Schadeclaim Jongbloed tegen staat

ROTTERDAM, 30 nov. - Drs. A. J. H. Jongbloed, ex-directeur van Staal Bankiers, eist van de Nederlandse staat schadevergoeding voor de advocatenkosten die hij heeft gemaakt tijdens een strafzaak die het Openbaar Ministerie in Amsterdam tegen hem en een acountant van de Nederlandsche Bank had aangespannen. Jongbloed was toen nog president-directeur van Staal.

Dit heeft de Amsterdamse persofficier, mr. L. de Wit, bevestigd. Vanochtend vond de eerste zitting plaats achter de gesloten deuren van de raadkamer van de Amsterdamse rechtbank.

Het Openbaar Ministerie verdacht Jongbloed ervan strikt geheime informatie over andere banken te hebben aangenomen van genoemde acountant. De acountant had deze informatie meegenomen toen hij jaren enkele jaren daarvoor overstapte van de Nederlandsche Bank naar Staal Bankiers.

Toen de Nederlandsche Bank lucht kreeg van de diefstal, deed ze aangifte bij het Openbaar Ministerie. Na een uitgebreid vooronderzoek besloot Justitie in maart van dit jaar tot vervolging over te gaan van Jongbloed en de acountant. Maar de zaak werd gestaakt toen de acountant daags na de aankondiging van strafvervolging onverwachts kwam te overlijden.

Omdat de strafvervolging is stopgezet, heeft Jongbloed op grond van artikel 5.91a van het Wetboek van Strafrecht nu de mogelijkheid om van de Nederlandse staat de kosten terug te vorderen die hij heeft gemaakt voor zijn advocaat. Persofficier De Wit wilde niet zeggen hoeveel geld Jongbloed vordert van Justitie.

De Wit is over de stap van Jongbloed niet verbaasd. Volgens de persofficier is het gebruikelijk om op grond van artikel 5 91a schade te vorderen als een strafzaak is geseponeerd of niet tot een veroordeling heeft geleid. Jongbloed en diens advocaat waren vanmiddag onbereikbaar voor commentaar.