Onenigheid bij raad voor milieu over mestbeleid

DEN HAAG, 29 nov. - De Centrale Raad voor de Milieuhygiene (CRMH) is er gisteren niet in geslaagd de regering te voorzien van een advies over het mestbeleid. De diverse organisaties van het maatschappelijk adviesorgaan slaagden er niet in om tot een eensluidend standpunt komen.

De CRMH vergaderde gisteren over de definieve tekst van een ontwerp-advies. Daarin staat dat het mestbeleid van de overheid niet ver genoeg gaat. Op vijf punten moet het beleid worden aangescherpt, zo staat in het ontwerp-advies.

Het Landbouwschap, eveneens vertegenwoordigd in de Raad, had onoverkomenlijke bezwaren. Met name het voorstel van de Raad om het uitrijden van mest te beperken, schoot in het verkeerde keelgat. De overheid wil de komende twee jaar 60.000 tot 80.000 hectare zogenaamde fosfaatverzadigde gronden aanwijzen, waar niet meer mest mag worden uitgereden dan de gewassen kunnen opnemen. Op die manier komt er een einde aan de uitspoeling van fosfaat naar het oppervlaktewater.

Het merendeel van de Raad vindt dat niet genoeg. Op dit moment zijn er 300.000 hectare fosfaatverzadigde gronden. Voor al die gebieden moeten de strengste uitrijregels gelden, zo luidt het oordeel.

Vertegenwoordiger W. J. Wolff van het Landbouwschap weigerde daar mee in te stemmen. Voor de praktische bedrijfsvoering van de veehouder heeft dat gevolgen die niet te overzien zijn, vindt hij. Het kan er zelfs toe leiden dat vele bedrijven hun veestapel moeten inkrimpen, omdat ze hun mest niet meer kwijt kunnen. 'Door het mestbeleid aan te scherpen zoals de CRMH voorstelt, onstaat er een koude sanering. Dat is voor ons onaanvaardbaar.'

P. van Poppel, voorzitter van de commissie die het ontwerp-besluit had opgesteld, liet weten niet ten koste van alles een unaniem advies na te streven. (ANP)