Beter luisteren naar de componist; De vrijheid van de uitvoerend musicus

De componist Gyorgy Ligeti maakte bezwaar tegen Ronald Brautigams interpretatie van zijn Pianoconcert. De pianist stelde de uitvoering ervan daarom uit. Ten onrechte, schreef Paul Luttikhuis in het Cultureel Supplement van 2 november, Brauti- gam had het concert gewoon moeten spelen. De componist en uitvoe- rend musicus Theo Loevendie reageert op zijn betoog. 'Brautigam verdient lof voor zijn vanuit een artistieke integriteit genomen beslissing, en zeker geen trap na.'

Onder het motto 'Waar houdt de verantwoordelijkheid van de componist op' sloeg Paul Luttikhuis onlangs alarm omdat het voor sommige componisten 'kennelijk moeilijk is om te accepteren dat zij als kunstenaars een werk scheppen, dat pas na 'bemiddeling' van anderen tot leven kan komen.'

Vooral Ligeti en Stockhausen ('Doodsbenauwd dat een uitvoerder zich te grote vrijheden permitteert') moeten het ontgelden met als slotconclusie dat 'oude muziek' niet bestaat 'want iedere uitvoering is van deze tijd. Behalve wanneer componisten als Ligeti en Stockhausen hun zin zouden krijgen. Dan is hun muziek over vijftig jaar verdoemd tot een fonografisch museum en is zij werkelijk oud. Ronald Brautigam had het pianoconcert van Ligeti gewoon moeten spelen.'

Het is uniek dat met een concertpraktijk, waarin juist componisten van deze tijd soms met minderwaardige uitvoeringen worden geconfronteerd door repetitietijdgebrek, routinematige aanpak en desinteresse, in de pers juist een pleidooi wordt gehouden voor een minder conscientieuze houding dan Brautigam in deze zaak heeft getoond.

Het komt wel meer voor dat uitvoerenden en componist na onderling overleg van een uitvoering afzien en dat gebeurt soms in een nog later stadium dan nu bij Brautigam, zoals ik zelf wel heb ervaren. Brautigam verdient lof voor zijn vanuit een artistieke integriteit genomen moeilijke beslissing twee concerten en een plaatopname met het Concertgebouworkest te laten schieten en zeker geen trap na: 'Waar Brautigam en Ligeti aan voorbijgaan is dat muziek zich ontwikkelt.'

Deze constatering is uit de lucht gegrepen want er volgt een betoog over het verminderen van de moeilijkheidsgraad van een werk in de loop der tijd, maar daar gaat het hier niet over want, zegt Luttikhuis zelf: 'Brautigam heeft voldoende kwaliteit om ook een moeilijk concert foutloos te spelen.' Waar het over gaat is een interpretatiekwestie, zoals het commentaar van Ligeti: 'We spreken verschillende talen', aantoont.

Ervaring

Het ontbreekt Luttikhuis niet aan moed in zijn uithalen naar Ligeti, Stockhausen en Brautigam. Maar het zijn slagen in de lucht omdat ze berusten op veronderstellingen, die niet van de allerwelwillendste soort zijn, en omdat bovendien de argumentatie niet deugt. Over de relatie van componist en uitvoerenden valt wel wat meer te zeggen en ik wil hiertoe gedeeltelijk vanuit mijn eigen ervaring een aanzet geven.

De muziekpraktijk stelt componisten van deze tijd voor problemen die in vroeger tijden niet bestonden. De interpretatie wordt dikwijls bepaald door de uitvoeringstraditie van muziek uit de 19de eeuw. Hierdoor zijn in de loop van de laatste decennia gespecialiseerde ensembles en solisten ontstaan die meer bij de muziek van deze tijd passende opvattingen hebben ontwikkeld. Zij zijn de steunpilaren van het componistenbestaan.

Toch is het toe te juichen als orkesten, ensembles en solisten die zich voornamelijk met muziek uit het verleden bezighouden, muziek van deze tijd uitvoeren. Het bevordert de integratie van hedendaagse muziek in de concertpraktijk en de levendigheid van het muziekleven wordt erdoor vergroot. Door de specifieke eisen die dit stelt wordt in het algemeen in die gevallen de aanwezigheid van de componist op prijs gesteld en maakt men gebruik van zijn adviezen, temeer daar een componist die echt iets te vertellen heeft zijn eigen uitvoeringstraditie ontwikkelt.

Bij de symfonie-orkesten is de opstelling en de inzet van de dirigent zeer bepalend en dan ook wisselend van resultaat. De ervaring die ik dit jaar in Den Bosch had met een aan mijn composities gewijd concert waarbij het Brabants orkest gedurende het hele concert op het puntje van de stoel zat, was uitzonderlijk. Dat dirigent Jac van Steen de componist, en hopelijk ook de overige concertbezoekers, de zevende hemel in voerde, is helaas niet het normale patroon als het om hedendaagse muziek bij de symfonie-orkesten gaat.

Paradox

De meer gespecialiseerde musici zijn al gemotiveerd en de aanwezigheid van de componist is een extra stimulans. Altijd weer valt me daarbij op dat hoe hoger het niveau is van de uitvoerende musici, des te beter zij de adviezen van de componist verwerken. Dit lijkt paradoxaler dan het is. Een sterke muzikale persoonlijkheid zal altijd iets van zichzelf kwijt kunnen, juist de specifieke informatie die de componist aan het notenbeeld toevoegt prikkelt de creativiteit die ook voor het uitvoeren van zo sterk vastgelegde muziek nodig is.

Daarom is het vanzelfsprekend dat componisten bij plaatopnamen worden geraadpleegd. Dat dan het gevaar van een dodelijke eenvormigheid zou optreden is, zelfs bij de meest perfectionistische componist, een miskenning van het altijd weer eenmalige karakter van elke vertolking. Zo vond onlangs de derde plaatopname plaats van mijn Six Turkish Folk Poems en van enige dwang van de bestaande opnamen bleek niets. Integendeel, de zangeres Rosemary Hardy kwam in mijn aanwezigheid en met mijn aanwijzingen tot een andere versie dan de beide vorige opnamen met Dorothy Dorow, eveneens met aanwijzingen van de componist.

Een bepaald detail is illustratief. Een korte frase werd door Hardy half fluisterend gezongen, hoewel dat niet expliciet in de partituur staat aangegeven. Toch getuigde deze inbreng van inzicht in de echowerking die hier was bedoeld. Ik vond het een uitstekende vondst.

Het kan zijn dat ik, door improvisatie-ervaringen bijvoorbeeld, een open oog en oor heb ontwikkeld voor de inbreng van musici en dat die houding niet opgaat voor Ligeti en Stockhausen. Maar zelfs dan rechtvaardigt niets de veronderstelling dat die beide componisten ongevoelig zouden zijn voor de normale wisselwerking tussen componist en vertolker. Dat Ligeti zich in het geval van zijn pianoconcert te streng zou hebben opgesteld is dan ook uit de lucht gegrepen zolang niet met de partituur erbij het gesprek tussen Ligeti en Brautigam kan worden gereconstrueerd.

Bovendien is Ligeti een 67-jarige componist met een nogal wisselende gezondheid, die er alles aan gelegen is dat zijn werk optimaal op de plaat wordt vastgelegd. Dat is niet alleen zijn goed recht, maar misschien zelfs wel een plicht tegenover toekomstige generaties musici. Want hoe meer informatie een componist verschaft hoe gemakkelijker kan, indien zijn werk hem overleeft, toekomstig gekrakeel over 'authentieke' uitvoeringen worden voorkomen of beperkt.

Meningsverschillen over de interpretatie zullen er altijd blijven in het ingewikkelde proces van het in klank omzetten van het notenschrift. Bovendien is er naast factoren die de interpretatie beinvloeden, zoals verschillen in temperament, akoestiek, kwaliteit van de musici, nationale tradities en historisch perspectief, nog iets dat kan meetellen: ook de componist ontwikkelt zich.

Spontaan

Elke partituur van niveau is naast een bewijs van de consistentie in het denken van de componist ook een neerslag van de spontane beslissingen die de componist op dat moment in dat stadium van zijn leven al componerend genomen heeft. Dit aandeel van spontane, vanuit een artistieke intuitie genomen beslissingen, kan licht worden onderschat in de zo vastgelegde gecomponeerde muziek van de westerse concerttraditie. Veel componisten werken dat in de hand door in hun commentaren op eigen werk het wetenschappelijke, theoretische, te benadrukken. Daarover kan ook het gemakkelijkst worden gesproken, maar voor sommige componisten zal de status die het wetenschappelijke in onze samenleving heeft ook een stimulans in die richting zijn.

Toch is als in elke kunstvorm het spontane in gecomponeerde muziek noodzakelijk als tegenhanger van het gedetermineerde, het systematische, het automatisme. De illusie van de vrije menselijke wil moet in meer of mindere mate navoelbaar zijn.

Elke componist kent het verschijnsel dat spontane beslissingen van de ene dag de volgende dag met grote zekerheid vervangen worden door andere beslissingen. Het spreekt vanzelf dat over een langere periode, met behoud van een zekere consistentie, de verschillen groter kunnen worden. Moeten worden, als het goed is.

Toen Olivier Messiaen vorig seizoen een repetitie bijwoonde van het orkest van het Koninklijke Conservatorium in Den Haag waar de laatste hand werd gelegd aan zijn in 1948 voltooide Turangalila-symphonie bleek hij sommige tempi aanzienlijk lager te willen hebben dan in de partituur staat aangegeven. Er waren dan ook meer dan veertig jaar sinds het voltooien van het werk verstreken! Toch is de Messiaen van nu van iedereen op deze wereld degene die het dichtst bij de Messiaen van 1948 staat. Hij mag het zeggen.

Exemplarisch voor de relatie tussen componist en vertolker is hoe dirigent Reinbert de Leeuw, uiteraard zonder zich af te vragen 'waar de verantwoordelijkheid van de componist ophoudt' in lyrische bewoordingen beschrijft hoe de hoogbejaarde Messiaen zich op die repetitie door het orkest bewoog om met een zachte wenk hier en een vriendelijke raad daar nog enkele finesses te bewerkstelligen.

Over een paar jaar kan dat niet meer, dan rest alleen nog de partituur, de herinnering aan de Meester en... de platen.

Hoe het dan met die tempi moet weet ik niet, maar het geeft in ieder geval stof genoeg voor een toekomstige discussie over een authentieke uitvoering van muziek van nu.