'De invalster die na mij kwam, is nog dezelfde ochtend huilend vertrokken.'

'De vooruitzichten op een baan waren niet al te best toen ik vijf jaar geleden voor het onderwijs koos, maar ik dacht: als je echt graag wilt kom je er wel tussen.' Afgelopen zomer haalde Martine Joustra (22) haar diploma van de PABO en nog dezelfde dag kon ze aan de slag als invalster. Een maand later kreeg ze een kleuterklas met 38 leerlingen onder haar hoede; de vaste juf was overspannen geraakt.

' Heavy', zegt Martine als ze terugdenkt aan die tijd. ' Die kinderen pasten niet eens allemaal in het lokaal. Maar gelukkig was het prachtig weer, dus liet ik ze 's morgens en 's middags een uur buiten spelen. Het ging voortreffelijk, al moest het wel gestructureerd en met strakke lijn. Ik heb zelfs nog een groot indianenfeest georganiseerd.'

Martine Joustra heeft de liefde voor het onderwijs meegekregen van haar moeder, die al ruim vijfentwintig jaar voor de klas staat. Moeder en dochter bezochten dezelfde opleiding, toen nog Kweekschool, nu PABO. De jaargang van moeder Joustra bestond indertijd uit vijfenzestig kwekelingen, Martine kwam afgelopen jaar met vijftien medestudenten van de opleiding af. Vier zijn er uitgeweken naar een andere branche, de rest heeft werk gevonden in het onderwjs, vast of als invaller.

Vaste banen zijn moeilijk te krijgen, is de ervaring van Martine, zeker in Haarlem en directe omgeving. ' Maar om invallers zitten ze te springen. Ik ben vanaf de dag dat ik van de PABO afkwam aan het werk geweest en ik word voortdurend opgebeld of ik kan komen, want veel scholen zitten erg omhoog.' Ze heeft sinds september op vijf scholen gestaan; twee dagen, vier dagen, twee weken, een maand en nu sinds zes weken op een school waar ze waarschijnijk tot Pasen kan blijven. De leerkracht van deze achtste groep was drie weken ziek toen de leerlingen voor Martines komst al drie invallers de revue hadden zien passeren.

Kleuters, midden- of bovenbouw, zorgbreedte, speciaal onderwijs, het maakt Martine niet uit. Ze vindt alles leuk. Maar de school waar ze terecht komt moet wel een prettige sfeer hebben. Haar lastigste klus tot nu toe was een kleuterklas in de Amsterdamse Bijlmer. Ze heeft het er een maand uitgehouden en achteraf bezien vindt ze dat nog lang. ' Het was een supermoeilijke klas. Vijfentwintig kleuters van alle mogelijke nationaliteiten in een gehorig houten noodhok. Als de ruiten niet waren ingegooid, waren ze wel bespoten met rode of blauwe verf. De kinderen waren erg druk, ongeconcentreerd en luisterden slecht. Ik had moeite om orde te houden. De invalster die na mij kwam is nog dezelfde ochtend huilend vertrokken.'

Het voordeel van invallen, vindt Martine Joustra, is dat je de verschillen tussen de scholen goed leert kennen, dat je je een beeld kan vormen van wat je zelf leuk vindt. ' Nu sta ik op een traditionele, wat ouderwetse school. De meeste teamleden zijn boven de veertig en toen ik binnen kwam zag je ze denken: 'moet dat voor onze groep acht?'. Aanvankelijk werd ik een beetje door ze bemoederd. Nu ik er zes weken werk, begin ik er wat meer bij te horen en merk ik dat ze me voor vol gaan aanzien.'

Voor de kinderen speelt leeftijd geen enkele rol, zo ervaart Martine. ' Ze realiseren zich helemaal niet dat ik maar tien jaar ouder ben dan zij, want ik ben gewoon de juf. Ik ga op een natuurlijke manier met ze om; kinderen zijn zo eerlijk en spontaan, dat vind je niet bij grote mensen.' Het contact met de ouders is het enige facet van haar werk dat Martine echt moeilijk vindt. Zeker nu ze met de ouders gesprekken moet gaan voeren over de keuze van het vervolgonderwijs voor hun kind. ' Ik voel me daar onzeker over, want ik hoor ze al denken: wat heeft zo'n jong grietje zonder levenservaring nu in godsnaam over mijn kind te melden?'

Voor de zomervakantie heeft Martine Joustra een aantal keren gesolliciteerd. Zonder resultaat, want ze beschikte niet over onderwijservaring. ' En als er dan zo'n 200 a 250 brieven binnenkomen, lig je er natuurlijk meteen uit.' In Haarlem hebben drie andere categorieen voorrang: eerst de herintredende vrouwen, dan de wachtgelders en ten slotte de langdurige invallers. Gelukkig is ze wel tevreden met deze invalbaan, en als ze er maar lang genoeg mag bljven komt ze vanzelf in de categorie 'langdurige invaller' terecht.

Korte invalperiodes van twee, drie of vier dagen vindt Martine te onrustig. ' Als je zo kort op een school staat, ben je alleen een noodoplossing. Als de ziekmelding 's morgens is binnengekomen, zitten de kinderen al in de klas op je te wachten. Je moet snel de klasselijst doornemen en razendvlug de methodes bekijken waarmee gewerkt wordt. De kinderen zijn bovendien op zo'n dag ook niet op z'n makkelijkst. De leerkrachten zijn over het algemeen wel aardig en behulpzaam, want ze zijn blij dat je bent gekomen.'

Er wordt van een invaller veel gevraagd, het is heel moeilijk om in een vreemde school met onbekende kinderen zomaar aan de slag te gaan. Daarom vindt Martine het ook zo onrechtvaardig dat invallers maar negentig procent van het volledige salaris krijgen uitbetaald. ' Achter de kassa bij Dirk van den Broek verdien ik net zoveel. En daar heb ik dan vier jaar HBO voor gedaan.'

Als deze invalbaan is afgelopen - en dat kan nog enkele maanden duren - gaat Martine Joustra zich weer serieus op het sollicitatiepad begeven. ' Ik heb nu aardig wat scholen gezien. Je leert de verschillende teams kennen en zij jou. Dat is een goede reclame voor jezelf. Tenminste, als je een goede vervanger bent geweest en er geen zooitje van hebt gemaakt in je klas.'