Niet de misdaad is erg; The House by the River (1950) van Fritz Lang

Gedurende de maand december is in Kriterion (Amsterdam) een uitgebreid Fritz Lang retrospectief te zien. M (1931) is op 1 en op 9 dec. te zien, om 17.30; The house by the river (1950) op dinsdag 4 dec., ook om 17.30.

In de film The House by the River van Fritz Lang vermoordt de hoofdpersoon zijn huishoudster. De toeschouwer krijgt geen moment sympathie voor de moordenaar, maar hoopt toch dat hij niet wordt ontmaskerd. Pas op driekwart van de film komt het keerpunt: 'De hoofdpersoon is, door zijn broer de straf te laten krijgen, plotseling iemand geworden die niet verder mag leven.'

Een man wordt verdacht van een misdaad. Wij, de toeschouwers, weten dat hij onschuldig is. Dit gegeven is dikwijls verfilmd. Het is vooral daarom zo sterk omdat iedereen weet hoe het voelt om ten onrechte van iets beschuldigd te worden. Op dit gevoel is het oeuvre van Kafka gebaseerd, en bijvoorbeeld ook veel films van Hitchcock.

Zeer zeldzaam is daarentegen de tegenovergestelde plot. Iemand pleegt een misdaad. Wij, de toeschouwers, zijn de enige getuigen. Vervolgens slaagt de man erin iedereen om de tuin te leiden en blijft hij, voor het oog van de wereld, onschuldig. De verdenking rust ten slotte op iemand anders.

Een film met deze man als hoofdpersoon zal niet licht een doorslaand publiekssucces worden. De mensen verwachten van een film nu eenmaal hetzelfde als tweeenhalfduizend jaar geleden Aristoteles van drama: dat het allemaal eindigt in een toestand van gerechtigheid, en indien de hoofdpersoon inderdaad 'fout' is geweest, dan verlangen we ten slotte de zuivering van inzicht in die fout, van boetedoening, en ten slotte van gerechte straf.

The House by the River, uit 1950, van Fritz Lang (1890-1976) is een film vrijwel zonder een dergelijke zuivering. Steven, de hoofdpersoon, een schrijver, pleegt in de eerste minuten een moord, voor onze ogen. Vervolgens slaagt hij er in om de verdenking af te wentelen op zijn eigen broer. En ten slotte lijkt hij zijn broer zelfs te vermoorden en het op een zelfmoord te laten lijken.

Sympathie met deze Stevens hebben we geen moment. Hooguit alleen in het begin wanneer hij de nieuwe, jonge huishoudster nakijkt. Zijn blik gevestigd op haar wegwandelende rug, daarvan voelen we het effect op zijn gemoed na. Het is een feeeriek shot, van een mooie wegwandelende rug, en tussen schouderbladen vallend haar, en van een betoverend tuinpad. Kort daarna wurgt hij haar, en dat is in feite onze kennismaking met hem, en dus met zijn fatum. Begrijpen waarom hij haar wurgt doen we niet. Hoeven we ook niet, want nu neemt de spanning ons in beslag. Zal hij worden ontdekt? Het is zeer geheimzinnig dat we nu eigenlijk willen dat hij niet ontmaskerd wordt; zoals het ook zeer geheimzinnig is dat we hopen dat de toevallig langskomende broer niet naar de politie gaat zodra hij de toedracht ontdekt. Dat deze broer vervolgens gechanteerd wordt tot medeplichtigheid, ook dat is precies wat we willen...

Fritz Lang is ook de maker van M, een van de vele films die, nu Lang honderd jaar geleden geboren is, door het Nederlands Filmmuseum vertoond gaan worden. M is een film die in Nederland nooit gemaakt zou kunnen worden, want de hoofdpersoon ervan is een kinderlokker. In Nederland vatten we altijd vooral sympathie op voor de verontwaardigden. Waarom dat zo is weet ik niet, 'verontwaardigd' is hier, geloof ik, identiek aan moreel hoogstaand, daarom zijn polemisch ingestelde schrijvers te onzent ook zo populair. In M is uiteindelijk maar een iemand tot op zekere hoogte sympathiek te noemen, en dat is de kleine-meisjesmoordenaar, gespeeld door Peter Lorre. Alle andere personages huilen met de wolven mee in het bos, en huilen zo lang en zo hevig dat zij monsters worden, met schuim op hun lippen, en vreeswekkender dan Lorre.

Manipulatie

Hoe ver Fritz Lang in M (uit '31) ook gaat, in The house by the river gaat hij verder, door zijn hoofdpersoon almaar onsympathieker en satanischer te maken, terwijl we er op blijven hopen dat het hem lukt om uit de handen van het gerecht te blijven. Pas wanneer het leven van zijn broer, op wie de verdenking wordt afgewenteld, een hel van ingegooide ruiten en achterklap is geworden, kantelt de film en beginnen we te willen dat er een eind aan Steven wordt gemaakt. Welbeschouwd wordt de broer dan de eigenlijke hoofdpersoon, van het Kafka/Hitchcock-type: de ten onrechte beschuldigde 'Wrong Man'. Dat deze broer er in de laatste seconden van de film in slaagt om - ja wat? ons rechtvaardigheidsgevoel te bevredigen? - maakt geloof ik voor het vreselijke kernpunt van Langs onderneming niet uit. Want wat er gebeurd is, is dit: we zijn gaan willen dat de hoofdpersoon er aanging. Dezelfde die ons gedurende driekwart van de handeling in spanning had gehouden, die wensten we op zeker moment dood.

Rare manipulatie van onze inleving, deze. Dat ik kijkend naar een film op iemands dood hoop, dat ken ik goed. Meestal gaat het om de schurk, en leef ik zozeer met de (sympathieke) hoofdpersoon mee, dat mijn instinct voor wraak, dat in een democratie geneigd is tot sluimeren, gewekt is. Het is bevredigend, dan, om de schurk in de cirkelzaag te zien belanden. Maar hier, in deze Fritz Lang, was de schurk als het ware de ik-persoon. Weliswaar begreep ik hem niet toen hij het meisje wurgde (het leek allemaal een beetje per ongeluk te gaan), toch bleef ik om zo te zeggen bij hem, toen hij zich zelf door het mijnenveld van de verdenkingen loodste. En nu, zonder dat er sprake is van bullebakken met ploertendoders, of van achtervolgingen, of van naakte messen in een tweegevecht-arena, wil ik, Amnesty-lid, ineens de doodstraf? Want daar kwam het toch wel op neer. De ik-persoon was, door zijn broer zijn straf te laten krijgen, plotseling iemand geworden die niet meer verder mocht leven. Niet de misdaad was het erge, maar het feit dat hij de schuld niet op zich nam toen de ander verdacht dreigde te worden.

Er zijn, waar het om misdaad gaat, twee cruciale momenten, lees ik in Gerrit Krols bespiegeling over de doodstraf Voor wie kwaad wil. Er is het moment van de daad. Daarna is er het moment van de erkenning van de daad, die tegelijkertijd de bekentenis is. Gerrit Krol besteedt veel aandacht aan het tweede moment. Door schuld te ontkennen wordt de dader twee keer zo schuldig. Om dat moment gaat het in The house by the river uiteindelijk. Niet om de misdaad en zijn motief, maar om de erkenning, de bekentenis. Dat die uitblijft maakt Steven onmenselijk.

Schuldbewust

Is dit alles een reden om naar deze film te gaan? Natuurlijk niet. Een plot heeft geen talent. Een strekking, hoe verontrustend en je gevoel voor civilisatie ondermijnend ook, kan altijd effectiever op papier worden verwoord, dan, zoals dat heet, 'verfilmd'. Discussiefilms zijn zonder uitzondering artistieke mislukkingen. Een filmbeschouwing hoort, als het er op aankomt, niet over de diepte te gaan, maar over de oppervlakte.

Natuurlijk is het waar wat Truffaut van Fritz Langs late films heeft gezegd - dat Langs rebellie er in walging was verkeerd, en dat dit het bitterste oeuvre van de filmgeschiedenis is. Maar dat zijn de adjectieven van de beschouwer. Zij maken me niet duidelijk waar ik dan toch zo van genoten heb, telkens wanneer ik een Lang zag.

In The house by the river waren het vooral de sequenties van de nachtelijke rivier die mij ademloos deden kijken. Ze worden begeleid door schitterende, trompettige, 'zilveren' muziek van Georges Antheil. Ze zijn zeldzaam spannend, op het Hitchcockse af, want Steven is op zoek naar de zak met het lijk. Maar wat het belangrijkste is: deze beelden doen je een wereld instaren die je al kende. Er is iets met 'rivier', met 'nacht' en met een roeiboot schuivend door een rietkraag, dat om zo te zeggen al in je achterhoofd was opgeslagen, als roeide je in je dromen of in je onderbewustzijn al vele malen eerder door zo'n nacht. Het is de volmaaktst denkbare verbeelding van de onrust van het 'ongedaan willen maken', van grijpen naar iets dat altijd maar doorstroomt, en buiten bereik blijft...

Vorige week zeiden de gebroeders Taviani in deze krant: 'Film is tekenen met stromend water.' Misschien vergaten ze erbij te zeggen dat dit water van licht is. En als er een filmregisseur is geweest die zijn voortvliedende beelden van licht heeft doen zijn - wat boven alles zeggen wil: van schaduw, wat alles des te ongrijpbaarder maakt - dan is het Fritz Lang geweest. Zijn personages zijn, zoals Truffaut zei, 'gebrandmerkt door hun zonde'; en het oeuvre, althans de beste films eruit, zijnde ook: zwart-witte, gedragen zich als schuldbewuste schaduwen, waar je wel naar kunt kijken, maar nooit op kunt staan. Ze zijn lucide, en duister, en ongrijpbaar, als een slecht geweten.