Rasoel en Gomperts

Op 2 september 1950 troffen de lezers van Het Parool op hun literaire pagina een sensationele boekbespreking aan. De criticus, H. A. Gomperts, viel met de deur in huis: 'De novelle Het Petitionnement die bij De Driehoek verscheen (prijs: f. 2.25) is een merkwaardig geschrift. Terwijl men het verhaal leest, is men er voortdurend van overtuigd, dat de schrijver S. Vestdijk hier aan het woord is. Kijkt men echter naar omslag of titelpagina, dan stuit men op de mededeling, dat dit een geestesproduct van Max Croiset zou zijn. Op de binnenzijde van het omslag is zelfs het portret afgedrukt van deze toneelspeler en voordrachtskunstenaar.'

Gomperts trekt dan in meer dan een kolom een vergelijking tussen recent werk van Vestdijk en de voor hem liggende novelle, stelt filosofische uitgangspunten en vakmanschap aan de orde, haalt er een eerder geschreven verhaal van Croiset bij, Oidipoes en zijn moeder, en komt dan tot zijn conclusie: 'De schrijver is Vestdijk of iemand, die precies zo is als hij. De vraag wordt dus: is Max Croiset precies als Vestdijk? Men kan de stelling niet omkeren, want Vestdijk heeft in ieder geval geen talenten van toneelspeler en voordrager, waarom Croiset bekend is. Croiset zou dus meer talenten hebben dan Vestdijk?' Die vraag wil Gomperts niet beantwoorden, maar met zijn speurwerk is dan wel het zaad van de twijfel gezaaid en in de kringen van de Nederlandse letterkunde zijn meteen drie kampen ontstaan: natuurlijk dat van de vrienden en de tegenstanders en het derde: van de velen die zich verkneukelen waarbij ze zich zorgvuldig op de vlakte houden. Tot de laatsten hoort Gomperts' collega van de NRC die twee weken later een artikel publiceert waarin het kan vriezen of dooien, maar dat dan toch eindigt met de mededeling dat Croiset zich 'de dubbelganger van Vestdijk toont'.

Wat doen inmiddels de direct betrokkenen zelf? Vestdijk schrijft een brief naar Het Parool: 'Zoals met verschillende andere jongere auteurs heb ik een half jaar geleden met Max Croiset een gemeenschappelijke verzekering gesloten tegen molest door de heer H. A. Gomperts. Daarbij gingen we uit van de gedachte dat krachtens zijn philosophie, genaamd 'jagen om te leven' (volgens anderen 'jagen om leven te maken') Gomperts eens in de verleiding mocht komen om twee dieren tegelijk aan een van zijn pijlen te rijgen, hen daarmee niet dodend, doch transformerend tot Siamese tweeling of erger.' De rest van de brief borduurt op dit thema voort.

Croiset pakt het anders aan. Nader door Gomperts aan de tand gevoeld, schrijft hij de criticus een brief waarin hij 'de veronderstelling dat hij de schrijver niet zou zijn, niet kan bevestigen'. Gomperts heeft zich intussen nader in het verzameld werk van Croiset verdiept, daarin een gedichtenbundeltje aangetroffen, De Alchemie van het Ik, en dit een prul bevonden. In een kop van Het Parool is intussen ook nog sprake van een kort geding - Croiset en Vestdijk samen tegen Gomperts - maar daar lezen we verder niets meer over.

Dan, op 27 december 1950, komt de ontknoping. Gomperts schrijft een stuk waar boven staat: 'Vestdijk schreef Het Petitionnement niet.' Ook al 'gesterkt door zekere particuliere inlichtingen' had hij eerst niet aan het auteurschap van Croiset willen geloven en wel aan dat van Vestdijk, maar nu was hij onder de stapel bewijzen bezweken. De naam van de particuliere informant wordt niet genoemd. Zou het A. Marja, berucht om zijn grapjes, zijn geweest?

Ondanks alles acht Gomperts zich niet verslagen; hij vervaardigt een geclausuleerde capitulatie. 'Dit betekent overigens niet', schrijft hij, 'dat ik mijn eerste stuk over de kwestie, getiteld Meesterlijk Debuut... .of Mystificatie? zou willen terugnemen. Waarom het uitspreken van de veronderstelling, dat men met een mystificatie te doen heeft, op zichzelf laakbaar zou zijn, is mij niet duidelijk' en dan komt hij met een paar voorbeelden uit de geschiedenis: Kloos, Van Eeden, Ter Braak.

Hoe zit het intussen met het kort geding van Gerrit Komrij tegen professor Teun van Dijk die Komrij's talent in het werk van een zekere Rasoel heeft herkend? Is Van Dijk de Gomperts van 1990? Voor zover me voor de geest staat, is de professor veel pertinenter in zijn uitspraken geweest. Het verbaast me van een beroepsletterkundige. Had hij zijn eigentijdse geschiedenis beter gekend dan zou hij een voorbeeld hebben genomen aan Gomperts. De truuk in dergelijke gevallen is, iets zodanig te beweren dat niemand later kan zeggen dat je het werkelijk gezegd hebt en dan elastisch terugtrekken.