club verzet ( “EG en NATO, een syndicato” ). Tien maanden na de voltrekking echter kreeg zij zelf de macht in handen, en nog steeds beroemt ze zich erop, “alles uit dit lidmaatschap te hebben gehaald dat erin zat”.

Inderdaad is in de jaren tachtig de post 'inkomsten uit de EG' gestaag toegenomen, een proces dat zich in 1990, onder de niet Pasok-regeringen, nog heeft voortgezet. Voor het eerst overschrijden de EG-inkomsten over het afgelopen jaar de drie miljard dollar, en nog kan worden uitgerekend dat Athene lang niet alle potentiele bedragen uit de verschillende kassen weet te absorberen.

Dat zonder deze doorlopende bron de toestand in Griekenland niet zo heel veel beter zou zijn dan die in het huidige Bulgarije, wordt langzamerhand vrij algemeen beseft, en de huidige conservatieve premier Mitsotakis houdt zijn burgers ook bij voorkeur dit afschrikwekkend voorbeeld voor, bij zijn waarschuwingen dat Griekenland niet verder meer op de 'Elf' achter kan lopen. Toch zou er de komende jaren wel weer een ommekeer kunnen komen in het Griekse denken over dit internationale lichaam, want nadat dat tien jaar lang als een soort melkkoe heeft gefungeerd, dreigt het nu de strenge heelmeester te worden die de stinkende wonden moet verdrijven.

Griekenland is, onder sterke pressie uit Brussel, begonnen aan minstens drie jaar die met het woord 'versobering' misschien nog eufemistisch worden gekarakteriseerd. De gemiddelde Griekse werknemer en pensioentrekker gaat er in 1991 elf procent en twaalf jaar op achteruit, zo hebben economen van links en rechts uitgerekend.

Portugal had voor zijn sanering slechts twee zulke versoberingsjaren nodig. Wat dit land als EG-kleuter opbracht: de inflatie tot onder de tien procent terug brengen, wil Mitsotakis alsnog in de komende drie jaar voltrekken, met als schakelpunt de geladen jaarwisseling 1992- 93. Hij wordt niet moe te betuigen dat dit moet en kan.

Het wachten is in eerste instantie toch weer op een gebaar uit Brussel: een lening van hopelijk minstens drie miljard dollar (2,3 miljard ECU) voor de aanleg van grote infrastructurele projecten, waarom eerder deze maand officieel is gevraagd nadat de regeringsleiders op hun topconferentie van Dublin in juni hun nieuwe Griekse collega solidariteit hadden beloofd. De technocraten binnen de EG blijven echter streng, en het is nog de vraag of de ministers van economische zaken op hun conferentie van 29 januari het jawoord zullen geven, na het advies van de Monetaire Commissie onder leiding van de in Athene al zo gevreesde Sarcinelli te hebben ingewonnen.

Maar zelfs als het wordt ingewilligd, zullen de voorwaarden uiterst stringent zijn, en niet zo sterk meer verschillen van die van het Internationale Monetaire Fonds, een instituut waarvan de naam in Athene liever niet wordt genoemd. Ook zal het bedrag vermoedelijk niet in twee termijnen van een jaar, maar in vier halfjaarlijkse termijnen worden uitgekeerd, met steeds weer interimcontrole aangaande de wijze waarop het wordt besteed.

Men heeft in Brussel namelijk slechte herinneringen aan de vorige lening, die de socialistische regering van Andreas Papandreou in oktober 1985 sloot tijdens een periode waarin het tekort op de betalingsbalans ook uit de hand ging lopen. Nadat minister Simitis in de twee volgende jaren inderdaad voor een verbetering had gezorgd, werd hij door Papandreou aan de kant gezet, waarna het geld in de ogen van de Brusselse technocraten voornamelijk voor consumptieve doeleinden werd besteed, bij de nadering van de verkiezingen van 1989. Niet in de laatste plaats aan het benoemen van nieuwe, maar overbodige staatsemployes, potentiele kiezers.

Mitsotakis heeft toegezegd, de benoemingen in de komende jaren zo veel mogelijk te bevriezen, maar volgens alarmerende berichten uit Brussel willen de EG-technocraten meer. Ze eisen een inkrimping met tien procent van het ambtenarenapparaat, dat betekent ontslag van 70.000 mensen. En bij de dreiging hiermee is de populistische oppositiekraint Avriani (krant van morgen) maar alvast begonnen aan een terugbrenging van het anti-EG-klimaat van de jaren zeventig.

Een andere voorwaarde van de EG zal, volgens hardnekkige berichten, een 'verbreding van de belastingbasis' behelzen, waarmee wordt bedoeld een hardere aanpak van de vrije beroepen (dokters en advocaten geven soms een jaarinkomen op van slechts 300.000 drachmen ofte wel 35.000 gulden, terwijl ze een veelvoud daarvan aan belastingen zouden moeten opbrengen) en vooral de agrarische sector, die tot nu toe zowat geheel was vrijgesteld. Ook al zijn de nieuwe verkiezingen theoretisch nog ruim drie jaar verwijderd, het zal voor Mitsotakis een zware dobber zijn, deze voorwaarden te vervullen.

Op korte termijn is er echter een nog veel groter probleem. Onmiddellijk na incassering van de eerste termijn van deze lening moet worden begonnen aan afbetaling van die van 1985 alsmede de zeer onvoordelige lening op ECU-basis die de 'oecumenische' regering-Zolotas vorig jaar sloot om de salarissen en pensioenen tijdens die feestdagen te kunnen betalen. In de eerste helft van 1991 moet aan schulddelvingen 3,5 miljard dollar worden neergeteld, de komende drie jaar het ongelooflijke bedrag van 20 miljard. Bijna de helft van de begroting van 1991 moet hiervoor opzij worden gelegd. “De duistere erfenis van acht jaar Papandreou” heet het in de snel slinkende regeringsgezinde pers.

Bij dit vooruitzicht houden velen, EG-lening of niet, rekening met een solventiecrisis in het voorjaar, waarin de voorraad aan buitenlandse valuta - nu nog ruim drie miljard dollar - net als in 1985 tot onder het miljard zal slinken en de staat andermaal in moeilijkheden komt bij het betalen van de importen maar ook weer van zijn eployes. Een voorproefje kregen de Atheners al gisteren: de buschauffeurs kondigden aan, vandaag niet te zullen uitrijden omdat ze, zelfs tijdens de feestdagen, nog niet waren uitbetaald. Pas laat in de avond kregen ze de gevraagde toezegging.