Met verschuldigde hoogachting

Dat er een ruime belangstelling zou zijn was te verwachten, want voor iemand met zoveel vijanden had zij heel veel vrienden. Blauwbekkend in de schrale zomerzon wachtten wij op het moment dat de deuren van de aula open zouden gaan. Bram de S., Merel L. Ton van D. Ed L. en Loe de J. En haar ideologische lichtbaken Bart T., 'die ik onze beste politieke commentator vind'. En Roel van D., voorman van Groen Amsterdam, de partij die zij tot veler verrassing als lijstduwster steunde. 'Ik sta op de dertigste plaats en daar sta ik goed.' En Karel van 't R., met wie zij eigenlijk alleen van mening verschilde over De Ongelofelijke Slechtheid van het Opperwezen. Hij vindt Hem een soort Idi Amin. Zij vond Hem iemand bij wie je in oorlogstijd met een gerust gemoed kon onderduiken. En Max P., met wie zij af en toe bonje had, maar die zij, verstandig als zij was, natuurlijk 'helemaal niet dom' vond. En Ischa M., inmiddels 's lands beste en in elk geval fijngevoeligste interviewer die ooit trefzeker over haar 'tot de tanden gewapende argeloosheid' heeft gesproken. 'Joden zijn interessant', schreef zij. 'Goeie schrijvers zijn vaak joods.' Nog interessanter zijn, vond zij, de halfjoden. Dat waren in feite de enige echte. 'Want alleen die kunnen nog staat maken op het vaderlandsloze cosmopolitisme.'

Met schuwe ogen keken wij even later naar de kist, Peter van S., Ite R., Feike S., Carel P. en Arend-Jan H. van V. Sommigen zaten. De meesten moesten staan. Annie M. G., die eigenlijk, met alle respect voor de regerende vorstin, als de echte koningin van Nederland moet worden beschouwd, kreeg een stoel op de eerste rij. Wie had in hemelsnaam die derderangs Gershwin uitgezocht? Veel schrijvers. Veel wetenschappers. Veel journalisten. Rinus F. en Joop van T., die haar hoofdredacteuren waren. Ben K., die bijna haar hoofdredacteur is geweest. De vrijwel complete redactie van het weekblad waarin zij dertig jaar lang brilleerde, exclusief de redacteur die zij in een interview een 'nincompoop' beliefde te noemen. 'Wat dat is? Een nitwit, in dit geval een nitwit die reeksen saaie stukken schrijft, stukken die ik uit angst voor dodelijke verveling niet meer lees.' Maarten 't H. was vanzelfsprekend aanwezig, de man, die zij tegen 'de dames Schreeuwlelijk' verdedigde, toen hij het waagde 'de geharnaste nufjes die zich radicale feministen noemen' te kritiseren. En Andreas B., 'die nu verduisterd lijkt door een litanie van grieven tegen masculinisten in het algemeen en seksefascistische architecten, die de gootsteenkastjes expres zo laag plaatsen dat de Vrouw er rugklachten van krijgt, in het bijzonder.'

De toespraken waren dit keer alleszins dragelijk. Weer muziek. Het is op teraardebestellingen altijd het moeilijkste moment. Dorien, 'mijn h. in de h. op wie ik zeer gesteld ben', huilde. Gerhard D., schrijver van een 'heel kies, heel huiveringwekkend' boek over de jodenvervolging, wreef zich langs de ogen. Nederlandse intellectuelen durven alleen maar hun emotie te tonen als zij tenminste in Auschwitz hebben gezeten.

Kringsgewijze stonden wij rond de kuil, Joop G., Frits B., Maarten B., Laurens van K., Tilly B. en Maarten B. Vlak achter de familie stond Aad N., haar eerste echtgenoot. In gezelschap van Jaap van H., haar tweede echtgenoot. 'Het beste middel voor een gelukkig huwelijk', schreef zij, 'is de dood in het kraambed.' Toen was het godzijgeloofdengeprezen voorbij. Opgelucht wandelden wij terug. Elly de W. - 'wat zij schrijft over verliefd zijn en over bedrogen en verlaten worden herken ik'. Rob W. - 'Wat een aardige jongen! Onze leukste, oorspronkelijkste en vindingrijkste politieke cartoonist'. Remco C. - 'een van onze beste schrijvers'. Adriaan van D. - 'Adriaan is leuk om mee te praten en zwijgen is een gave die ik niet bezit'. Peter van S. - 'Het blijft tobben'. Peter V., geharnast tegenstander van de 'domkoppen die het verschil tussen een sprinkhaan en een krekel niet weten'. Peter S., wiens apologetische smeekbede om een 'marxistisch-leninistisch- maoistisch-miraculeuze partij' zij ooit toucheerde met drie verschroeiende woorden: 'Juist. Maar. Stalin'. Waarna hij die marxistisch-leninistisch- maoistisch-miraculeuze partij prompt op de mestvaalt van de arbeidersbeweging heeft gedeponeerd.

Waarom was prins W-A. er eigenlijk niet, over wie zij zo'n aardig boekje heeft geschreven? Of zijn moeder? Of Hedy d'A.? Of Ruud L., op wie zij godbeterehet, de laatste keer - om haar vooruitstrevende vrienden te pesten - heeft gestemd? Waar waren zij? Waar waren Hans van M. en Frits B.? Mij maak je niet wijs dat die lui iets beters te doen hadden. Waarom waren er uberhaupt geen politici, behalve Ed. van T., die eigenlijk geen politicus is, maar de facto de joodse burgemeester van de joodse gemeente Amsterdam? Waar waren zij? Het is toch, wat Jan B., Piet G., Charlotte M., Bob P., W. F. H. en Konrad B. ook van mening zijn, niet de eerste de beste die de Nederlandse samenleving is ontvallen?

'Als ik niet ziek zou zijn, was ik in elk geval zestig - dan zou het bewustzijn van mijn sterfelijkheid net zo goed op me drukken', zei zij. Het is ongetwijfeld waar, zoals haast alles wat zij verkondigde. Toch had ik liever gezien dat zij ons het harmonieus ouder worden in plaats van het harmonieus sterven had geleerd.