Politici uit oosten van Berlijn waren slechts figuranten

BERLIJN, 30 nov. - Voor het laatst hebben gisteren in Berlijn twee parlementen vergaderd: dat van West-Berlijn en dat van de voormalige hoofdstad van de DDR. Zondag, op de dag van de Bondsdagverkiezingen, zullen de Berlijnse kiezers tevens hun stem uitbrengen voor de eerste gezamenlijke, lokale volksvertegenwoordiging sinds Berlijn kort na de oorlog in twee apart bestuurde en rivaliserende steden uiteenviel. Een ware metropool van 4,3 miljoen inwoners ontstaat dan, de Duitse vereniging is ook op het niveau van haar hoofdstad compleet.

Critici van de wijze waarop de voormalige DDR als het ware is overspoeld door de Bondsrepubliek, waarbij van Oostduitse inbreng nauwelijks sprake is, hebben vaak de neiging dit aan typisch rechtse botheid van de CDU te wijten. In het in beide stadsdelen voornamelijk door de SPD gedomineerde Berlijn wordt evenwel duidelijk dat het bij de 'Anschluss' niet om een typisch christen-democratisch verschijnsel gaat. Al maandenlang worden alle relevante beslissingen over de toekomst van Berlijn in het Westberlijnse Rathaus Schoneberg genomen en zijn het Westberlijnse politici die in de openbaarheid alle debatten voeren. Zij hebben de ideeen over de toekomst voor Berlijn, zij hebben de contacten in Bonn.

Ook de verkiezingscampagne is een Westberlijnse aangelegenheid geweest, waarbij Oostberlijnse volksvertegenwoordigers nog een folkloristische rol vervulden. Op verkiezingsbijeenkomsten ziet men de Westberlijners veelal wat gegeneerd naar de grond kijken, als de Oostberlijners hun woordje doen. Dezen missen het gevoel voor politieke tactiek, waarmee in West-Duitsland verkiezingen worden gewonnen, en ze missen ook vaak kennis van zaken.

De Oostberlijnse volksvertegenwoordiging, gezeteld in het 'Rote Rathaus' dat in de toekomst ook weer het centrale stadhuis van heel Berlijn moet worden, heeft weliswaar trouw iedere week vergaderd. Maar van belang was dit alles nauwelijks meer. Ook de begin dit jaar ontworpen Oostberlijnse grondwet, die met zijn 'ronde-tafelconferenties' de sporen draagt van de Oostduitse 'Wende', zal spoedig nog slechts van historisch belang zijn.

Er was bij deze verkiezingscampagne een thema waarmee in principe zowel de thans regerende SPD als de oppositionele CDU makkelijk de verkiezingen hadden kunnen winnen: het behoud van de Berlin-Forderung en de Berlijn-toelage in West-Berlijn. In het westelijke deel van de stad maakt iedereen zich zeer boos over de plannen in Bonn om deze belastingaftrek en acht procent toeslag op het salaris, waarmee eens de voorpost van het vrije Westen voor leegstroming moest worden behoed, gewoon af te schaffen. De Westduitse discussies over eventuele belastingverhogingen ter financiering van de Duitse eenheid hebben vanuit Berlijns gezichtspunt iets onwezenlijks. Westberlijners dreigen er door die eenheid enkele procenten in inkomen op achteruit te gaan.

Maar geen partij, behalve de extreem-rechtse Republikaner, heeft het gewaagd van de Berlijn-toelage een centraal campagne-thema te maken. Zowel SPD als CDU weet dat de zeventien miljard 's jaars die Bonn op tafel legde voor deze regelingen, die ook golden voor de gebieden aan de grens met de voormalige DDR, geen toekomst hebben. De vraag is hoogstens in welk tempo de Westberlijners hun privileges vaarwel moeten zeggen.

De gewelddadige krakers van de Oostberlijnse Mainzer Strasse hebben in de Berlijnse gemeentepolitiek uitkomst gebracht: recht en orde en macht vormen in deze onzekere tijden een ideaal thema voor de verkiezingscampagne. De Westberlijnse 'Alternative Liste', de lokale versie van de Groenen, heeft de SPD bovendien het grote genoegen gedaan naar aanleiding van het door SPD-burgemeester Walter Momper geinstigeerde forse politiebeleid tegen de krakers, de twintig maanden oude rood-groene regeringscoalitie te verlaten. Dat maakt het de SPD mogelijk om de vraag of men na de verkiezingen met de Groenen of, zoals vanouds, weer met de CDU in zee zal gaan, volstrekt open te laten. Het berooft de CDU bovendien van haar voornaamste campagnethema: het ten val brengen van de rood-groene coalitie.

De Berlijnse verkiezingsstrijd is in zijn saaiheid een afspiegeling van die in heel Duitsland. De bestuurlijke problemen in de voor de helft verwaarloosde en verarmde stad zijn zonder weerga, de mogelijke oplossingen zijn nog vaag. Alle Berlijnse partijen zijn het over een ding eens: de bondsregering zal fors moeten dokken.