Het rekenwerk mag niet te horen zijn; Gesprek met componist Theo Verbeij

Al op zevenjarige leeftijd schreef de componist Theo Verbey 'piano- en blokfluit- stukjes'. Nu, 24 jaar later, maakt hij composities met titels als Expulsie, Inversie en Contractie. Zijn muziek is nadrukkelijk tonaal. 'Atonale componisten zijn vooral druk met het vermijden van dingen. Dat leidt tot een negatieve kunst.'

Amsterdam, Keizersgrachtkerk, een grijze donderdagochtend in november. 'Jullie moeten wat scherper articuleren, meer alsof je praat.' Het valt niet mee om in de mollige akoestiek van deze repetitieruimte met de juiste helderheid te spelen. Dirigent Reinbert de Leeuw laat de leden van het ASKO en het Schonberg Ensemble horen wat hij bedoelt. Hij zingt een fragment voor, gebruikt opzettelijk veel ploffende medeklinkers en begeleid zichzelf met knippende vingers. Direct begint het te swingen. Dan kijkt De Leeuw vragend achterom naar componist Theo Verbey, die laat blijken dat hij zich inderdaad zo'n soort geluid had voorgesteld.

Er wordt gerepeteerd voor een gezamenlijke uitvoering van Expulsie 'for large ensemble' van Verbey, dat twee dagen later voor het eerst integraal te horen is tijdens de Vara-matinee. De componist staat gespannen achterin het zaaltje tussen de kerkbanken en volgt nauwkeurig in zijn partituur wat het orkest speelt. Soms schudt hij schijnbaar bezorgd zijn hoofd, maar over het algemeen lijkt hij tevreden met de klank die Reinbert de Leeuw aan het orkest weet te ontlokken. Dit geluid had Verbey in zijn hoofd tijdens het componeren. Maar toch. 'Een eigen stuk voor het eerst horen is een buitengewoon emotionele ervaring, ' zegt Theo Verbey later. 'Dat is ook het gevaarlijke, want je moet natuurlijk wel proberen objectief te luisteren, alsof het muziek van een ander is. Juist daardoor kun je weer verder.'

Tijdens het componeren heeft Verbey een soort ideale uitvoering van het stuk in zijn hoofd, die in de werkelijkheid helaas nooit haalbaar zal zijn. Maar daarover maakt hij zich niet al te druk. Het is natuurlijk jammer als een musicus een andere opvatting heeft over muziek maken, maar er is weinig aan te doen. Als componist moet je ervoor waken, aldus Verbey, musici van ieder detail te willen overtuigen. 'Ik neem nooit helemaal afscheid van een stuk, maar van het knagende gevoel van een minder geslaagde uitvoering heb ik weinig last.'

Theo Verbey, 31 jaar, is docent muziektheorie aan het Haagse conservatorium en componist. Hij studeerde in Den Haag bij Peter Schat en Jan van Vlijmen. Zijn studie sloot hij af in 1985 met de Prijs voor Compositie en in 1987 kreeg hij de 'aanmoedigingsprijs muziek' van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst voor onder meer Aura. Zijn eerste recensie kreeg hij al in 1975 in de Delftsche Courant, waarin de anonieme schrijver wees op het succes van een Serenade voor blazers, slagwerk en piano, gespeeld tijdens een concert van de Delftse Muziekschool en geschreven door 'het 16-jarige orkestlid Theo Verbey'. Maar Verbey componeerde al 'piano- en blokfluitstukjes' toen hij een jaar of zeven was. Hij luisterde veel naar klassieke muziek, leende partituren bij de Haagse muziekbibliotheek en bestudeerde die intensief. Later ging hij zich ook interesseren voor andere muziek, zoals jazz en pop, stijlen die in zijn composities, vooral in het gedreven ritme, zijn terug te vinden. Zijn compositiedocenten aan het Koninklijk Conservatorium, Schat en Van Vlijmen, noemt Verbey voor zijn ontwikkeling 'beiden even onbelangrijk'. Dat lag echter niet zozeer aan hen als wel aan de onmogelijkheid om componeren net als rekenen te kunnen leren in lessen. De enige manier is, volgens Verbey, om het gewoon te doen.

Flair

Zijn composities heten Aura, Tegenbeweging, Inversie, Expulsie, Contractie. 'Tja, je moet toch iets bedenken, ' zegt Theo Verbey. 'Ik ben nooit zo tevreden over mijn titels, maar ik weet niks anders. Ze doen er ook niet zoveel toe.' Achter die stevige titels verbergt zich krachtige en beeldende muziek. Vrijwel alle recensenten zijn onverdeeld positief over het werk van Verbey. 'Nederland is een vriendelijk landje, ook over het werk van collega's wordt met mildheid geschreven', aldus de componist. De critici spreken van instrumentale flair, soepele ritmiek, elegante schittering, klare taal en aantrekkelijke swing.

De nadruk in de kritieken op klankschoonheid en expressie lijkt in tegenspraak met Verbey's grote aandacht voor de structurele kant van muziek. Verbey: 'Muziek is relaties tussen geluiden, structuur in tonen. Muzikale waarneming staat niet los van de rest van je brein. Vergelijk het met de manier waarop we met taal omgaan. De betekenis van een tekst ontstaat door de woordvolgorde en de relaties tussen de woorden. Na het lezen van de tekst kunnen we meestal wel een samenvatting geven, maar zelden zijn we in staat de hele tekst woordelijk te herhalen. Ook vinden we het een interessant, boeiend of vervelend betoog. Dat is de gevoelsmatige component. Waarneming, of het nou gaat om muziek, beelden of woorden, heeft een sterk reductionistische kant.

'Componeren werkt bij mij volgens het omgekeerde principe: ik begin met een soort samenvatting, een totaalbeeld. Vaak leidt dat tot een grafische schets, bij voorbeeld een rechthoek met een aantal segmenten en hier en daar wat noten. Op basis van dat plan, ga ik het geheel invullen. Ik bepaal de toonsoort en denk na over de ritmische structuur. In het ritme laat ik me leiden door fractals, getalsformules die op zoveel mogelijk niveaus terugkeren. In Expulsie is dat bij voorbeeld de verhouding 4: 5: 6: 7. Het stuk heeft vier delen met lengtes volgens die verhouding. Ook binnen een deel komen de verhoudingen steeds weer terug, tot ze uiteindelijk opgesplitst zijn in de kleinste individuele notenwaarden. Zo bepalen de fractals ook de tempi van de delen.'

Karakter ..' zegt Reinbert de Leeuw tijdens de repetitie in de Keizersgrachtkerk. Hij wil de snelle loopjes in de blazers horen als 'luie slierten'. Van de prachtige getalsverhoudingen, waar Verbey het over heeft, is tijdens de repetitie niets te horen. 'Gelukkig maar', zegt Verbey. 'Ze zijn ook niet bedoeld om te horen. Ik heb eigenlijk een hekel aan dat rekenwerk, maar het geeft me ideeen, een lengte, een ritme. Bovendien bestaat er een bijna onbewuste dwang om te denken in een standaard muzikale zinsbouw met groepen van twee, vier, acht of zestien maten. Als je schijnbaar blanco aan tafel gaat zitten, is de kans te groot dat er zoiets uitrolt. Ik dwing mezelf met die fractals om daar niet aan toe te geven.'

Die rekenkundige aanpak van ritmische geledingen, lijkt aan te sluiten bij de ideeenwereld van het serialisme, de stroming die zoveel mogelijk muzikale elementen in wiskundige reeksen probeert te vangen. Maar dat is schijn. Verbey schrijft nadrukkelijk tonale muziek. Hij relateert alle toonhoogtes, melodieen en samenklanken aan een duidelijke kern, een toonsoort met een eigen karakter. Een toonsoort is de grond onder de voeten van de luisteraar.

Verbey: 'Schonberg leefde met het idee, dat de tonale principes beperkt waren. Hij schafte ze radicaal af. Maar inmiddels blijkt juist de atonaliteit grote beperkingen te hebben. Om te voorkomen dat er een muzikaal orientatiepunt ontstaat, mag geen enkele noot zich op de voorgrond dringen. Atonale componisten zijn vooral druk met het vermijden van dingen. Dat leidt tot een soort negatieve kunst: het vermijden van een tonale basis, van lichte en zware accenten, van een duidelijke relatie tussen akkoorden, die ook de spanningsopbouw, de lineaire beweging in de muziek bepaalt. Een atonale componist vraagt zich voortdurend af of hij wel genoeg syncopen schrijft en of het wel dissonant genoeg klinkt. Om zo te kunnen werken, moet je een feilloos gehoor hebben. Stockhausen heeft dat, maar hij is een van de zeer weinigen.'

Verbey wil daarmee niet zeggen dat er geen mooie atonale muziek geschreven is, maar doordat de grond onder de voeten van de luisteraar is weggeslagen, zijn de muzikale aanknopingspunten verdwenen. Dat leidt tot een manier van componeren die op den duur niet is vol te houden, omdat het indruist tegen de manier waarop mensen horen.

Voor Theo Verbey is de rekenkundige methode uiteindelijk nooit doorslaggevend. Verbey: 'Als men mij zou vragen waarom ik, tijdens het componeren een bepaalde passage voor de vijfde keer uitgum, kan ik alleen maar zeggen: omdat het niet werkt. Dat is voornamelijk intuitie. Er zijn momenten waarvan je voelt: dit is een vondst. Maar er blijven altijd maten over die net iets minder sterk zijn en maten waar je het maar beter niet over kunt hebben. Gelukkig ervaart de luisteraar dat niet.

'Overigens ben ik pedant genoeg om die zwakheden ook bij grootheden uit het verleden aan te wijzen. In de huidige uitvoeringspraktijk worden veel dingen van beroemde componisten met de mantel der liefde bedekt. Er klinkt nu iets anders dan de componist heeft genoteerd: fortes die mezzofortes zouden moeten zijn of een loopje dat beter door een ander instrument gespeeld kan worden. Met hedendaagse composities wordt veel strenger omgegaan.'

Verbey kan het weten, want hij maakt geregeld bewerkingen van muziek uit het verleden. Tegelijk met Expulsie gingen afgelopen week drie liederen van Ravel in premiere, die door Verbey werden georkestreerd. Hij doet dat onder meer om die werken aan de vergetelheid te ontrukken, maar ook als een hommage. Verbey: 'Bewerken houdt je slagvaardig en maakt je kritisch tegenover je eigen noten. Bovendien maakt het je bewust van het immense verschil tussen wat jij doet en wat echt grote componisten in het verleden hebben gedaan. Er zijn in de twintigste eeuw maar weinig stukken geschreven die van a tot z puntgaaf zijn: La Valse van Ravel, Le Sacre van Strawinski en Wozzeck van Berg. Mijn collega's zouden zich af en toe ook best eens met oude componisten mogen bezighouden. Want het verschil is echt heel groot. Er is veel hoogmoed in dit vak.'