Je moet er doorheen

'Je zou wensen dat er bij de PTT een dienst had bestaan die alles had opgenomen: keurige rijen cassettes, de verzamelde telefoon- gesprekken van Renate Rubinstein. Verbale Tamarkolommen.'

Een week geleden overleed Renate Rubinstein. Rudy Kousbroek: 'Als ik iets van haar lees hoor ik nog duidelijk haar stem.'

Als er een eigentijdse astrologie bestond, dan zou Renate Rubinstein onder het sterrebeeld van de Telefoon zijn geboren. Ik denk dat er buiten mijn naaste familie niemand is met wie ik zoveel heb getelefoneerd als met Renate. En er waren heel wat mensen met wie ze nog veel vaker en langduriger telefoneerde dan met mij.

Vooral wanneer zich in haar leven een of andere crisis voordeed, en dat gebeurde nogal eens, werden stad en land afgebeld in een imperatieve behoefte er over te spreken - en over wat haar verder boeide of bezighield. Je komt wel verzamelde werken tegen van 18de en 19de-eeuwse auteurs, waarvan dan twintig delen uit brieven blijken te bestaan: daar moet het ongeveer het equivalent van zijn.

Brieven schrijven deed Renate overigens ook: het zal mij benieuwen hoeveel er daarvan zullen blijken te zijn als ze ooit worden uitgegeven. Maar je zou wensen dat er bij de PTT een dienst had bestaan die alles had opgenomen: keurige rijen cassettes, de verzamelde telefoongesprekken van Renate Rubinstein, compleet met register en op jaartal. Verbale Tamarkolommen, tientallen, honderden, ongebundeld en onherroepelijk verloren voor het nageslacht. Waarom heb ik het zelf nooit gedaan? Het is de gewoonste zaak van de wereld dat belangwekkende brieven worden bewaard; maar telefoongesprekken opnemen, dat roept complicaties op, en onbehagen.

'Mooie' telefoongesprekken, dat is geen gangbaar begrip, maar ze bestaan natuurlijk wel. Die van Renate, soms nauwelijks onderbroken monologen (want spreken kon zij beter dan luisteren), waren vaak prachtig en zoals al opgemerkt sterk verwant aan haar geschreven teksten. Omgekeerd hoor ik, als ik iets van haar lees, ook duidelijk haar stem.

Nu geldt dat voor wel meer goede schrijvers: het is zelfs een zeker criterium voor literair talent; maar in dit geval moet dat astrologische teken erbij: ik hoor haar stem door de telefoon. Ik hoor, zonderling en zinloos detail, haar er zelfs bij roken, want roken is te horen: er zijn bijna onwaarneembare pauzes voor het inzuigen van de rook, en duidelijker wanneer die weer wordt uitgeblazen, tegelijk met het uitspreken van een woord.

De stem van Renate Rubinstein. Ik kijk naar de telefoon en slaag er niet in me te overtuigen dat die daar nooit meer in zal klinken; ik weet dat het zo moet zijn maar het is volkomen onvoorstelbaar, een onbereikbaar deel van mijn brein zegt hardnekkig: vanavond belt ze wel weer op.

De laatste paar jaar sprak ik haar weer vaker, vooral sedert mijn repatriering; daarvoor was er niet alleen de afstand, maar ook nog jarenlang de nasleep van de Weinreb-affaire, tenslotte meer uitgesleten dan bijgelegd. Dat was goedbeschouwd out of character voor Renate, die een onderwerp niet met rust liet, niet in staat was het met rust te laten, als zij overtuigd was van haar gelijk. Het betekent vermoedelijk, hoewel ik dat niet zeker weet, dat zij daar wat dit betreft op den duur niet meer van overtuigd was. Het moet voor haar een tragedie zijn geweest die voor geen buitenstaander is te begrijpen: zij had ongetwijfeld de emotie, verbonden aan de dood van haar vader (door de Duitsers weggehaald toen zij elf was), in Weinreb geinvesteerd; het moet zijn geweest of zij het verlies van haar vader voor de tweede keer moest doormaken zonder hem te kunnen redden. Dit zou ik nooit hebben durven zeggen toen zij nog leefde, alleen al omdat zij zoiets als 'verzachtende omstandigheden' woedend zou hebben afgewezen.

Zoals zij ook geen medelijden accepteerde toen zij invalide werd: de gedachte gelijk te krijgen om een andere reden dan het te hebben was haar ondragelijk. Zo hoort het ook, maar ik ben niet invalide. Leven in die parallelle wereld is op zichzelf al ongelijk hebben, verloren hebben; er is bijna niet over te praten.

Renate heeft dat niettemin gedaan. Er is moed voor nodig. Bij het snuffelen tussen paperassen en brieven van haar kwam ik de schriftelijke antwoorden tegen die zij heeft gegeven op vragen van Johan Diepstraten, oorspronkelijk bedoeld voor het tijdschrift Bzzlletin en afgedrukt in Vrij Nederland van 17 oktober 1987 onder de titel 'Territorium'. Er komen bezwaren in ter sprake tegen het interview als genre die ik ook sinds jaar en dag koester en waarover ik vaak met Renate van gedachten heb gewisseld; ik had die tekst bewaard omdat de tekortkomingen van het interview er niet alleen in omschreven, maar opmerkelijk genoeg ook flagrant aan de dag worden gelegd door die Johan Diepstraten zelf.

Nu lees en herlees ik haar woorden van drie jaar geleden. Wat ik wilde citeren is het volgende: de interviewer vraagt commentaar op een uitspraak (die hij zelf ook weer uit een ander interview, met Ben Haveman, heeft gehaald); Renate antwoordt: 'Misschien klaag ik niet genoeg of zeur ik niet voldoende? Dan zal ik het hier ook niet doen. Kennelijk kunt u zich niet voorstellen wat een progressieve, verlammende ziekte betekent. Dat je intussen ouder wordt is alleen maar meegenomen. Ik wou maar dat ik alvast zeventig of tachtig was'... 'Nee, ik denk niet dat Ben Haveman, de interviewer van de Volkskrant, niet verder durfde te vragen. Dat een vrouw van zevenenvijftig, die zich in een rolstoel verplaatst, geen geduchte concurrente is op de seksuele markt, dat is toch nogal wiedes? Remco Campert zei het al: Leven is leven, je moet er doorheen.'

Over dat zeuren: 'Er zit in mij iemand de hele dag te zeuren, maar die laat ik niet aan het woord komen als ik schrijf' - als ze telefoneerde trouwens ook niet - 'ook 'de waarheid' over jezelf schrijven is niet zo makkelijk als de mensen denken, want het is niet iets dat er al was voor je er over schreef. Het is ook niet gelogen. Het is niettemin iets dat je moet bedenken.'

Het geeft me bijna een gevoel van trots, dat zij in het werk van Remco Campert deze problematiek heeft herkend, het geeft een gevoel van bondgenootschap, want het is iets waar bijna iedereen overheen leest. 'Alleen Remco Campert probeer ik nooit over te slaan en K. van het Reve sla ik nooit over. Allebei steken ze me door hun schrijven een hart onder de riem, want dan denk ik: die weten wat schrijven is.'

Leven is leven, je moet er doorheen. Dat is nu dus achter de rug. Renate, vaarwel.

Op de daken, in de kou,

Hier bij me heb ik een lantaren,