Moeilijke mensen

Lydia Rood, Beide benen. Uitg. Prometheus, 192 blz. Prijs fl. 24,90

De eerste roman van Lydia Rood zit vol moeilijke mensen met moeilijke relaties. Ze gebruiken de taal om elkaar te aaien en vaker om elkaar te krabben. Er zijn er ook die nauwelijks een woord kunnen uitbrengen. Vooral Anne en Lot, de twee hoofdfiguren zijn moeilijk voor elkaar, voor zichzelf en voor ieder ander. 'Ik voel me beroerd en ik weet niet waarom. Ik loop te treiteren. Ik maak niets af, ik ben eenzaam maar kan niemand om me heen hebben.' Dat is Lot. Ze doet interviews voor de radio en is verknipt omdat haar vader tegelijk haar grootvader is. Anne doceert geschiedenis aan de universiteit, als ze tenminste niet te laat is of haar college afzegt omdat ze nodig naar het cafe moet. Ze loopt dus ook met een onbehaaglijk gevoel door het leven. Ze wil steeds een man en elke keer als er een opduikt, maakt ze moeilijkheden. Helemaal goed doen ze het nooit. Rupert komt er nog het dichtst bij, die houdt zich in elk geval niet op met dat vervelende voor- en naspel. Egon, de liedjesschrijver die zo weinig zegt, gaat ook wel, maar hij blijft weer te veel op een afstand. Anne besluit het gevoel van onbehagen te bestrijden door een kind te nemen. Een arrogante, irritante student die niet al te stom is en fysiek goed in elkaar zit, zoals ze het noemt, moet het maken. Van vrijen kan hij niets, maar het bevruchten gaat hem goed af.

Het grootste bezwaar van deze roman is dat hij geen vlees en geen vis is, geen satire en geen realistische uitbeelding, maar een onzeker mengsel van die twee. Af en toe denk je dat Lydia Rood wil laten zien hoe onbenullig die mensen zijn en dan ineens lijkt het of ze wel iets ziet in al die egocentrische kneusjes die doen alsof er heel wat in hen omgaat maar daar zo goed als niets van laten blijken. De toon is die van vlotte meiden onder elkaar anno ik-tijdperk. Alleen als het gaat om de verhouding tussen Anne en haar autistische broer klinkt de stem ongeforceerd. De passages over hem zijn sympathiek en scherp geobserveerd en het is jammer dat hij niet een veel grotere plaats in de roman heeft gekregen.