Regeren in Berlijn kost 12 mld mark

BONN, 30 nov. - Als Berlijn behalve hoofdstad ook regeringscentrum van Duitsland zou worden, bedragen de 'kale' verhuiskosten voor parlement en ministeries 11,75 miljard mark. Als Bonn de politieke hoofdstad blijft moet op circa 3,1 miljard aan uitbreidingskosten worden gerekend. Dit staat in een vertrouwelijk 'rekenmodel' van de Duitse regering, zo meldt vanmorgen het in Dusseldorf verschijnende Handelsblatt.

In de financiele studie is nog geen rekening gehouden met onder meer: 1) een miljardenbedrag met twee cijfers voor de komma voor de verbetering van de Berlijnse infrastructuur; 2) de aankoop van onroerend goed alsook schadeloosstellingen voor het in gebruik nemen van panden die aan de vroegere DDR-regering toebehoorden; 3) het exploitatieverlies op de huidige regeringsgebouwen en compensaties voor het waardeverlies van omstreeks 20.000 ambtenarenwoningen in en rond Bonn; 4) de kosten die bij een verhuizing naar Berlijn zouden ontstaan voor de leden van Bondsdag en Bondsraad en hun medewerkers, politieke partijen, pressiegroepen, de vertegenwoordigingen van de deelstaten, ambassades etc.

In Duitsland is al maanden een stevige discussie over dit vraagstuk gaande, alle politieke partijen zijn verdeeld, de laatste weken lijken de papieren van Bonn weer iets te verbeteren. De nieuwe Bondsdag, die overmorgen wordt gekozen, moet beslissen welke plaats de politieke hoofdstad van Duitsland wordt of blijft.

Al is het rekenmodel van de Duitse regering zeer voorwaardelijk, de uitkomst ervan valt toch duidelijk tussen de bekende extreme schattingen van voor- en tegenstanders van Berlijn als politieke hoofdstad. Het stadsbestuur van Berlijn voert campagne met een calculatie die de kosten 'in beide richtingen' op 5 miljard mark stelt. De deelstaat Noordrijn-Westfalen, waarin Bonn ligt en waarvan Dusseldorf de regionale hoofdstad is, taxeert dergelijke kosten op 80 miljard mark.