Buislicht

Twee oude Lappen stonden te ruzieen onder het schijnsel van het noorderlicht. 'Wat een geweldig, mysterieus natuurverschijnsel, he?', zei de een. 'Ach, 't is wel aardig, maar het verschilt niet zoveel van het neonbuislicht in mijn keuken', antwoordde de ander, 'het verschil is dat daar een schakelaar op zit, zodat ik het kan aandoen wanneer ik dat wil!'

Vandaag gaan we het noorderlicht nabootsen met een oude neonbuis. We hebben nodig: een oude grammofoonplaat, een kaars, een stuk flanel of wol, een ongeverfde, niet beschadigde deksel van een jampot en een oude (liefst korte) neonbuis.

Steek de kaars aan en laat wat kaarsvet druppelen op de binnenkant van het jampotdeksel. Zet de kaars stevig op het jampotdeksel, laat het kaarsvet hard worden en blaas de vlam uit. De kaars dient als geisoleerd handvat voor het metalen potdeksel. Leg de grammofoonplaat op een platte ondergrond en wrijf gedurende een halve minuut stevig over een stuk, groter dan een jampotdeksel. Pak nu het omgekeerde jampotdeksel beet aan de kaars, zet het op het opgewreven deel van de plaat en raak het even aan met een vingertop van je andere hand. Pak het jampotdeksel nu weer op (aan de kaars zonder de pit aan te raken). Pak met de andere hand de neonbuis beet aan het metalen kapje (met de twee pootjes) aan een van de uiteinden en breng het geladen jampotdeksel naar het andere uiteinde. Je zult zien dat er een vonkje over springt en dat de buis even oplicht. De proef geeft het beste effect als je hem uitvoert in het donker. Door hem te plaatsen op de opgewreven grammofoonplaat en er even je vinger op te houden heb je het jampotdeksel positief geladen. Door hem daarna alleen maar aan het (kaars-handvat) beet te pakken, zorg je ervoor dat die lading niet weg lekt. Door aan de ene kant van de lamp je hand, en aan de andere het jampotdeksel te houden, zorg je ervoor dat er een vonk door de neonbuis over springt van de kant van je hand naar het geladen jampotdseksel. De vonk bestaat uit elektrisch geladen deeltjes, elektronen. In de neonbuis zit neongas en als er elektronen tegen de neondeeltjes botsen, krijg je licht.

Het noorderlicht is een soort natuurlijke neonbuis. In de buurt van de Noordpool zitten er hoog in de lucht veel elektronen en andere geladen deeltjes, en omdat die soms botsen tegen stikstof- en zuurstofgasmoleculen, zorgen ze ook voor licht, maar dan van verschillende kleuren.

Je kunt voor deze proef ook een tl-lamp nemen. Die werkt iets anders dan een neonbuis, doordat er geen neongas in zit maar kwikdamp. De gloeiende kwikdamp in een tl-buis geeft niet veel licht, maar dat wordt verholpen doordat het schijnsel wel honderd keer versterkt wordt door een fluoriserend laagje op de binnenkant van het glas.