Van den Broek regelde in 48 uur vordering van Hollandia Kloos

DEN HAAG, 29 nov. - Minister Van den Broek van buitenlandse zaken heeft de reeds tien jaar openstaande vordering van Hollandia Kloos Internationaal op de regering van Koeweit binnen 48 uur kunnen regelen nadat de politieke betrekkingen met het onder de voet gelopen land waren hersteld. De minister maakt dit duidelijk in een brief aan de Tweede Kamer.

Onlangs ontving de Nederlandse Credietverzekeringsmaatschappij in Amsterdam, waar de schadeclaim van Hollandia Kloos was verzekerd, bijna 25 miljoen gulden. De helft hiervan was bestemd voor de staat, de andere helft voor het constructiebedrijf van de familie Lubbers. De advokaten van Hollandia zeggen dat ze 'met grote verbazing' kennis hebben genomen van de ontwikkeling. Volgens mr. V. J. Groot is het meningsverschil over de openstaande rekening geheel op regeringsniveau afgehandeld. Mr. Groot bevestigt echter dat de claim van HKI beduidend hoger ligt dan 25 miljoen gulden, te weten bijna 40 miljoen of 71/2 miljoen Koeweitse dinars. Voor dit bedrag hebben de advocaten van het constructiebedrijf onmiddellijk na de inval door Irak beslag laten leggen op de Nederlandse bankrekeningen van Koeweit. Of het bedrijf nu doorgaat met een eigen vordering kon mr. Groot vanmorgen niet zeggen, daarover moet nog worden overlegd met de directie van het bedrijf.

Op 27 oktober kwam de betaling door Koeweit in de publiciteit en het Tweede Kamerlid Weisglas (vvd) vroeg minister Van den Broek hoe de onverwachte afwikkeling van deze slepende zaak precies is verlopen. De minister schrijft dat hij direkt na de bezetting door Irak de politieke betrekkingen met Koeweit wilde herstellen om zo de Nederlandse solidariteit tot uiting te brengen. Die betrekkingen waren sterk bekoeld door het meningsverschil tussen Hollandia Kloos en Koeweit Airways over de rekening voor de bouw van een vliegtuighangar. Van den Broek schrijft aan de Tweede Kamer 'dat het bestaand verschil van inzicht over de claim en de afwikkeling ervan ondergeschikt moest worden geacht aan het betuigen van solidarteit met Koeweit'. Op 16 augustus reeds, twee weken na de inval door Irak kwam een persoonlijk afgezant van de Emir van Koeweit naar Den Haag voor overleg met Van den Broek. Hij bracht de erkentelijkheid over van zijn regering in ballingschap voor de van Nederland ontvangen steun. Van den Broek schrijft verder dat vervolgens op initiatief van Koeweit half oktober een bespreking is georganiseerd over de vordering van Hollandia Kloos. Bij dat gesprek waren een afgezant van de regering van Koeweit, minister Van den Broek en een ambtenaar van financien. De volgende dag reeds werd overeenstemming bereikt over betaling van 25 miljoen gulden.

De affaire-Hollandia Kloos bezorgde minister-president Lubbers in l989 politieke problemen toen bleek dat hij zich enkele keren persoonlijk had ingespannen om de rekening van het familiebedrijf betaald te krijgen. De Tweede Kamer achtte de persoonlijke brieven van Lubbers aan de kroonprins van Koeweit, sjeik Saad Al-Salim Al-Sabah ongepast.