Alia's vlucht naar voren is ongeloofwaardig

ROTTERDAM, 2 jan. - In Albanie voltrekt zich een scenario dat zich voor het eerst in het revolutiejaar 1989 openbaarde, toen overal in Oost-Europa de regimes begonnen te wankelen: terwijl partijleider Ramiz Alia steeds luider roept dat alles anders wordt en het aantal liberaliseringsmaatregelen het karakter van een lawine aanneemt, lopen de burgers steeds massaler van het regime weg - ofwel door zich aan te sluiten bij de nieuwe oppositie, ofwel door het land te verlaten.

In zijn nieuwjaarsboodschap stelde Alia zelf dat de ontwikkelingen van de laatste maanden van 1990 hem - en niet alleen hem - hebben overvallen en beloofde hij de Albanezen dat 1991 een keerpunt te zien zal geven. Dat keerpunt kon echter wel eens heel wat drastischer worden dan de partijleider en president lief is.

Alia heeft de afgelopen maanden een naar Albanese begrippen opmerkelijke flexibiliteit aan de dag gelegd. Albanie heeft ideologisch gezien meer dan veertig jaar in de diepvries gelegen. Enver Hoxha, de vader van het Albanese socialisme, heeft, nadat hij in 1944 aan de macht kwam en aan het eind van de jaren veertig afrekende met zijn belangrijkste rivalen, het land een vorm van stalinisme opgelegd waarin meer dan veertig jaar lang geen enkele rek zat: Hoxha's principes bezaten eeuwigheidswaarde en ontwikkelingen elders in Oost-Europa hadden voor zover het de ideologie betrof geen consequenties voor de Albanezen. Meer dan veertig jaar lang werd dat starre beleid met een rigoureus isolement, een indoctrinatie die al op de kleuterschool begon en een almachtig veiligheidsapparaat geschraagd.

Geen wonder dat Alia na zijn aantreden als partijleider in 1985 lang zeer voorzichtig te werk moest gaan om veranderingen in Hoxha's heilige leer aan te brengen. Die veranderingen waren niettemin onvermijdelijk: enerzijds werd het land door de economische crisis gedwongen zich meer op het buitenland te richten wilde het niet degenereren tot een achterlijke uithoek, anderzijds had de grotere toegang van de Albanezen tot buitenlandse media als de Italiaanse en Joegoslavische televisie geleid tot een doorbreking van het isolement en tot een allengs groeiend verlangen naar welvaart, democratie en contact met de buitenwereld. Het afgelopen jaar is Alia's strategie van de kleine stapjes wreed verstoord, eerst door de fallout van de revoluties elders in de socialistische wereld, vervolgens door de ambassadecrisis in de zomer, en ten slotte door het ontwaken van de Albanese intelligentsia.

Alia heeft snel gereageerd, met de afkondiging van een indrukwekkende reeks rechten en vrijheden: vrijheid van partijvorming, vrijheid van godsdienst, het stakingsrecht en vrijheid van vereniging en vergadering zijn of worden afgekondigd. Hoxha's grote voorbeeld Stalin, wiens standbeelden en bustes een ereplaats innamen in alle stadscentra van het land, is van de sokkels gehaald en officieel tot onderdeel van het verleden geproclameerd. De regerende communistische Albanese Partij van de Arbeid heeft in principe haar leidende rol opgegeven, de dictatuur van het proletariaat is afgeschaft en als Alia zich houdt aan zijn belofte kunnen de Albanezen binnen enkele weken een oppositiekraint lezen, net zoals ze nu al, na 23 jaar officieel atheisme, weer en masse naar kerk en moskee kunnen. 's Lands belangrijkste conservatieven, inclusief Hoxha's weduwe Nexhmije, die Alia vijf jaar lang als een strenge waakhond op de vingers heeft gekeken, zijn met pensioen gestuurd. Kortom: de Albanese leider heeft voor de vlucht naar voren gekozen en heeft alle voorzichtigheid bij de afbraak van Hoxha's heilige huisjes laten varen. Waarschijnlijk is het niet genoeg. Sinds Kerstmis zijn de Albanezen in groten getale op de vlucht geslagen, richting Griekenland. Ze trokken ongehinderd een grens over waar vroeger nog geen mug over kwam als de Albanese grenswachten dat niet wilden, een grens waar in het verleden talrijke vluchtelingen zijn doodgeschoten, waarna hun lijken ter afschrikking op of achter auto's door de grensdorpen zijn gereden. Plotseling stond die grens wijd open, en met Kerstmis kwamen er duizend, met nieuwjaar vierduizend - zoveel dat de Grieken de tel kwijtraakten en steeds luider begonnen te roepen dat de Albanezen - in meerderheid etnische Grieken - liever nog even moesten wachten.

De massavlucht illustreert, beter nog dan tijdens de ambassadecrisis van de zomer van 1990, dat in Albanie een vertrouwenscrisis heerst die Alia zelfs niet met de drastische maatregelen van afgelopen maand kan bezweren. Die crisis wordt ook geillustreerd door het aantal betogingen tegen het regime in Tirana en andere grote steden van Albanie en door de grote toeloop waarin de twee bestaande oppositiepartijen, de officieel geregistreerde Democratische Partij en de officieel nog niet geregistreerde Groene Partij, zich mogen verheugen.

Dat gebrek aan vertrouwen is ook niet verwonderlijk, want zelfs op zijn vlucht naar voren maakt Alia duidelijk niet van plan te zijn zonder slag of stoot het veld te ruimen. Niet alleen blijft Albanie volgens de ontwerp-grondwet waaraan op het ogenblik druk wordt gesleuteld een Socialistische Volksrepubliek, Alia is ook niet bereid geweest gevolg te geven aan de eis van de oppositie, de verkiezingen van 10 februari uit te stellen tot 3 mei om die oppositie de mogelijkheid te geven zich behoorlijk voor te bereiden. Alia speculeert op de onbekendheid van de leiding van de oppositie - in meerderheid wetenschappers - en haar gebrek aan geld, middelen en kader en hoopt, door de Albanezen zo snel mogelijk naar de stembus te sturen, te redden wat er nog te redden valt. Ook de zeer zware straffen tegen opposanten die zijn opgepakt tijdens de rellen in vier grote steden in december en Alia's misplaatste klachten over “het gebrek aan democratische tolerantie” dat die opposanten tijdens de rellen aan de dag zouden hebben gelegd zijn onheilspellend: Alia schrikt terug voor de uiterste consequentie van een werkelijke democratisering. Hij wordt duidelijk niet op zijn woord geloofd, net zo min als eind 1989 'hervormers' als Krenz en Urbanek dat werden - en waarom ook: zijn eerste grote liberaliseringsmaatregel betrof deze zomer de vrijheid van reizen, maar die belofte is grotendeels theorie gebleven. Het is weinig verwonderlijk dat duizenden Albanezen bij gebrek aan beters met hun voeten stemmen en vluchten nu dat kan, als levende illustraties van de door Alia geprovoceerde vertrouwenscrisis.

Alia lijkt de greep op de gang van zaken kwijt te zijn, maar heeft wel nog de macht en daarmee de sleutel tot het verdere verloop van de gebeurtenissen. Hij heeft, gezien de snelheid van zijn handelen in het recente verleden, veel opgestoken van de ontwikkelingen in Oost-Europa in de herfst van 1989. Of hij daarbij ook die in Roemenie betrekt is de vraag: daar ging een regime bloedig ten onder omdat het besloot zich tot elke prijs te verdedigen. Als Alia dezelfde weg kiest kan het keerpunt dat hij heeft aangekondigd wel eens heel gewelddadig uitvallen.

    • Peter Michielsen