Laat ons juichen Batavieren; Wolfgang Amadeus Mozart in Nederland

Mozart in Den Haag: de KV-nrs 22 t/m 24 en 26 t/m 32 worden op 2 januari 20.15 uur gespeeld in de Dr. Anton Philipszaal, Den Haag

Vanaf half september 1991 is er in het Haags Historisch Museum, Korte Vijverberg, een tentoonstelling over Mozart in Den Haag.

Alleen een gevelsteen in Den Haag herinnert aan de Nederlandse tournee van het wonderkind Mozart in 1765. De negenjarige Wolfgang verbleef hier zeven maanden en trad op in Den Haag en Amsterdam. Maar hij was ook twee maanden zo ernstig ziek, dat de Haagse doktoren vreesden voor zijn leven. Het mag een wonder worden genoemd dat hij het overleefde. Op 5 december is het 199 jaar geleden dat Wolfgang Amadeus Mozart op 35-jarige leeftijd in Wenen overleed. Dan begint het 'Mozartjaar'. Kasper Jansen zocht naar sporen van Mozarts bezoek aan Nederland en volgde zijn verblijf op de voet. 'De Hollandse reinheid, die velen van ons als overdreven voorkomt, bevalt mij zeer goed.'

Toen Wolfgang Amadeus Mozart op 9 september 1765 in ons land aankwam, was hij twee jaar en twee maanden op reis door Europa. Onder leiding van vader Leopold Mozart maakten Wolfgang (9) en zijn zusje Nannerl (14) een tournee langs de hoven en concertzalen in Duitsland, Frankrijk en Engeland, waar ze op het klavecimbel speelden en opzien baarden met hun virtuositeit en met Wolfgangs eigen composities. Wolfgang componeerde al een klavierconcert toen hij nog maar net vijf jaar was. 'Geen mens zal het kunnen spelen', zei vader Leopold, waarop de kleine Wolfgang antwoordde: 'Daarom is het een concert, je moet het net zo lang studeren tot je het in je vingers hebt.'

Wolfgang en Nannerl waren professionele wonderkinderen toen ze met hun ouders in Holland aankwamen en inmiddels zeer ervaren. Hun eerste concert gaven ze drieenhalf jaar eerder: begin 1762 in Munchen voor keurvorst Maximilian III. Wolfgang was toen net zes jaar oud. Later dat jaar maakten de Mozartkinderen hun tweede reis, naar Wenen, waar ze speelden voor Keizer Franz I en keizerin Maria Theresia.

In juni 1763 vertrok het hele gezin uit Salzburg voor een derde tournee. Wolfgang en Nannerl speelden in Versailles voor koning Lodewijk XV en in Londen voor koning George III. Na een verblijf van vijftien maanden in Engeland, kwamen ze via Dover, Duinkerken en Rijssel in Antwerpen aan. Wolfgang bespeelde er het orgel van de kathedraal en op 9 september om half zeven 's morgens vertrok de familie Mozart per postkoets naar Holland.

Bij Moerdijk werd het Hollands Diep overgestoken en de volgende dag om 8 uur 's avonds waren de Mozarts in Rotterdam, waar vader Mozart het beeld van Erasmus op de Grote Markt 'met genoegen' bekeek, zoals hij schreef aan zijn Salzburgse huisbaas Hagenauer. 'De Hollandse reinheid, die velen van ons als overdreven voorkomt, bevalt mij zeer goed.' Nannerl Mozart noteerde in haar dagboekje: 'die echange [de Beurs - KJ] und viel schiffe'.

De Mozart-kinderen waren wel zeer bereisd: ze spraken en schreven hun talen alleen nog door elkaar. Wolfgang zou later zijn vierde voornaam Theophilus in het Frans vertalen tot Amadee. In het doopboek van de Salzburger Domkerk, waar Mozart op 28 januari 1756, de dag na zijn geboorte werd gedoopt, luidt zijn officiele naam voluit: Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart.

Op 11 september kwamen de Mozarts met de trekschuit om zeven uur 's avonds aan in Den Haag. Ze namen op de Houtmarkt hun intrek in hotel 'La Ville de Paris', zoals Leopold Mozart in zijn aantekenboekje schreef. Later, want duidelijk met een andere pen, schreef hij erbij: 'une tres mauvaise Auberge' en hij zette daar nog eens een woedende streep onder. Ze verhuisden dan ook naar het Spui, waar ze logeerden bij de Meester-horlogiemaker Eskes.

Oranje

De Mozarts verbleven ondanks hun ontevredenheid over de huisvesting wel in een stad waar ze van harte welkom waren in de allerhoogste kringen: de familie Oranje, stadhouders van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In Londen had de Hollandse gezant Graaf van Welderen de Mozarts dringend uitgenodigd naar Den Haag te komen. Dat gebeurde op verzoek van prinses Caroline van Nassau Weilburg, de oudere zuster van de toen zeventienjarige Willem V.

Een half jaar later, in maart 1766, zou de prins zijn meerderjarigheid vieren met grote festiviteiten. Maar zo vader Leopold Mozart bij aankomst in Den Haag al op de hoogte was van dat komende feest, hij zou zeker niet hebben vermoed dat zijn kinderen dat nog muzikaal zouden opluisteren.

Want wat zouden de Mozarts ondertussen zo lang te zoeken hebben in ons land, waar de mogelijkheden om langdurig veel geld te verdienen toch gering waren? Zelfs in het grote en rijke Londen, waar een echte koning heerste, was het al moeilijk genoeg geweest om voortdurend voldoende inkomsten te verwerven: Leopold Mozart moest voor de opzienbarende concerten van zijn kinderen steeds hardnekkiger adverteren, de toegangsprijzen werden almaar lager en de concertzalen bovendien iedere keer kleiner.

Bij aankomst in Den Haag hadden de Mozarts weliswaar geen schulden, maar ook niet genoeg geld om terug te reizen naar Salzburg. De kinderen werden aan de hoven meestal beloond met vorstelijke geschenken en niet met contanten. Die moesten worden verdiend met openbare concerten. Dat de familie Mozart meer dan zeven maanden in Holland bleef kwam echter niet door geldgebrek, maar ook niet door het succes dat zij hier behaalden met hun optredens en de composities die de jonge Wolfgang hier schreef. Vreselijke ziektes van beide kinderen, die bij elkaar vier maanden duurden, dwongen de Mozarts in ons land te blijven. Het scheelde niets of Wolfgang en Nannerl waren hier doodgegaan en begraven.

Direct na aankomst in Den Haag vervoegde vader Mozart zich aan het stadhouderlijk hof, waar hij hartelijk werd ontvangen en de beschikking kreeg over een hofrijtuig. Leopold Mozart hield op al zijn reizen in een dagboekje nauwkeurig bij wie hij ontmoette. De eerste naam in Den Haag is die van de Prins van Oranje, gevolgd door die van de Prins en de Prinses, Caroline van Weilburg. De overleden moeder van de Oranje-kinderen, de Engelse prinses Anna, had in Londen nog muziekles gehad van Handel en prinses Caroline was een begaafd zangeres. Er was in Den Haag ook een klein hoforkest en zelfs een hofcomponist: Christian Ernst Graaf, van Duitse afkomst.

Al snel trad Wolfgang op voor de Oranjes. 'De Prins van Oranje liet ons met zijn equipage afhalen en weer naar huis brengen.' De Leydse Courant van 20 september 1765 schreef: 'Deze jonge Musicant heeft zyne zoo uitmuntende Gaaven aan het Stadhouderlyke Hof etc. laaten hooren en de Verwondering en Goedkeuring van een ieder weggedragen.' En de Franse Journal Encyclopedique: 'Zijn Hoogheid en de Heren en Dames van het Hof hebben luid geapplaudisseerd voor dit wonderlijke kind.'

Op de lange lijst aanzienlijke namen in vader Mozarts boekje staan al snel die van le Professeur de la Medecine Schwenke, le Docteur Haymans en Dr. Velze. Verderop alweer le professeur Schwenke en Apotecker Damen.

Heilige missen

Waarschijnlijk al de dag na aankomst in Den Haag was Nannerl ziek geworden, zoals Leopold Mozart een week later schreef in een brief aan zijn huisbaas Hagenauer in Salzburg. Moeder Mozart was heel bezorgd: 'Mijn vrouw laat u verzoeken zes heilige missen te laten lezen, drie bij de heilige Johan von Nep. in de Pfarre, een bij Maria-Plain, een bij Loretto bij het heilige kindje en een ter ere van de heilige Walpurgis, waar u maar wilt.'

Onduidelijk is of Nannerl is opgetreden op het eerste openbare concert dat vader Mozart in Den Haag organiseerde, op 30 september in de Oude Doelen aan het Tournooiveld. De advertentie in de krant beloofde drie dagen tevoren dat beide kinderen zouden spelen en dat men de vaardigheid van Wolfgang op de proef kon stellen: 'De Liefhebbers kunnen na hun plaisir hem Muziek voorleggen, hy zal hetzelve alles voor de vuyst speelen.'

In ieder geval was Nannerl na het concert zwaar ziek. Ze had een hier inheemse vorm van tyfus, zo weten we nu aan de hand van de symptomen, en de ouders dachten dat ze zou sterven. 'Ons kind konden en wilden we niet aan vreemde handen toevertrouwen. Daarom gaat mijn vrouw al lange tijd pas om zes uur 's morgens naar bed. Dan sta ik op en blijf tot 's middags bij onze dochter waken', schreef vader Mozart op 5 november aan Hagenauer en alweer moesten in Salzburg missen voor Nannerl worden opdragen.

'Ze kreeg niet alleen de heilige hostie maar ook het heilig sacrament van het laatste oliesel. Zou iemand de gesprekken hebben gehoord die ik, vrouw en dochter hadden, en zoals we de laatste overtuigden van de ijdelheid van de wereld, van het gelukzalige van de kinderdood, dan zou hij de ogen niet droog hebben gehouden, daar ondertussen Wolfgang zich in de andere kamer met zijn muziek bezighield.'

De prinses van Oranje stuurde de gepensioneerde hofarts Schwenke, 'de goede oude Schwenke', die volgens vader Mozart de ziekte 'op een nieuwe manier' behandelde. 'Heel vaak was mijn dochter niet bij bewustzijn, noch slapend, noch wakend, en sprak steeds in de slaap dan weer de ene, dan weer de andere taal, zodat wij, ondanks alle bekommernis, vaak moesten lachen. Dat haalde ook Wolfgang wat uit zijn treurigheid.'

Leopold Mozart was van plan, als Nannerl weer wat beter was, met Wolfgang naar Amsterdam te gaan. Maar net toen Nannerl was genezen kreeg op 15 november Wolfgang ook tyfus en alweer ging er een brief naar Salzburg om daar missen te laten lezen.

De Mozarts kregen in Den Haag sympathie en hulp vanuit de hoogste kringen: 'De ziekte van mijn kinderen heeft niet alleen ons maar ook onze vrienden bedroefd. Wie deze vrienden zijn, kan ik niet vermelden, anders zou men dat voor grootspraak kunnen houden.'

Gevaarlijk

Behalve Schwenke, die 72 was, kwam zijn opvolger dokter Velsen bij de zieke kinderen en ook dokter Haymans. Medicijnen werden gehaald bij de apotheker Damen in de Poten. Wolfgang was er verschrikkelijk aan toe. Op 23 november is Schwenke 'heel bang', een week later vond hij de ziekte 'zeer gevaarlijk'. Vanaf 1 december lag Wolfgang 'in diepe verdoving, zonder een woord te zeggen'. Hij had ook nog een zware bloedvergiftiging, een langzame pols, leed aan delirium, hij had longontsteking en bloedingen aan het mondslijmvlies. 'Zijn tong was droog als hout en vuil. Zijn lippen verloren drie keer het vel, dat hard en zwart was.'

Ondanks de goede zorgen van de doktoren waren de ouders zo radeloos dat een kwakzalver werd geraadpleegd: in het aantekenboekje staat 'Aly d. Hundsfutt' - het scheldwoord is van vader Mozart. In de kranten adverteerde 'Den Turkschen Doctor Ali' met zijn 'beroemden balsem van Smyrna', waarmee hij 'alle zenuwziekten en ook alle quaelen' zou genezen.

Op 12 december schreef Mozart aan Hagenauer: 'Ik heb er genoeg van ziektes te beschrijven. Geduld! Wat God stuurt, dat moet men aannemen. Ik kan nu niets anders doen dan afwachten tot zijn krachten hem weer in staat stellen te reizen.'

Slechts heel langzaam werd Wolfgang weer beter en hij leek volgens zijn vader 'absoluut onherkenbaar: niets als zijn tere huid en zijn kleine gebeente, en nu sinds vijf dagen wordt hij dagelijks uit bed gehaald en in een stoel gezet; gisteren en vandaag hebben we een paar keer met hem door de kamer gelopen zodat hij weer langzaamaan zijn voeten kan proberen te bewegen en ook zou kunnen leren weer alleen rechtop te staan.'

Tijdens zijn genezing in Den Haag begon Wolfgang weer te componeren: twee symfonieen (KV 22 en 45a) en Zes sonates voor klavecimbel en viool. Voor prinses Caroline schreef hij de sopraan-aria Conservati fedele. En later componeerde hij feestmuzieken voor de achttiende verjaardag van de Prins: acht variaties op het gelegenheidslied Laat ons juichen Batavieren, gecomponeerd door de hofcomponist Graaf, variaties op Wilhelmus van Nassau (een toen populair lied en niet het 'Wilhelmus') en Galimathias musicum, een zeventien-delige instrumentale potpourri.

Het eerste openbare optreden na hun ziekte gaven de kinderen op 22 januari 1766 in de Oude Doelen in Den Haag. Een paar dagen later vierde Wolfgang zijn tiende verjaardag op 27 januari in Amsterdam. Maar in de advertentie voor zijn eerste concert daar heette hij nog 'acht jaar en elf maanden' - Vader Mozart smokkelde meer dan een jaar met de leeftijd van zijn wonderkind! In Amsterdam logeerden de Mozarts in de Warmoesstraat. Dat was vlakbij de Vijgendam (nu het Nationaal Monument), waar de muziekuitgever Hummel was gevestigd, die de Zes sonates van Wolfgang en de variaties op Laat ons juichen Batavieren publiceerde. Hij verkocht ook de kaartjes voor de concerten op 29 januari en 26 februari, die werden gegeven in de zaal boven de Manege aan de Lijnbaansgracht bij de Leidsegracht. Hier ging Mozarts symfonie KV 22 in premiere.

Vetpotjes

Hoogtepunt van het bezoek van de Mozarts aan Holland waren de Haagse festiviteiten van 7 tot 12 maart 1766 ter gelegenheid van de meerderjarigheid van prins Willem V en zijn installatie als erfstadhouder. Grote delen van de stad waren met vetpotjes, lampions, kaarsen, lantaarns, lampen, flambouwen en pekkransen geillumineerd en vader Mozart vond de verlichting 'verbazingwekkend'. Ook Nannerl vermeldde in haar boekje de 'illumination' na een 'merr-hund', een zeehond die ze zag in 'Chevelingen'.

Er werden saluutschoten afgevuurd, op de Plaats stond een ereboog en er was een enorme optocht van het Binnenhof naar het Oude Hof aan het Noordeinde: dragonders, edellieden, pages, lakeien, het corps der Cent Suisses met tamboer en pijper, dan de nieuwe erfstadhouder in 'een plegtige Statie Koets', een esquadron lijfwachten met standaard en pauken en de leden van de Raad van State. In totaal waren er 34 koetsen.

In het paleis Noordeinde werd voor honderdvijftig gasten een feestmaal gegeven en hoogstwaarschijnlijk zal hier Wolfgang zijn variaties hebben uitgevoerd op het Laat ons juichen Batavieren! Thans verrijst d'Oranjezon. En zijn Galimathias Musicum zal ongetwijfeld aangename tafelmuziek zijn geweest. Behalve de kinderen maakte ook vader Mozart furore in ons land. Zijn leerboek Grondig onderwijs in het behandelen der viool werd in Nederlandse vertaling gedrukt door Joh. Enschede in Haarlem en de auteur vond de uitgave 'ungemein schon.' De drukker bood Prins Willem V een exemplaar aan in rijk vergulde marokijnlederen band. Bij het bezoek aan Haarlem bespeelde Wolfgang het orgel in de Bavo.

Op 16 april gaven de Mozarts opnieuw een concert in Amsterdam en twee dagen later nog een in Utrecht, in de Muziekzaal op het Vredenburg. De Utrechtse aantekeningen in het boek van vader Mozart zijn de leukste over het verblijf in ons land. Hij schreef de namen op van de violist Kirchner en de musici Winter en Gorge, zette er een grote acolade achter en schreef: 'Capitale Esel'. Via Rotterdam, waar geen concert werd gegeven, verliet de familie Mozart in april ons land, op weg naar Frankrijk. Pas in november 1766 was men terug in Salzburg, de reis had bijna drieenhalf jaar geduurd.

Was het echt een wonder dat Wolfgang en Nannerl Mozart ons land nog levend verlieten, terwijl er in Den Haag ook nog een pokkenepidemie heerste? Als men leest dat Nannerl het sacrament der stervenden kreeg en hoe Wolfgang er aan toe was, lijkt het er wel op.

Nieuwe methode

Wie moeten we voor Wolfgangs genezing in Den Haag dankbaar zijn? De priesters in Salzburg? De ouders, die hen aan het werk zetten en betaalden met het geld dat hun kinderen zelf verdienden? De doktoren Haymans, Velsen en de goede oude Schwenke, een befaamd arts die verscheidene boeken publiceerde? Of de Oranjes, die hun voormalige lijfarts naar Mozart stuurden? Schwenke behandelde de ziekte van Wolfgang dan wel met een nieuwe methode, maar hij wist misschien niet eens precies welke ziekte hij probeerde te genezen. En wie zal zeggen wat de invloed was van de beroemde Smyrnabalsem van kwakzalver Ali. Alleen God kan het weten.

Wolfgang zelf meende zijn leven te danken te hebben aan prinses Caroline, aan wie hij zijn Zes sonates opdroeg: 'In het vooruitzicht Holland te verlaten kan ik niet zonder smart aan dit ogenblik denken. De Deugden van Uwe Doorluchtige, Uw koninklijkheid, Uw goedheid, die mij weer in het leven heeft teruggeroepen, de zachtheid van Uw stem, het genoegen U te begeleiden, de eer U te huldigen met mijn zwakke talenten. Door dat alles heb ik me aan uw hof echt thuis gevoeld. Mijn gevoelig hart zal daaraan eeuwig verbonden zijn.'

Als Wolfgang Amadeus Mozart in ons land was doodgegaan, zou de naam Mozart nu alleen nog bij musicologen bekend zijn: Leopold Mozart, violist in dienst van de aartsbisschop van Salzburg, componist en schrijver van een goed vioolleerboek. Dat hij de vader was van twee opzienbarend muzikale kinderen, was dan op zijn hoogst een voetnoot in de muziekhistorie geweest: Wolfgang had 21, meest kleine stukjes muziek geschreven. En de vroege dood van Wolfgang en Nannerl Mozart zou dan slechts in zoverre opmerkelijk zijn geweest dat ze toch nog een paar jaar langer in leven bleven dan hun vijf broertjes en zusjes, die allen stierven in de wieg.