Is Nederland ziek?

HET IS GEEN toeval meer, ook geen verspreking. Premier Lubbers vindt dat Nederland ziek is. Eerst in Nijmegen en vorig weekeinde voor de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak in Arnhem heeft hij het herhaald. De sociale verzorgingsstaat is ontspoord en het normbesef is vervaagd tot calculerend gedrag. Het vertrouwen van de burger in de overheid is in de jaren tachtig, aldus de premier, 'afgebrokkeld' en de overheid zelf vertoont 'krampverschijnselen'. Kortom, Nederland is ziek. Lubbers valt te prijzen voor de provocatie. Want natuurlijk is 'ziek' een ondeugdelijke, al te organisch-darwinistische term om de toestand van een natie te beschrijven, maar in elk geval heeft de premier een steen in de vijver van de tevredenheid gegooid.

Een kritische doorlichting van de verzorgingsstaat is urgent. Sociale vooruitgang is wel de grootste verworvenheid van deze eeuw en in de analyse van Pieter Geyl het bewijs dat vooruitgang bestaat. Wie aanvaardt dat onder de dekmantel van gewetensvolle terminologie ('solidariteit') en met behulp van taboes de verzorgingsstaat buiten kritische beschouwing blijft, brengt uiteindelijk alle verworvenheden van het sociale stelsel in gevaar. Ondanks zeven vette jaren is Nederland blijven zitten met een harde structurele werkloosheid, ondanks zeven vette jaren is de afhankelijkheid van sociale diensten niet minder geworden. Intussen blijft het aantal arbeidsongeschikten gestaag stijgen tot inmiddels bijna 900.000 Nederlanders.

Ondanks het geweldige misbaar zijn de eerste twee kabinetten-Lubbers er nooit echt in geslaagd om te bezuinigen. Ook hier zijn zeven vette jaren maar beperkt benut. Zeker is het aandeel van de collectieve sector in het nationaal inkomen teruggedrongen van ruim 67 naar bijna 62 procent, maar de collectieve lastendruk komt weer angstvallig dicht bij de 53,5 procent van 1982. Een klein decennium duwen tegen de collectieve lastendruk heeft een aardverschuiving van enkele millimeters teweeg gebracht.

De overheid etaleert zichzelf als een beperkt bestuurbare mammoettanker - op het dek doen politici druk over spitsvignetten en koppelingen, maar op de koers hebben de discussianten slechts een geringe, en op de waterverplaatsing van het schip geen enkele invloed. Misschien is het daarom wel dat menig kiezer zich van de politiek heeft afgewend onder het motto: 'Den Haag' heeft een probleem, ik niet.

LUBBERS' DIAGNOSE over de scheefgroei van rechten en plichten wordt door beide regeringspartijen gedeeld. Maar de vraag is hoever die gemeenschappelijkheid reikt. De constatering dat Nederland ziek is, is namelijk geen kleinigheid. Jaren lang gold Nederland als een sociaal model voor het buitenland, voorop de Europese Gemeenschap. Of liever gezegd: Nederland zag zich graag als een model en leefde in de aangename veronderstelling dat andere landen ten slotte ook het licht zouden zien. Een premier die dat sprookje uitblaast, gaat verder dan een interessante bijdrage aan de discussie: Hij zaagt aan de wortels van een mythe en suggereert dat Nederland nog zijn voordeel kan doen met de wijze waarop andere landen hun sociale verworvenheden hebben gerealiseerd.

Zijn coalitiepartner denkt daar in elk geval anders over. PvdA-fractieleider Woltgens heeft het over Nederlandse verworvenheden die hij niet zou willen opofferen voor een Europees sociaal en financieel-economisch beleid. En vice-premier Kok zei deze week in Brussel: 'Ik denk niet dat er in Nederland veel politieke steun zal zijn om het sociale stelsel, het gezondheidssysteem of het onderwijsbestel in te ruilen voor een communautaire variant van minder hoog gehalte'. Wat toegespitst geformuleerd: Nederland loopt nog steeds voorop en naarmate de integratie vordert, moet Nederland die verworvenheden behouden of, nog beter, de overige EG-landen zouden moeten volgen. Model-Nederland dus toch nog, ondanks alles, bij de PvdA-voormannen.

LUBBERS LEVERT een heilzame bijdrage aan de ontnuchtering. Maar een curiositeit is het wel: een premier die als een nationale constructieve meedenker optreedt, terwijl hij toch eigenlijk premier is en dat al acht jaar lang. Nu recenseert hij de staat der Nederlanden in de jaren tachtig alsof hij een toeschouwer is die de wenkbrauwen fronst. Dat kan, vooral wanneer de aangetroffen staat een verrassing is. Maar is het dat?

Voor de premier toch eigenlijk nauwelijks. Om alle misverstanden te voorkomen: in Lubbers' eigen CDA verscheen een in die kring veel besproken rapport over het kwartaire levensgevoel 'dat vooral rechten en niet zoveel plichten kent. Het is een consumptieve cultuur: de overheersende vraag is wat de samenleving, de overheid, de arbeid mij te bieden heeft. Daar moet je alles uit zien te halen en wanneer het op is ontdoe je je ervan. Liever geen verplichtingen. Wij hebben immers recht op zelfontplooiing'.

Hetzelfde rapport stelde vast dat deze levenshouding stuk loopt op 'harde economische feiten: het aantasten van het economische draagvlak en niet te overschrijden financieringsgrenzen'. Om het tij te keren werd de premier aangeraden een 'confrontatiepolitiek' te voeren om verantwoordelijkheden en verplichtingen bij de betrokkenen neer te leggen. Dat rapport werd geschreven door de commissie-Wijffels en handelde over 'De samenhang tussen economie, cultuur en politiek'.

Dat rapport is niet van vandaag of gisteren. Het is zeven jaar oud.