De montagetafel van het bewustzijn

Tentoonstelling: J. C. J. van der Heyden; schilderijen en foto's. Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam; t-m 3-2; open: di t-m za 10-17 uur, zo 11-17 uur. Catalogus: fl. 42,50.

Toen Gertrude Stein voor het eerst in een vliegtuig zat en onder zich de lapjesdeken van het Amerikaanse landschap voorbij zag trekken, zou ze uitgeroepen hebben: “But it's cubism!”.

Een kinderlijke zienswijze, om alles gelijk te schakelen met wat je al kent? Nee - analogieen lijken bij uitstek de manier waarop wij kijken en ons de wereld om ons heen eigen maken. Denk alleen al aan het feit dat het, naarmate we ouder worden, steeds moeilijker wordt nog een gezicht tegen te komen dat je niet meteen associeert met een ander, eerder ontmoet gezicht.

De huidige tentoonstelling van J. C. J. van der Heyden in Rotterdam is een grote analogie van schilderijen, foto's, objecten en videobeelden; een ideale tentoonstelling als het oog het voor het zeggen had. Dat hoeft zich namelijk niet telkens op een heel nieuw onderwerp of object te concentreren, maar de blik wordt 'vanzelf' van het een naar het ander geleid. Maar ook binnen een werk speelt de kunstenaar met gelijkenissen: Simultaneous bestaat uit een veld waarop allerlei enigszins overeenkomstige plaatjes zijn geplakt. Zo kan er een reeks landschappen worden onderscheiden, reprodukties van schilderijen - van Monet en Brueghel - of gefotografeerd vanuit een vliegtuig. Een doekje met zwart-wit dambordpatroon vertoont ineens overeenkomst met een opname van verkaveld land - het effect dat Gertrude Stein ook waarnam.

Die gelijktijdigheid werpt een samenhangend thema op dat veelvuldig terugkeert: ruimte. Ruimte is in het tijdperk van de satellietcommunicatie een betrekkelijk begrip geworden: de aardbol als een grote kamer. Van der Heyden neemt het oog als uitgangspunt en daarom beschrijven veel van de ruimtes die hij schildert - horizonten - een boog. Het is de boog van het oog zelf, die als het ware in onze waarnemingen wordt herhaald.

Daarom ook zijn er op de tentoonstelling bolle spiegels aanwezig - tegelijkertijd een verwijzing naar het Arnolfini-portret van Van Eyck. Een ander enigszins bol lopend scherm is de televisie. Van der Heyden stelde twee videocamera's op die de tentoonstellingszalen registreren; de opnamen worden gelijktijdig uitgezonden. Deze statische beelden worden tot een schilderij van de tentoonstelling zelf, een stilleven om precies te zijn. Het enige 'schilderij' overigens waarin de ruimte niet illusoir is maar echt.

Tijd is sinds Einstein onlosmakelijk verbonden met ruimte, het derde thema van Van der Heyden, en niet te onderscheiden eigenlijk van de andere twee. De tijd van 'gelijktijdigheid' maar ook van de fragmentatie; “Het bewustzijn knipt stukjes uit de tijd”, zegt Van der Heijden zelf, en refereert daarmee misschien aan het principe van de (film)montage waarin willekeurige beelden aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Het is de tijd die Proust ervoer toen hij schreef dat wat we meemaken “kortstondig is maar door de onafgebroken stroom de indruk wekt van een continuiteit”.

We knopen de fragmenten aan elkaar, anders is de werkelijkheid niet ervaarbaar. Al maakt hij gebruik van de fotografie, een beeld is bij Van der Heyden niet een gestold ogenblik, maar eindeloos herhaalbaar. Dat maakt hij duidelijk door een thema talloze malen opnieuw te visualiseren, bijvoorbeeld in de vele vergezichten die hij al twintig jaar schildert. Hij fotografeerde vanuit een vliegtuig dat over de pool vliegt de hellende scheiding tussen land en lucht. Vervolgens reproduceerde hij die foto in verf in een oneindige reeks: roze, gele en blauwe luchten, op vierkante, boog- of ruitvormige doeken.

Juist door die herhaling krijgen deze verstilde werken een indringendheid die ze tot moderne iconen maakt. Op dezelfde wijze kunnen we het bewegende videobeeld stilzetten om er telkens weer andere details in te ontdekken. Hoe onnatuurlijk dat stilzetten ook mag lijken, in ons hoofd doen we niet anders: we vergelijken onze waanemingen voortdurend met andere.

Een prachtige wand in Boymans levert daarvoor het bewijs. Naast elkaar hangen een zwart-wit 'dambord'-schilderij, een foto van de hellende pool, een immense wandschildering van een horizon en een vergrote opname van een oogbol. Landschap, horizon, oog, ze zijn niet meer in genres te onderscheiden maar vervloeien tot een langgerekte analogie. Het oeuvre van J. C. J. van der Heyden bestaat maar uit een paar thema's die in eindeloze variaties tot een snoer worden geregen. Alleen het perspectief verschuift af en toe een beetje.