In het Westen heeft de literatuur geen invloed meer; Gesprek met de Indiase schrijver Amitav Ghosh

Beide romans van Amitav Ghosh, The Circle of Reason en The Shadow Lines, zijn verschenen als Penguin pocket. The Circle of Reason verscheen in een Nederlandse vertaling onder de titel Bengaals vuur; of de macht van de rede. Uitg. Het Wereldvenster. Prijs fl. 34,50.

De Franse Prix Medicis voor de beste buitenlandse roman werd deze week toegekend aan de Indiase schrijver Amitav Ghosh voor zijn debuutroman The Circle of Reason. Volgens Ghosh is India een van de gewelddadigste samenlevingen van de wereld en hebben schrijvers hierop grote invloed. 'Natuurlijk ben ik voor literaire vrijheid, maar niemand stelt ooit de vraag: wat is de destructieve macht van de literatuur?'

Enkele jaren geleden verklaarde Salman Rushdie in een interview dat de Indiase literatuur die in de verschillende talen van het land zelf geschreven werd, de grootste onontdekte schatkamer van de wereldliteratuur was. Die uitspraak is niet gemakkelijk te controleren, maar het zal weinig lezers in het Westen zijn ontgaan dat er een belangrijke nieuwe generatie Indiase schrijvers is ontstaan die zich in haar boeken overwegend van het Engels bedient. Voor de meesten van hen is India het thuisland, maar ze wonen vaak ergens anders; schrijvers als Vikram Seth, Upamanyu Chatterjee, Gita Mehta, Bharati Mukherjee, Amitav Ghosh en Rushdie zelf vormen tezamen een kleine Indiase literaire diaspora, die zich vooral over Engeland en de Verenigde Staten heeft verspreid.

De jongste van hen, Amitav Ghosh (Calcutta, 1956), maakte vier jaar geleden indruk met zijn debuut The Circle of Reason (in het Nederlands: Bengaals vuur; of de macht van de rede), een fantasierijke vertellersroman over de jongen Alu, die vanuit een dorp in Bengalen tussen de Indiase gastarbeiders in een Golfstaatje terechtkomt. Centraal in dat boek staat de botsing tussen vooruitgang en traditie, tussen een diepgewortelde 'irrationele' cultuur en 'rationele' Westerse technologie. Wat opvalt aan dat debuut is hoe gemakkelijk Ghosh zijn serieuze thema's door de bedding van zijn verhaal laat stromen: The Circle of Reason zit boordevol personages, gebeurtenissen en beelden die realistisch en onwerkelijk tegelijk zijn.

Die eigenaardige mengeling leverde Ghosh vanzelfsprekend een vergelijking met Marquez op en de kritiek plaatste hem al zelfverzekerd in het kamp van de magisch-realisten. Des te groter was de verrassing toen hij vorig jaar zijn tweede roman publiceerde, The Shadow Lines (waarvan de vertaling voorjaar 1991 verschijnt). In dat boek verbindt Ghosh op een bijna achteloze manier de Europese modernistische traditie met de traditionele Indiase vertelkunst; verschillende verhalen vloeien bijna ongemerkt in elkaar over, evenals heden en verleden. The Shadow Lines is een roman over denkbeeldige grenzen en grensoverschrijdingen - persoonlijke en culturele, geografische en chronologische - en vertelt het verhaal van de relaties tussen twee families, een in Londen en een in Calcutta, in de periode tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Het boek betekende de doorbraak van Ghosh als internationaal auteur; het werd in een aantal landen vertaald en in Engeland viel zijn naam veelvuldig als potentiele kandidaat voor de Booker-prize.

Zelf lijkt Ghosh onbewogen door zijn opvallende succes. 'Ik ben geen schrijver die voor een uitgever ooit financieel van belang zal zijn. Mijn boeken worden wel steeds meer gelezen, en dat vind ik prettig. Een van de gevaren van het moderne schrijverschap is, denk ik, dat de lezers steeds meer geneigd zijn om het leven van een auteur als een tekst te beschouwen en zijn boeken als een soort voetnoot.'

Ik spreek met hem tijdens zijn korte bezoek aan Nederland in het kader van de Cinema India manifestatie. Samen met zijn Amerikaanse vrouw is Ghosh overgekomen uit Engeland, waar hij onderzoek doet voor zijn derde boek, een historische studie over een achttiende-eeuwse Egyptische koopman in India. De ene helft van het jaar woont hij in New York, de andere helft in Calcutta.

U bent geboren in Calcutta, maar het grootste gedeelte van uw leven heeft u buiten India doorgebracht. Uw personages zijn dan ook voortdurend in beweging. Toch zou je kunnen zeggen dat in uw tweede roman uw geboortestad een van de belangrijkste personages is.

'Calcutta is mijn thuis, ja, vreemd genoeg, want tot voor kort heb ik er nooit gewoond. Mijn vader werkte als regeringsambtenaar en we waren altijd op reis, eerst binnen India, toen in Bangla Desh, Sri Lanka en Iran. Na mijn studie sociale antropologie in Oxford heb ik een tijdje in een klein Egyptisch dorp gewoond, in het kader van onderzoek. Het deed me dan ook veel plezier dat mensen die hun hele leven in Calcutta hebben gewoond, mij vertelden dat ik in mijn roman de stad goed getroffen had. Toch is het vreemd dat ik me zo met die stad verbonden voel, want mijn familie komt oorspronkelijk uit Oost-Bengalen, dat nu Bangla Desh is. In West-Bengalen werden wij als vreemden beschouwd, zoiets als Vlamingen in Nederland. Hoewel er daar miljoenen mensen wonen als ik, is er toch altijd een zeker gemis, het gevoel geen thuis meer te hebben. Ik ben soms ook wel bang dat ik Calcutta in The Shadow Lines van de weeromstuit te nostalgisch heb beschreven. Het is namelijk allesbehalve een stad waarvoor je nostalgische gevoelens zou moeten koesteren. Het is een stad die al twaalf jaar in handen is van een Stalinistisch bestuur, zodat harde kritiek broodnodig is. Het is een stad die op dit moment volledig aan het instorten is, en dat bedoel ik letterlijk. Alle gemeenschappelijke voorzieningen werken niet meer. Stadsplanning bestaat niet. Ik word er soms ook gek van, en dan wens ik dat ik ergens anders in India woonde. Maar om in India aan het dagelijks leven het hoofd te bieden, moet je beschikken over een werkgever die alles voor je regelt of een uitgebreid familienetwerk, zo simpel ligt dat. Ik ben niet verbonden aan een universiteit, mijn vrouw is een buitenlandse, dus ik ben op mijn familie aangewezen. In Calcutta loop ik op iedere straathoek een neef tegen het lijf. Dat geeft ook een prettig gevoel.'

Zelf noemde u India een van de gewelddadigste samenlevingen van de wereld. De dreiging van geweld, schreef u, is in India altijd aanwezig. Het is wat Indiers onderscheidt van de rest van de mensheid.

'Ja, en waar ik me zorgen over maak is de rol die de literatuur daarbij speelt. Zo'n zes, zeven jaar geleden waren er grote rellen in Assam, waarbij letterlijk duizenden mensen vermoord werden. Velen van hen kwamen uit Bengalen, zoals ik, en ze werden om het leven gebracht wegens piepkleine culturele verschillen. En die hele sub-nationalistische beweging werd aangevoerd door de schrijvers van Assam. Zoiets dwingt me om grote vraagtekens te zetten bij de positieve invloed van literatuur. Een tijdje geleden bezocht ik een schrijverscongres in Boedapest en iedereen sprak daar over literaire vrijheid. Daar ben ik vanzelfsprekend voor, maar niemand stelt ooit die andere vraag, een vraag die volgens mij wel gesteld moet worden: wat is de destructieve macht van de literatuur? In het Westen hoeft die vraag niet gesteld te worden, want daar heeft de literatuur iedere werkelijke invloed op de samenleving verloren. Maar het heeft zin je bijvoorbeeld de vraag te stellen of Kundera's boeken gebaseerd zijn op een zeker romantisch nationalisme.'

Zelf lijkt u wars van ieder nationalisme en grensoverschrijdingen vormen een belangrijk thema in uw boeken. Waarom legt u daar zo vaak de nadruk op?

'Zoals iedereen zou ik graag zonder grenzen leven, maar wat India betreft gaat het ook om een fundamentele kwestie. Ik koester een groot wantrouwen jegens het idee van een staat als een geheel. In India bestaat een complete scheiding tussen het model van hoe de wereld in elkaar zou moeten zitten en de bestaande werkelijkheid. Het model is het produkt van de Verlichting, je hebt landen, naties, je hebt grenzen. Maar in werkelijkheid zijn de grenzen tussen India, Pakistan en Bangla Desh grenzen die alleen in de hoofden van bureaucraten bestaan. Mensen trekken voortdurend, iedere dag opnieuw, over de grenzen heen. Mensen uit Bangla Desh werken in Calcutta, zonder zich bewust te zijn van die grenzen. Maar toch worden er legers in stand gehouden om die grenzen te verdedigen. Al onze oorlogen gingen over grenskwesties. Dat is dus vrijheid: een kringetje om je zelf heen trekken en zeggen, nu kan ik eindelijk vrij zijn. In werkelijkheid zijn India, Pakistan en Bangla Desh pas door elkaar geobsedeerd geraakt sinds die grenzen, volkomen willekeurig, werden getrokken.'

Naar Westers model.

'Het gaat me er niet om dat het Westers is. Maar er bestaat een zeker verschil tussen de geschiedenis van een land en de fantasieen die eraan ten grondslag liggen. In elk land heb je, denk ik, zekere 'verhalen' die hun beslag krijgen in de geschiedenis van dat land, of het nu een religieus 'verhaal' is, of een nationalistisch. Wanneer we in India nu eens een werkelijk inzicht zouden krijgen in de Europese geschiedenis, in plaats van de Europese fantasieen te importeren die er de oorsprong van zijn, zou dat heel goed zijn. Nu wordt het 'verhaal' overgenomen, waarvan vervolgens door de mensen een volstrekt andere realiteit wordt gemaakt. En dan krijg je bijvoorbeeld het absurde verschijnsel dat de taal die in ontwikkelingslanden wordt gebruikt om volkerenmoord en allerlei onmenselijkheden te rechtvaardigen, geen navenante middeleeuwse taal is, maar een moderne, ogenschijnlijk redelijke taal. Mensen worden gedwongen te verhuizen, gemarteld of uitgemoord in het kader van ontwikkelingsschema's en statistieken en beleidsplannen. In mijn eerste boek vond ik de misverstanden die uit die discrepantie tussen verbeelding en werkelijkheid voortkwamen nog bijna grappig. Tegen de tijd dat ik mijn tweede boek schreef, zag ik in dat het helemaal niet grappig was, maar diep en diep tragisch. Ik stelde mijzelf de vraag: hoe moet je schrijven over deze fantasieen, die een grappige indruk maken, maar een vernietigende uitwerking hebben, in een taal die ze niet onwillekeurig bevestigt? Je zou kunnen zeggen dat ik mij in mijn eerste boek niet duidelijk distantieer van het geweld dat ik beschrijf.'

In The Shadow Lines is het geweld voortdurend aanwezig.

'Ik ben beinvloed door de filosofie van Gandhi. Een van de interessantste aspecten aan hem, is dat hij geen nationalist was. Hij geloofde niet in het idee van een natie. Bij The Shadow Lines was de uitdaging te schrijven over geweld op een niet-gewelddadige manier. Ik ontdekte ook dat veel schrijvers die ik bewonderde, zoals bijvoorbeeld Marquez, in hun boeken vaak de structuur van het geweld hebben herschapen. Ik bedoel, bij Marquez eindigen veel van zijn romans in een totale apocalyps. Voor mij was het belangrijk om dat niet te laten gebeuren, te laten zien dat in werkelijkheid het leven van mensen niet in een apocalyps eindigt, en ook niet mag eindigen. Mijn boek gaat over twee soorten geweld: het geweld van de Tweede Wereldoorlog in Engeland, geweld tussen naties, en het geweld tijdens rellen, geweld binnen een natie. Ik moet ook wel lachen wanneer recensenten schrijven dat het zo'n rustig, lief boek is. Het gaat van het begin tot het eind over geweld.'

U lijkt het nieuwe optimisme van V. S. Naipaul niet te delen. Hij beweert dat het juist het idee van de staat India is, dat alle verschillende bevolkingsgroepen, sociaal en regionaal, bij elkaar houdt.

'Naipaul heeft wel gelijk wanneer hij de middenklasse bedoelt. De afgelopen twintig jaar is de Indiase middenklasse ongelofelijk gegroeid. Een kwart van de Indiase bevolking behoort inmiddels tot die groep. Ze wordt bijeengehouden door gedeelde leefpatronen, televisiekijken bijvoorbeeld, en gezamenlijke aspiraties. Maar het gaat mij meer om de mensen die worden buitengesloten van dit programma, driekwart van de bevolking. Bovendien is de cultuur die de middenklasse verbindt een gedegradeerde cultuur, waarin ik persoonlijk niets waardevols zie. Het gaat ook niet zozeer om de vraag of India uiteen zal vallen of niet. Dat zal niet gebeuren. Naipaul heeft gelijk, de middenklasse is sterk. Ze heeft een machtig leger en een hoog ontwikkelde technologie. Maar de prijs daarvoor moet door anderen betaald worden. De echte vraag is volgens mij: hoe de toekomst van India gestalte te geven op een Indiase manier.'

Welke rol kan een Indiase schrijver daarbij spelen? Moet hij politiek bedrijven?

'Naipaul noemde India het meest verpolitiekte land ter wereld en dat is waar. Alles en iedereen is politiek in India. Daar kan ik moeilijk nog iets aan bijdragen en dat wil ik ook niet. De grote vragen in India gaan altijd over identiteit. Tijdens mijn studietijd in de jaren zeventig dachten we allemaal dat de essentiele problemen van India economisch waren en dat de komende grote politieke bewegingen voornamelijk economisch van aard zouden zijn. We hebben volslagen ongelijk gekregen. Alle grote politieke bewegingen van de laatste vijftien jaar draaien om kwesties van identiteit. Dat is echt heel vreemd. Je zou denken dat in een land waar mensen heel arm zijn, ze zich met economische vraagstukken zouden bezighouden. Maar in India doden mensen elkaar niet uit economische motieven, niet om een stuk brood, maar omdat ze een andere taal spreken, of een andere godsdienst hebben.'