Wat hield je je kranig; Johhny van Doorn, meester van de petite histoire

Johnny van Doorn: De Lieve Vrede. Uitg. De Bezige Bij, 159 blz. Prijs fl. 26,50.

Een van de spelletjes die we op de lagere school deden, was 'zonnetje vangen'. Je liet de zon door een vergrootglas op een stukje celluloid schijnen dat we, als ik me niet vergis, van fietssturen hadden afgepulkt. De gebundelde zonnestralen veroorzaakten een brandpunt in de vorm van een witheet cirkeltje dat na enige tijd in een rokend gaatje veranderde. De zon diende ons ook als speelgoed bij 'blindmakertje', waarbij de met een stukje spiegelglas gereflecteerde zonnestralen op de ogen van een willekeurige passant gericht werden.

Een verschijnsel als de zon naar je hand zetten met eenvoudige middelen als een vergrootglas of een spiegeltje is enigszins vergelijkbaar met het procede waarvan de schrijver Johnny van Doorn (1944) zich in zijn boeken bedient. In De Lieve Vrede, zijn nieuwste boek, roept hij het fenomeen tijdgeest op met vluchtige bespiegelingen over uiteenlopende onderwerpen als de 'griesmeelpap-teints' uit de jaren vijftig en de invloed van het vroegere radioprogramma De Groenteman op een hele generatie.

Sinds zijn prozadebuut Mijn kleine hersentjes, in 1972, heeft Johnny van Doorn zich ontwikkeld tot een meester in het genre van de 'petite histoire'. Zijn onderhoudende, ironische stijl en de zelfspot waarmee hij zijn belevenissen uit het leven van alledag registreert, geven zijn boeken een lichtvoetigheid die door sommigen voor oppervlakkigheid wordt aangezien. Opvallend is dat hij bij zijn keuze van schijnbaar onbeduidende voorvallen uiterst selectief te werk gaat. Hij bestrijkt steevast dat gebied van de Hollandse binnenkamertjes dat in de literatuur geen plaats heeft. In Van Doorns vorige boek Door de weken heen, geschreven als een pseudo-dagboek, lijdt de ik-figuur noch onder een ongelukkige jeugd noch onder zijn huidige leven in een met vrouw en zoon gedeelde nieuwbouwflat. Evenmin is er sprake van spleen.

Zwart wolkje

De eentonigheid der dagen is hoogstens aanwezig als een abstract begrip dat het in de praktijk moet afleggen tegen een plotselinge koudegolf, een cafebezoek, een zwart wolkje dat onverhoeds uit de stofzuiger oprijst, de minutieuze bereiding van een knoflooksoepje of de ontmoeting in een rokerswagon met een op Shirley Temple gelijkende kleuter. Voor zover de ik-figuur onderhevig is aan zwartgallige of euforische stemmingen, geven deze zijn handel en wandel hoogstens wat extra kleur. Zo draagt de dagboekschrijver in een bevlogen moment een gedicht op aan zijn geliefde Adler-schrijfmachine: 'Adler, wat heb ik je afgebeuld/ toen het werk niet vlotte/ en wat hield je je kranig.'

De interesse van Van Doorn lijkt in het algemeen meer uit te gaan naar levensvatbare dramatiek, zoals de naderende invasie in zijn flatwoning van rustverstorende bouwvakkers die 'met koffie morsend lompe dansjes uitvoeren op de Dolly Dots', dan naar het in de literatuur veelvuldig beschreven verschijnsel van het 'tragisch levensgevoel'.

Ook in De Lieve Vrede treedt de hoofdpersoon op als een professioneel-provinciaalse waarnemer die ondanks het klimmen der jaren van ieder cynisme gespeend blijft en de motor van de verwondering draaiende weet te houden. De zogenaamde tijdgeest, waar eigenlijk al zijn verhalen van doordrongen zijn, is nu tot onderwerp gemaakt. Het boek, samengesteld uit fragmenten en kleine, afgeronde vertellingen, mist misschien daardoor Van Doorns verkwikkend onbevangen verteltrant en doet soms wat geconstrueerd aan.

De Lieve Vrede speelt gedeeltelijk in de periode van de Koude Oorlog die samenviel met de middelbare schooltijd van de schrijver. Van Doorn laat zijn licht onder meer schijnen op wat hij 'de sluimergebieden in de geschiedenis' noemt. Zo schetst hij de Hollandse kneuterigheid, de onderhuidse baldadigheid van de jeugd in de jaren vijftig, verliefdheden en een knalruzie uit de jaren zestig tussen een echtpaar over het al dan niet deelnemen aan een vredesmars. Als schrijver komt Johnny van Doorn voor het eerst aan een eindconclusie toe: 'De Koude Oorlog kon dan wel zijn afgelopen, maar de slepende oorlogjes tussen de kleine luyden gingen onverminderd door!'