Woorden en daden

IN DE DONKERE DAGEN van december, tussen Sinterklaas en Kerstmis, staan twee belangrijke gebeurtenissen op de internationale agenda. Voordat halverwege de maand in Rome de intergouvernementele conferenties beginnen over de toekomstige politieke en monetaire eenwording van de Europese Gemeenschap, moet volgende week in Brussel de Uruguay-ronde voor handelsliberalisatie tot een goed einde worden gebracht. Deze evenementen, de IGC in Rome en het slot van de GATT-ronde in Brussel, zullen medebepalend zijn voor de inrichting van de internationale economie in de jaren negentig. De Europese Gemeenschap speelt in beide gevallen een sleutelrol en de uitkomst zal van grote invloed zijn op de toekomstige politieke en economische status van de EG in de wereld.

In Rome zullen de fundamenten worden gelegd voor de versterking van het democratische gehalte van de EG en voor de monetaire eenwording die de EG zich tot volgend doel heeft gesteld. Na de regeringswisseling in het Verenigd Koninkrijk is de verwachting gerechtvaardigd dat alle EG-landen het einddoel van een gemeenschappelijke munt zullen aanvaarden - ook al was de nieuwe premier Major in zijn vorige hoedanigheid de architect van het Britse voorstel voor een parallelle dertiende Europese munt. Over de manier waarop de monetaire eenheid moet worden bereikt, lopen de meningen tussen de twaalf EG-landen nog uit elkaar. Maar de politieke bereidheid is aanwezig om de lastige, technische problemen op te lossen en om de zeggenschap over het geld over te hevelen naar een toekomstige Europese centrale bank.

Bij de conferentie over de politieke eenwording van de EG is het onderwerp diffuser. Grotere zeggenschap voor het Europese parlement zal worden gekoppeld aan de overdracht van bevoegdheden van nationale regeringen naar Europees niveau. Maar het is nog onduidelijk hoe de versterking van het democratische gehalte van de EG gestalte zal moeten krijgen. Evenmin tekent zich overeenstemming af over een gemeenschappelijk buitenlands of defensiebeleid. De discussie over een federatie van Europa of over een Europa van nationale staten zal de komende tijd ongetwijfeld oplaaien.

VOORDAT DE EG aan de architectuur van zijn eigen monetaire en politieke gebouw voor de 21ste eeuw begint, moet in Brussel de slotconferentie van de GATT over het internationale handelssysteem in de jaren negentig worden afgesloten. Ook daarbij speelt de Gemeenschap een hoofdrol:niet alleen omdat de EG-landen hun handelsbeleid hebben toevertrouwd aan de Europese Commissie, maar vooral omdat de sleutel tot het succes van de GATT-ronde ligt bij liberalisatie van de landbouw. En daarbij nemen de EG en de VS tot nu toe diametraal tegengestelde standpunten in. Het Amerikaanse gelijk bij druk op de EG tot afbraak van het Europese landbouwbeleid overschaduwt de sterke Europese positie op andere lastige onderwerpen, zoals de liberalisatie van de dienstensector, beeindiging van het multivezelakkoord dat de textielhandel reguleert en verdere afbraak van de invoertarieven. Op deze punten zijn de VS in het defensief.

Nu steeds meer landen zich bekeren tot economisch liberalisme, markteconomie en vrije handel, reikt het belang van de GATT-conferentie veel verder dan de EG en de VS. Voor de Oosteuropese landen, die begonnen zijn met de omschakeling van een commando- naar een markteconomie, vormt de GATT-ronde een eerste ervaring met het Westerse handelssysteem. Bovendien hebben ze vrije, open toegang tot de markten van West-Europa nodig om hun produkten te kunnen afzetten en zo de crisis te kunnen overwinnen. Hetzelfde geldt voor de ontwikkelingslanden in Azie en Latijns Amerika, waar een jarenlange traditie van protectionisme en import-substitutie plaats maken voor een liberaal handels- en investeringsbeleid. Als machtigste economische blok in de wereld heeft de EG niet alleen een eigen belang, maar vooral de verantwoordelijkheid om een voorbeeld te geven door de handelsgrenzen van de Gemeenschap te openen naar het Oosten en naar het Zuiden.

HET HANDVEST van Parijs voor een nieuw Europa, dat een week geleden met veel pracht en praal werd aangenomen ter afsluiting van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa, besteedt uitvoerige aandacht aan de taak en positie van Europa in de wereld na de Koude Oorlog. Economische vrijheid, sociale rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid voor het milieu zijn onontbeerlijk voor welvaart staat in het Handvest en dan volgen alinea's met veelbelovende goede bedoelingen. De komende weken zal in Brussel en Rome moeten blijken of de politieke wil aanwezig is om deze woorden in daden om te zetten. Dan kunnen de donkere dagen van december het licht van een nieuw politiek en economisch perspectief bieden.