Tuingasten

Het is een bof als je in Amsterdam een tuin hebt. Als ik aan mijn bureau zit om te schrijven, kijk ik veel naar buiten en zie ik vogels. Ik heb altijd een verrekijker bij de hand, maar als ik die te pakken heb, zul je zien dat het vogeltje net wegvliegt. Niet altijd, maar vaak wel.

Wat ook mislukt: we hebben al heel lang een vogelkastje aan het huis hangen. Tot nu toe wilde er alleen een spreeuw naar binnen, maar die paste er niet in. Ik hing een sliert pinda's aan het huisje om er koolmeesjes mee te lokken. En raad eens wie er op af kwam? De vlaamse gaai. De rover! Geen goed idee dus...

Midden in het gras in de tuin is een waterbakje ingegraven. Daar komen heel veel vogels op af om te drinken of zich te wassen. Zo kon ik goed zien dat de duif echt net zo drinkt als wij, terwijl alle andere vogeltjes een beetje water met hun bekje oplepelen en vervolgens hun kopje achterover gooien zodat het in hun keeltje loopt.

Toen het heel warm was deze zomer, zag ik een roodborst met uitgespreide vleugels op het gras liggen. Ik dacht dat hij dood was, maar hij vloog weg toen ik er aan kwam. Hij lag alleen maar te zonnen of uit te puffen.

Andere kleine vogels die ik zie zijn: koolmees, pimpelmees, zwartkopmees, huismus, appelvink, winterkoning en heggemus.

De laatste is geen familie van de gewone huismus, zoals je zou denken. Hij is net een mus in smoking. Een beetje bangig zie je hem in de rommel in de tuin voedsel zoeken, insekten. De heggemus heeft daarom eem puntige snavel. De huismus heeft een dikke snavel, om zaden mee te kraken. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is, is een spreekwoord. Maar elk vogeltje is gebekt zoals het eet is ook waar. Een beetje zingen kan de heggemus trouwens ook wel. De huismus niet.

Het goudhaantje en de koperwiek zien we al een hele tijd niet meer. De grotere vogels in de tuin zijn: merel, zanglijster, spreeuw, ekster, vlaamse gaai, turkse tortelduif en houtduif. En drie keer een reiger, die afkwam op de vijver van de buren, maar er zaten geen vissen in. Wel een kikker uit een vroegere kikkervis van mij, maar die was toen zeker net aan de wandel.

Niet gezien maar 's avonds wel gehoord: uilen. Vogels die overvliegen zijn: meeuwen, ganzen (zoef, zoef, hoor je dan), papegaaien, op weg naar het Vondelpark, en gierzwaluwen, die je begin mei opeens hoort.

Een keer was er een slechtvalk die een spreeuw te pakken had; en schreeuwen! Ik herinner me ook de takkenbos die moest blijven staan omdat een winterkoninkje er zijn nest in bouwde. Er hebben nooit eieren in gelegen. Het vrouwtje vond het zeker te eng, zo dicht bij het huis. Ze had de keus, want het mannetje maakt altijd meer dan een nestje voor haar. Die verwent zijn vrouwtje maar.