'Roomsen de oorzaak van crisis in jaren dertig'

GRONINGEN, 28 nov. - Niet het vasthouden van de Nederlandse regering aan de gouden standaard, maar de zeer grote bevolkingsgroei is de oorzaak van de enorm grote werkloosheid in ons land in de jaren dertig. De bevolking groeide tussen 1913 en 1927 maar liefst met 23 procent, als gevolg van het propageren van de Rooms Katholieke Kerk van grote gezinnen. Dit betoogt drs. prof. J. W. Drukker in zijn proefschrift 'Waarom de crisis hier langer duurde. Over de Nederlandse economische ontwikkeling in de jaren dertig', waarop hij 6 december promoveert tot doctor in de economische wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Nederland telde in 1936, het jaar waarin uiteindelijk besloten werd tot devaluatie, 400.000 werklozen. In vergelijking met landen als Zwitserland en Belgie, die evenlang vasthielden aan de gouden standaard, is dat volgens Drukker extreem hoog. Zwitserland telde vrijwel geen werklozen en Belgie had eveneens een veel lager werkloosheidscijfer dan ons land.

Drukker constateert echter dat een land als Denemarken, dat al in 1931 de vaste wisselkoers losliet en een actieve crisispolitiek voerde, een nog hoger aantal werklozen had dan Nederland. Drukker: 'Ik was toen nogal verbaasd, toen ik daar op stuitte. Je denkt als orthodox Keynesiaan dat devaluatie goed is en de overheid in tijden van crises het financieringstekort moet vergroten om de economie te stimuleren. Toen ben ik van mijn geloof gevallen.'

De gangbare opvatting dat Nederland harder en langer door de crisis werd getroffen door een halsstarig vasthouden aan de gouden standaard (Colijn beschouwde devaluatie zelfs als een vorm van oplichterij) hield geen steek meer, zo ontdekte Drukker. 'Tot mijn verbijstering steeg de vraag naar arbeid tussen 1929 en 1938 in ons land zelfs met vijf procent, doordat de mechanisatie stopte en er niet meer werd geinvesteerd. Het arbeidsaanbod steeg echter ook gigantisch en dat valt te verklaren uit de snelle bevolkingsgroei in de jaren twintig.'

Nederland behoorde tussen 1913 en 1927 samen met Canada, Australie en de Verenigde Staten tot de snelst groeiende landen ter wereld. ter vergelijking: in Belgie steeg de bevolking in die periode met vier procent en in Zwitserland met twee procent. De Roomskatholieken voerden een actieve officiele bevolkingspolitiek, gericht op het 'rekatholiseren van de Nederlandse samenleving'. Drukker onderstreept dat deze gedachte al geventileerd werd in een studie van de Leidse socioloog F. van Heek.

In zijn boek 'Het geboortenniveau der Nederlandse Roomskatholieken' uit 1954 legde hij al uit dat de Roomskatholieke clerus de pauselijke richtlijn aangaande het verbod op anticonceptie middelen streng ter hand nam. Achterliggende gedachte was dat de in de negentiende eeuw nog 'fluweel' gediscrimineerde Katholieken als groep moesten groeien. Ook de invoering van het algemeen kiesrecht in 1919 lag hieraan ten grondslag: hoe meer Katholieken, hoe groter de RKSP zou worden.

Als voorbeeld noemt Van Heek de oprichting van de Nederlandse Bond van Grote Gezinnen in 1917 door pater B. de Greeve die zich met name fel keerde tegen de Neo-Malthusianen die voorstanders waren van het gebruik van anti-conceptiemiddelen. Niet alleen de Katholieken, ook de Gereformeerden droegen hun steentje bij aan de groei van de Nederlandse bevolking en indirect aan de crisis.

Drukker: 'Maar dat zette minder zoden aan de dijk, omdat de Gereformeerden maar acht procent uitmaakten van de Nederlandse bevolking, tegen vijftien a twintig procent van de Roomskatholieken.' Drukker stelt dat hij geen nieuw denkbeeld presenteert; 'Het verrassende is dat de werkloosheid niet verklaard wordt door de vraag naar arbeid van de zijde van de bedrijven, maar door het aanbod van arbeid. Er is wel eens gesuggereerd dat de crisis ook een demografische component bevatte. Ik heb de stukjes van de puzzel in elkaar gelegd. Het onderzoek van Van Heek lag er al.'