Adriaan van Dis: Alles wat er in het boek op tafel komt, ga ik eten

'Boeken zijn voor mij in de eerste plaats voorbeelden hoe te leven en me te gedragen', zegt Adriaan van Dis in de eerste aflevering van een serie gesprekken met schrijvers en andere lezers over hun leesgewoontes. 'Ik heb altijd met veel plezier gelezen zodra ik het deed, maar het probleem was hoe er toe te komen.'

'Lezen is voor mij altijd met problemen omgeven geweest. Als kind verschafte het me weinig plezier, want lezen moest. Ik leerde op mijn vierde lezen en schrijven. Regeltje voor regeltje met de vinger aanwijzen, liniaal erbij, woordje verkeerd uitspreken, mep! Ik las langzaam, kon me slecht concentreren en was bovendien praktisch spelblind. Juist om die moeilijkheden te boven te komen ben ik uiteindelijk Nederlands gaan studeren en, nog weer later, met een boekenprogramma begonnen.

'Als klein kind profiteerde ik geruime tijd van die gebreken door net te doen alsof ik nog veel slechter kon lezen dan ik al deed. Zo kon ik mij mooi als een lui prinsje laten voorlezen. Maar zelfs het voorlezen gaf nog wel eens moeilijkheden. Mijn probleem is, dat ik me volkomen vereenzelvig met de hoofdfiguren. De voorlezing van Pietje Bell moest gestaakt worden omdat ik daar scheel van ging kijken. Mijn eerste zelfstandig gelezen boek ging over een reus, dus wilde ik dolgraag reus zijn. De reus droeg laarzen, dus wilde ik ook laarzen. Zoals de reus met zijn kaplaarzen dorpen en steden vertrapte, vernielde ik met mijn zwarte Hevea kaplaarsjes paddestoelen. Dat wond me overigens hevig op, het was mijn eerste erotische ervaring.

'Iets soortgelijks heb ik met eten. Zodra er in een boek spaghetti wordt gekookt, ren ik naar de keuken, zet het gas op, smijt wat sprieten in het hete water en ga vreten. Alles wat er in een boek op tafel komt, eet ik ook. In Zilveren scheepjes van Tjeerd Adema, een prachtig boek, had je domineessticks, door midden gesneden witte boterhammen met roggebrood en kaas. Die ging ik dan meteen maken.

'Het is een aspect van het lezen waar je in de literaire kritiek niet vaak iets over leest en dat ik de vereenzelvigingsfactor noem. Waarom vind je iets mooi? Omdat je je er mee kunt identificeren, omdat het je een wereld biedt waar je een tijd lang in wilt wonen. Boeken zijn voor mij in de eerste plaats voorbeelden hoe te leven en me te gedragen. Hoe beter de schrijver, hoe gemakkelijker de vereenzelviging. Toen ik Couperus las, spiegelde ik me aan diens vocabulaire. Bij Heart of darkness van Joseph Conrad wilde ik naar Afrika. Bij Reve leerde ik hele pagina's uit het hoofd om iets van zijn humor tot me te nemen. En de lezing van Waugh's Brideshead revisited greep me zelfs zo aan, dat ik een teddybeer moest kopen.'

Beklijft die vereenzelviging alleen maar voor de duur van het boek of houdt ze langer stand?

'Dat verschilt. Na Cees Nootebooms Rituelen leek het me wel wat om kunsthandelaar te worden. Dat duurde niet lang, maar andere boeken veroorzaakten een complete waterscheiding in mijn leven. Een voorbeeld is Karakter van Bordewijk, dat ik op de mulo las. Die school was voor de meeste leerlingen een vanzelfsprekend eindstation. Als ze eraf kwamen, werden ze commies bij de gemeente en gingen paspoorten stempelen of lijsten invullen. Maar toen ik Karakter uit had, besloot ik meester in de rechten te worden. In mijn schoolagenda schreef ik iedere dag als een mantra: word mr., word mr., word mr.

'Door Karakter ben ik van de MULO naar de HBS gegaan. Daar taande mijn belangstelling voor rechten al snel, maar werd ik wel een vlijtige leerling. En ik ontdekte er ook dat er zoiets bestond als een Nederlandse literatuur. Ik ging romans lezen van Maria Dermout en Van Genderen Stort. Boeken als Kleine Inez, een wereld ging voor me open.

'Een tweede waterscheiding deed zich voor met Vaderland in de verte van Annie Romein-Verschoor. Dat boek gaf mij een schok, het betekende mijn eerste kennismaking met de wereld van de geest. 'Tjonge', dacht ik, 'dat is nog eens wat beters dan rondscheuren op je brommer.' Dat boek gaf me de zet om Nederlands te gaan studeren.

'Een ander belangrijk boek was Leerschool der liefde. Toen ik dat las kwam ik tot de ontdekking dat ik maar een ding wilde: een man worden die 's ochtends met zijn handen in zijn jaszakken door de stad kan rondlopen. Ik heb me altijd het meest vereenzelvigd met romanpersonages die rijk waren en niets hoefden te doen. De literatuur gaat bijna altijd over de beter gesitueerde klassen en dat zijn ook de leukste boeken. Bleekers zomer is een prachtig boek, maar een grijze schim als Bleeker wil je onder geen beding zijn.'

Ging het lezen later sneller en gemakkelijker?

'Nee. Ik had nog altijd problemen met de concentratie en las nog steeds langzaam. Voor Nederlandse boeken zat ik op de dertig pagina's per uur. Tegenwoordig tussen de veertig en de vijftig, ik kan niet sneller. Ik ben nooit iemand geweest die zomaar leest. Het trekt niet als water langs mijn deur voorbij. Het gaat mijn bloed en mijn ziel in. Ik kan niet begrijpen dat iemand een dik boek leest en daarna net zo voortgaat als daarvoor. Voor mij geldt Goethe's adagium: Literatur, du sollst mein Leben andern.

'Dat geldt overigens niet alleen voor goede boeken, maar ook voor trivia. Micky Spillane, een rauwe detective die whisky dronk, sigaretten rookte en tegelijkertijd vrouwen in de bosjes neukte, dat was mijn eerste aftrekliteratuur. En natuurlijk Ik Jan Cremer, dat ik overigens wel degelijk als letterkunde beschouw. Zulke boeken waren ongelooflijk belangrijk. Je kwam uit een gezin waar seksualiteit niet bestond en dan las je opeens over zo'n rauwe zwerver die hem overal instak. Na Ik Jan Cremer wilde ik niets liever dan vrouwen in tijgerpakjes op de vloer van de plee neuken. Dat kwam er niet meteen van, maar ik schafte me wel net zo'n leren jack aan als Jan Cremer droeg.'

'En dan had je ook nog Knal van Max Heymans, een boek dat de homoseksuele kanten in mij wakker maakte. Na Knal wilde ik maar een ding: mode-ontwerper worden. Ik wist zeker: ik zou voortaan met een zeer strakke broek en spelden in mijn mond door het leven gaan.'

Dat is dus niet gebeurd.

'Nee, maar ik heb me wel bij een mode-academie aangediend en ik ben zelfs begonnen met schetsjes.

'Op het gebied van de seksualiteit heeft de literatuur me geweldig beinvloed. Ik herinner me het boek Jongens vragen. Een hoofdstuk heette 'Stoethaspel', een ander 'Don Juan' en een derde 'Een onprettig intermezzo'. Dat laatste hoofdstuk bestond uit brieven van een oom aan zijn neefje, die schreef: 'Zo, je hebt ze dus gezien, de dames achter de ramen.' Heel spannend, toen ik dat las ging ik meteen de volgende dag naar de hoeren kijken. En meer dan dat.'

Dat is wel heel suggestibel.

'Zeer. Zelfs bij het lezen van een boek als Een zwerver verliefd kwamen bij mij hevige gevoelens van verliefdheid naar boven. En Wampie van Den Doolaard, dat vond ik ook een erotiserend boek. En de hele Kluitman-serie, waarin voortdurend mannen pijpen uit de mond halen en natte zoenen geven.

'Een enkel meesterwerk las ik nooit uit wegens overdonderende schoonheid. Tijdens mijn erotisch ontwaken las ik The picture of Dorian Gray van Oscar Wilde. Ik kwam geloof ik niet verder dan bladzij 86, het was te prachtig.

'Juist door die extreme vereenzelviging kostte het me erg veel moeite om me op het lezen te concentreren. Ik hoefde maar een paar bladzijden te lezen of ik werd het leven weer ingeduwd. Rond mijn achttiende, negentiende bekroop me een gevoel van wanhoop omdat er zo oneindig veel te lezen viel. Als ik in een boek begon, raakte ik verlamd door de gedachte aan alle andere boeken die ik ongelezen liet. Dat werd een hopeloze knoop waar ik totaal niet uitkwam en die er uiteindelijk toe leidde dat ik helemaal niets meer las. Ik verviel in apathie en bleef de hele dag peinzend op de divan liggen.'

Hoe is die crisis opgelost?

'Met hulp van een psychiater. De therapie was simpel: ik dwong mezelf om elke dag tien bladzijden te lezen. Het was een veredelde leescursus. Heel langzaam bracht ik me op die manier weer discipline bij.

Die discipline, hoe is het daar tegenwoordig mee gesteld?

'Het blijft moeilijk, met die jachtigheid van het bestaan. Er moet zo veel onzin gedaan worden om brood op de plank te krijgen. Bovendien moet de tuin geharkt, de hond moet een prik, dat houdt je allemaal van het boek af. Maar ik heb twee dingen geleerd: elke dag een stukje lezen en nooit zonder boek de deur uit. Elke dag moet ik op zijn minst een paar mooie zinnen lezen, want als je alleen de krant leest of naar de radio luistert, verslonst je taalgebruik. En wat het boek buitenshuis aangaat: alleen al op de dode momenten - in de trein, op het perron, of als een afspraak niet komt opdagen - lees je gemakkelijk een boek in de week.'

Die dode momenten, hoort daarbij ook de tijd doorgebracht op het toilet?

'Nee, althans niet wat boeken betreft. Daar lees ik alleen de Laarder Courant, De Bel en Hei en wei.'

Geeft het lezen nu meer plezier dan vroeger?

'Beslist. Ik heb altijd met plezier gelezen zodra ik het deed, maar het probleem was hoe er toe te komen. Tegenwoordig is het moeten er helemaal af. Ik lees veel poezie. Mijn bed staat in de poezieboekenkast, dus als ik 's nachts wakker lig grijp ik naar gedichten. Daarnaast lees ik veel in de Bijbel. In tegenstelling tot vroeger blijf ik 's avonds thuis en pak een boek! Zo houd ik en passant ook mijn driften in toom.'

Met een erotisch getint boek?

'Nee, juist niet, eerder een boek van Hella Haasse. Dat brengt me overigens op een tweede belangrijk aspect van het lezen naast de vereenzelviging: de reflectie. Hella Haasse's nieuwste roman over het leven van Johan Derk van der Capellen is misschien niet opwindend, maar ik kan zo'n boek ook niet laten liggen. Dat komt doordat ik voortdurend bezig ben om mijn kijk op het eigen leven bij te stellen. Wanneer ik bij Haasse lees over het gekuip in de Staten van Overijssel, dan denk ik bij voorbeeld terug aan mijn stellingname tijdens de studentenrevolte. Ik laat mij terugvoeren naar mijn eigen jeugd.

'Het lezen van boeken brengt een voortdurende correctie teweeg op de werkelijkheid. En dat geldt niet alleen voor de innerlijke werkelijkheid, maar ook voor die buiten jezelf. Lees je bij voorbeeld een boek als Het verdriet van Belgie, dan begrijp je Belgie zo veel beter en loop je anders door dat land.'

Laatste vraag: wat is het laatste uitgelezen boek?

'Mijn eigen boek Het beloofde land dat net vandaag in de winkel ligt. Dat las ik over op zoek naar drukfouten.'