Meer dan de helft van alle vluchtelingen vraagt asiel aan in Duitsland; Europa worstelt met probleem asielzoekers

PARIJS, 30 nov. - 'De jaren negentig zullen waarschijnlijk worden gekenmerkt door de meest restrictieve toepassing van het asielrecht in de naoorlogse geschiedenis', zo stelde onlangs Thorvald Stoltenberg, toen nog Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen. De Noor doelde daarmee op de afnemende bereidheid van met name de Westerse landen om asiel te verlenen aan vluchtelingen.

Tegelijkertijd is het aantal vluchtelingen dramatisch toegenomen. Waren er in 1980 wereldwijd acht miljoen vluchtelingen, dit jaar wordt hun aantal op vijftien miljoen geschat. Het budget voor het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties steeg in die periode met slechts 25 procent, zodat in tien jaar tijd het beschikbare budget per vluchteling fors is gedaald.

In de meeste Europese staten haalt de discussie over 'het asielprobleem' bijna dagelijks de kranten. Geen land behandelt asielzoekers op dezelfde wijze. Zo worden in Griekenland (Koerdische) asielzoekers geblinddoekt naar het politiebureau gebracht en vervolgens voor zeven maanden achter de tralies gezet. Denemarken stelt slechts weinig vluchtelingen in staat asiel aan te vragen. De overblijvers worden echter massaal als statutair vluchteling erkend, waardoor Denemarken relatief gezien met een vluchteling per 187 inwoners EG-koploper is. In Europa toont Zweden zich het meest gastvrij met een erkende vluchteling per 61 inwoners. Groot-Brittannie telt honderdduizend vluchtelingen maar laat de afgelopen jaren vrijwel geen asielzoekers meer toe. In Duitsland loopt de situatie geheel uit de hand. Asielzoekers worden daar noodgedwongen zelfs gehuisvest in raamloze bunkers of in geimproviseerde containers op boten.

Het aantal 'spontane' asielzoekers in Europa stijgt voortdurend. In 1972 meldden zich nog slechts dertienduizend asielzoekers, dit jaar zullen dat er naar schatting 375.000 zijn. Toch herbergt Europa met in totaal 750.000 erkende vluchtelingen nog geen vijf procent van het totaal in de wereld. In 1988 bestond slechts 0,17 procent van de totale bevolking van West-Europa uit erkende vluchtelingen, voor Nederland bedraagt dat percentage per 1 januari 1990 0,13 procent. Op Italie na neemt ons land daarmee de laatste plaats in van de EG-landen. Nederland telt nu 20.000 erkende vluchtelingen, dat is minder dan vijftig procent van het aantal Duitsers in ons land.

Meer dan de helft van alle asielzoekers in Europa zoekt zijn geluk in Duitsland. Dit jaar zullen dat er 190.000 zijn, een toeneming van ruim zestig procent vergeleken met vorig jaar. Los van de vierhonderdduizend 'Volksduitsers' uit Oost-Europa betekent dat een sociale bom onder de Duitse samenleving. Voor de aantrekkelijkheid van Duitsland als asielland lijken twee factoren een rol te spelen: de economische mogelijkheden en de soepele wetgeving. Artikel 16 van de Duitse grondwet bepaalt immers dat 'politiek vervolgden' recht op asiel hebben. Toch wordt uiteindelijk slechts 3 procent van alle asielzoekers als statutair vluchteling erkend; 30 procent bestaat uit gedoogden die in tegenstelling tot de Nederlandse praktijk het recht hebben om te werken.

Ook Frankrijk kent het in de grondwet verankerde recht om het Franse grondgebied te betreden om asiel aan te vragen. Asielzoekers dienen dan ook in principe een vrijgeleide te krijgen, zodat ze hun asielaanvraag officieel kunnen indienen.

Afgewezen asielzoekers duiken massaal onder, voornamelijk in West- en Zuid-Europa. Van steeds meer kanten wordt beklemtoond dat de toeneming van het aantal rechteloze asielzoekers geheel past in de behoeftes van het grote informele economische circuit in landen als Frankrijk en Italie, waar alleen al 300.000 illegale Afrikanen zouden verblijven. 'Ieder jaar maken we duizenden afgewezen asielzoekers tot officiele illegalen', concludeerde de directeur van de Franse Immigratiedienst onlangs.

De EG-landen zijn intussen druk doende de toekomstige buitengrenzen zo goed mogelijk te beschermen tegen de komst van ongewenste vreemdelingen. Volgens vertegenwoordigers van vluchtelingenorganisaties vormt de tussen de Benelux-landen, Frankrijk, Duitsland en Italie gesloten Schengen-overeenkomst de eerste aanzet tot het creeren van een 'fort Europa' waartoe uiteindelijk alle EG-landen zullen behoren, met als voornaamste streven het indammen van de steeds toenemende stroom asielzoekers en economische vluchtelingen.

Zowel in het verdrag van Schengen als in de asiel-conventie van de EG is overeengekomen dat voortaan het eerste land waar een asielzoeker arriveert verantwoordelijk zal zijn voor de afhandeling van het asielverzoek. Daartoe dient - met het verdwijnen van de binnengrenzen - het asielbeleid in de Europese staten dan wel geharmoniseerd te worden. Op dit moment is dat nog geenszins het geval. Zowel de juridische procedures als de dagelijkse praktijk verschillen van land tot land. Zo hebben in Frankrijk asielzoekers het recht om te werken, hun eigen huisvesting te regelen en hun kinderen naar school te sturen. De integratie van vluchtelingen in de samenleving verloopt in Frankrijk dan ook beter dan elders. Daar staat tegenover dat grote groepen asielzoekers aan hun lot worden overgelaten en soms letterlijk in de goot belanden. In Denemarken worden vluchtelingen wier asielverzoek als 'kennelijk ongegrond' wordt aangemerkt, binnen een maand het land uitgezet. Ook andere EG-staten proberen sneller het kaf van het koren te scheiden en de afhandeling van asielverzoeken te versnellen.

De procedures zijn overal buitengewoon ingewikkeld; asielzoekers en vluchtelingen zijn er in alle mogelijke gradaties: A-, B- en C-vluchtelingen, gedoogden of (semi-)illegalen. In principe hanteren de Europese landen de Universele Verklaring van de Rechten voor de Mens waarin is vastgelegd dat wie (politiek) vervolgd wordt, recht heeft op asiel.

Bijna alle Europese landen ondertekenden bovendien de uit 1951 daterende Conventie van Geneve waarin is overeengekomen dat een ieder als vluchteling erkend dient te worden die zich buiten zijn vaderland bevindt en op grond van ras, religie, nationaliteit, politieke overtuiging of sociale achtergrond vervolging vreest in het land van herkomst.

Ieder land past deze conventies echter naar eigen inzicht toe. Willekeur en pragmatisme lijken daarbij de boventoon te voeren. Zo verleende Duitsland in 1984 nog aan 86 procent van de vluchtelingen uit Ethiopie asiel, terwijl drie jaar later dat percentage tot tien procent was gedaald. De omstandigheden in Ethiopie veranderden in die periode echter niet, evenmin als de officiele criteria.

In de afgelopen jaren is er van een totale wijziging sprake in de achtergronden van de vluchtelingen die in West-Europa asiel zoeken. Individueel vervolgde Oosteuropese dissidenten of Latijns-Amerikaanse intellectuelen hebben plaats gemaakt voor Afrikanen en Aziaten. Zij behoren veelal tot bevolkingsgroepen die op grond van culturele, etnische of religieuze redenen in hun geheel worden vervolgd. Dat geldt bij voorbeeld voor de tienduizenden Ethiopiers, Somaliers en Koerden die onlangs asiel in Europa zochten. Van iedere bevolkingsgroep in Libanon kan worden gesteld dat zij tot een minderheid behoort die door andere groepen wordt vervolgd.

Met het verdwijnen van de Koude Oorlog is de kans op regionale, bloedige conflicten toegenomen en zullen in de toekomst asielzoekers steeds meer afkomstig zijn uit oorlogsgebieden in de Derde wereld. Waarnemers voorspellen voorts een enorme toeneming van vluchtelingen uit de Sovjet-Unie, zodra de ruimere reismogelijkheden daar per 1 januari 1991 een feit zijn. Ook lijken steeds meer mensen op de vlucht te slaan voor klimaatsveranderingen. Het World Watch Institute in Washington schat het aantal 'eco-vluchtelingen' nu al op tien miljoen en stelt dat een stijging van de zeespiegel met een meter, nog eens vijftig miljoen mensen op de vlucht zal doen slaan.

Intussen doen steeds meer economische vluchtelingen en andere migranten zich als asielzoekers voor. Fraude is aan de orde van de dag. Zo staat van 16 procent van de asielaanvragen in Nederland vast dat ze afkomstig zijn van asielzoekers die al eerder waren afgewezen.

De Fransman Jean-Michel Belorgey, socialistisch parlementslid en voorzitter van de Franse Commissie voor Sociale Zaken, meent dat door 'deze verwording van het asielrecht' het verschil tussen politieke en economische vluchtelingen steeds verder is weggevallen. 'Wij krijgen hoe langer hoe meer te maken met economische vluchtelingen die zich gedwongen zien politiek asiel aan te vragen, terwijl we aan de andere kant asielzoekers afwijzen die geheel aan de criteria voldoen.'

Belorgey noemt het 'intellectueel pervers' dat de nieuwe internationale verdragen uitsluitend gericht zijn op een beheersing van de materie, terwijl het asielrecht zelf niet ter discussie staat. 'Simplificaties leiden tot niets. De essentie van het debat blijft onbesproken', meent hij. 'Als we de Conventie van Geneve niet meer respecteren, laten we daar dan eerlijk voor uitkomen.'

Fadila Amrani van France Terre d'Asile vermoedt dat met het van kracht worden van het verdrag van Schengen en van de EG-asielconventie het aantal 'spontane' asielzoekers sterk zal teruglopen. Ze refereert aan de Amerikanen die de meeste asielzoekers rechtstreeks in de vluchtelingenkampen selecteren. Ze is bang dat ook asielzoekers in Europa in de toekomst vooral zullen bestaan uit jonge, sterke en goed opgeleide mensen. 'En dat is een schandaal', meent ze. 'Vluchtelingen zoek je niet uit.'